Europese regelgeving: wat speelt er op het gebied van drinkwater?
De DWD uit 1998 stelt eisen aan de kwaliteit van de drinkwatervoorziening. Alle Europese lidstaten moeten die eisen in hun nationale wet- en regelgeving opnemen. in Nederland wordt dat via de Drinkwaterwet, het Drinkwaterbesluit en de Ministeriële Regelingen gedaan. Wat aan de lidstaten zelf wordt overgelaten is de wijze waarop moet worden aangetoond dat aan de eisen wordt voldaan. Dit omdat in principe is elke lidstaat autonoom is voor wat betreft het invullen van de verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid van haar burgers.
Tot zover niets aan de hand zou je zeggen, want we hebben het in Nederland immers prima voor elkaar en de kwaliteit van onze drinkwatervoorziening is uitstekend. Maar internationaal moet er nog heel wat meer gebeuren. Het is namelijk de bedoeling dat alle lidstaten binnen de Europese gemeenschap de regelgeving voor de veiligheid van de drinkwatervoorziening op elkaar afstemmen en harmoniseren. Dit is van groot belang voor alle consumenten maar zeker ook belangrijk voor de industrie en de installatiebranche.
Een van de problemen die in het kader van de harmonisatie moet worden opgelost is dat er een vrij handelsverkeer van drinkwaterproducten wordt gerealiseerd. (denk aan leidingen, afsluiters en kranen) Die producten vallen onder beide genoemde richtlijnen (DWD en CPR) en moeten worden beschouwd als “bouwproducten geschikt voor contact met drinkwater”. Om het drinkwater vanaf de bron via het distributienet en de drinkwaterinstallatie in de vereiste kwaliteit aan het tappunt te krijgen zijn goede duurzame producten nodig.
Producten waarvan de materialen in contact met drinkwater de kwaliteit van het drinkwater niet negatief beïnvloeden. Voor het bepalen of die materialen van een product geschikt zijn er echter geen Europese normen beschikbaar. Op dit moment stelt ieder land (meer dan 27 lidstaten) zijn eigen eisen en dat leidt tot handelsbelemmeringen, hoge kosten en logistieke problemen. De oplossing die voor de hand ligt is het ontwikkelen van een CE merk voor drinkwaterproducten.
Hoe staat het daarmee?
Om het CE merk op producten voor toepassing in de drinkwatervoorziening te mogen voeren zijn geharmoniseerde normen nodig. De Europese normalisatie organisatie CEN, waarvan NEN lid, kreeg al in 2001 van de Europese Commissie een mandaat (M136) om die harmonisatie tot stand te brengen. De taak van CEN werd aan te geven hoe op basis van het mandaat geharmoniseerde normen (hEN’s) opgesteld kunnen worden. CEN dacht dit te doen d.m.v. het toevoegen van een Annex Z, aan de inmiddels opgestelde productnormen.
Die Annex Z zou gebaseerd zijn op een zogenaamd Europees Acceptance Scheme (EAS). De regelgeving van Nederland, Duitsland, Groot Brittannië en Frankrijk vormde voor het EAS de basis. De praktijk bleek echter weerbarstig. Het lukte CEN niet om het mandaat in te vullen. in 2006 werden de knelpunten aan de EU-commissie gemeld. Het mandaat werd vervolgens door de EU=commissie aangepast (M136rev1) en opnieuw aan CEN aangeboden. Maar ook met die versie kon CEN geen resultaat behalen. Wel werden er, onder Nederlands voorzitterschap, door CEN zogenaamde horizontale EN-normen met testmethoden opgesteld. Zo is er nu een Europese testmethode beschikbaar om de afgifte van bepaalde metaallegeringen te bepalen.
De verschillen in de wijze van beoordeling van de materialen bepaalde producten en de goed/afkeur eisen bleken echter niet te harmoniseren. in 2010 heeft de EU-commissie het Mandaat nogmaals aangepast (M136rev2). Maar ook die versie bleek voor CEN niet werkbaar en na lang wikken en wegen heeft CEN in April van dit jaar de EU-commissie het Mandaat teruggeven en heeft de EU-commissie het Europees parlement voorgesteld het Mandaat M136 in te trekken. Belangrijkste oorzaak waarom het maar niet lukt is dat de lidstaten het onderling niet eens kunnen worden over een eenduidige wijze van beoordelen of een product aan de eisen voldoet. Dat betekent dat er voorlopig geen CE merk op drinkwaterproducten kan worden gevoerd.
Wat gebeurt er nu?
De regelgevers van Nederland, Duitsland, Groot Brittannië, Frankrijk en Portugal geven de moed niet op en werken politiek samen om hun nationale beoordelingsbeleid op vrijwillige basis op elkaar afgestemd te krijgen. Hierbij gebruik makend van de inmiddels gelukkig wel beschikbare Europese testnormen. Maar belangrijk is nu vooral: Welke eisen gelden er nu voor ons in Nederland? Dat er op basis van onze regelgeving enkel producten in de drinkwatervoorziening mogen worden toegepast die zijn opgenomen in een door de Minister van I en M erkende kwaliteitsverklaring. Een Kiwa productcertificaat is op dit moment de enige erkende kwaliteitsverklaring. Let dus op bij het kopen en installeren van producten voor de aanleg van drinkwaterinstallaties. Een product zonder Kiwa-keur of Kiwa Water Mark is volgens de Nederlandse regelgeving niet toegelaten voor toepassing in contact met drinkwater. Wordt vervolgd.