Verkoop warmtepompen stijgt tijdelijk, maar structureel herstel blijft uit
De verkoop van warmtepompen voor woningen, exclusief lucht-luchtwarmtepompen, is in het derde kwartaal van 2026 met 53 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Inclusief omkeerbare airconditioners die ook kunnen verwarmen, bedroeg de groei 35 procent. Volgens Vereniging Warmtepompen is nog geen sprake van structureel herstel.
De brancheorganisatie verwacht voor heel 2026 een groei van 16 procent in de residentiële sector ten opzichte van 2025. Zonder lucht-luchtwarmtepompen komt de verwachte groei uit op 21 procent. De bijgestelde prognose is mede gebaseerd op de opleving in het derde kwartaal.
Vereniging Warmtepompen:
‘Meer warmtepompen in magazijnen betekent nog niet meer warmtepompen in woningen’
Voorraadopbouw speelt rol
De verkoopstijging komt volgens Vereniging Warmtepompen deels door tijdelijke voorraadopbouw in verband met vervolgstappen in de uitfasering van F-gassen. Daardoor betekent een toename van de verkoop niet automatisch dat er ook meer warmtepompen in woningen worden geïnstalleerd.
De organisatie waarschuwt dan ook voor te optimistische conclusies op basis van de verkoopcijfers. Voor een blijvende groei is volgens de branche stabiel en stimulerend overheidsbeleid nodig.
Doelstellingen vragen om verdubbeling
Om de beleidsdoelstellingen te halen, moet het aantal nieuwe warmtepompinstallaties in de komende vier jaar nog verdubbelen. De brancheorganisatie benadrukt het belang van consistent beleid om die groei mogelijk te maken. Het onderwerp staat op de agenda in aanloop naar het Kamerdebat van donderdag 29 oktober.
Collectieve systemen blijven achter
Bij grote warmtepompsystemen voor collectieve woningbouw en utiliteitsgebouwen daalde het totaal verkochte vermogen in het derde kwartaal met 8 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2025.
Voor dit segment verwacht Vereniging Warmtepompen over heel 2026 ongeveer hetzelfde volume als in 2025. Dat ligt iets lager dan de prognose die de branche na het eerste halfjaar afgaf.