Onderzoek naar beeldvorming over mannen en vrouwen in de bouw
Vakmensen in de bouw, techniek en logistiek koppelen fysiek zwaar werk vaker aan mannen en klantcontact en precisiewerk vaker aan vrouwen. Bij leidinggeven en planning ziet de meerderheid geen verschil tussen mannen en vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek onder circa 150 vaklieden, uitgevoerd door werkkledingleverancier Proforto.
Bijna de helft van de respondenten (48 procent) vindt dat vrouwen beter zijn in klantcontact en communicatie. Slechts 2 procent wijst mannen aan. Ook bij precisie- en afwerkingswerk worden vrouwen vaker genoemd: 36 procent tegenover 8 procent voor mannen.
Bij fysiek zwaar werk is het beeld omgekeerd. Acht op de tien respondenten noemen mannen als geschikter voor dit type werk.
Weinig verschil bij leidinggeven
Bij leidinggeven en aansturen ziet 74 procent van de ondervraagden geen verschil tussen mannen en vrouwen. Van de respondenten die wel een voorkeur uitspreken, vindt 16 procent mannen geschikter en 10 procent vrouwen.
Ook bij planning en organisatie ziet de meerderheid geen onderscheid. Zeven op de tien respondenten vinden dat mannen en vrouwen dit werk even goed kunnen uitvoeren. Van de overige respondenten geeft 22 procent de voorkeur aan vrouwen en 8 procent aan mannen.
Volgens Milan Bexkens, online marketeer bij Proforto, speelt het traditionele beeld van fysiek werk nog altijd een rol. “Het beeld van de bouwplaats is nog steeds dat van de man met de zware balk op zijn schouder”, zegt hij. “Maar wie er dagelijks staat, weet dat het werk veel meer vraagt dan spierkracht. Precisie, overzicht en goed contact met de klant zijn minstens zo belangrijk.”
Vrouwen blijven ondervertegenwoordigd
De uitkomsten staan tegenover de verdeling van banen in de bouwsector. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) was in 2023 12,2 procent van de banen in de bouwnijverheid in handen van vrouwen. Mannen bezetten de overige 87,8 procent.
Het onderzoek laat zien hoe de ondervraagde vaklieden verschillende werkzaamheden beoordelen. De resultaten zeggen op zichzelf niet of mannen en vrouwen daadwerkelijk verschillen in geschiktheid voor deze taken.