Techniek moet zwaarder meewegen in nieuwe mbo-bekostiging
Techniek Nederland is positief over de kabinetsplannen voor een stabielere financiering van het mbo. De brancheorganisatie vindt wel dat technische opleidingen bij de verdere uitwerking een voorkeurspositie moeten krijgen, gezien de grote vraag naar technisch personeel.
De voorgestelde vaste basisfinanciering en het samenwerkingsbudget moeten mbo-instellingen meer financiële zekerheid bieden en ruimte creëren om opleidingen in stand te houden. Volgens Techniek Nederland kan dat ook de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven versterken, bijvoorbeeld via hybride techniekcentra en opleidingsbedrijven.
De organisatie pleit voor vier uitgangspunten: een voorkeurspositie voor techniek in de mbo-bekostiging, een grotere rol voor arbeidsmarktrelevantie en maatschappelijke opgaven bij de financiering, structurele investeringen in techniekopleidingen en publiek-private samenwerking en een vaste plaats voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) binnen het onderwijs- en arbeidsmarktbeleid.
Volgens Techniek Nederland sluiten de plannen nog onvoldoende aan bij de vraag naar technisch personeel. Energietransitie, woningbouw, digitalisering, defensie en verduurzaming vragen de komende jaren om tienduizenden extra technische vakmensen. Techniekopleidingen zijn bovendien relatief kostbaar door onder meer praktijklokalen, machines, materialen en praktijkdocenten. De brancheorganisatie waarschuwt dat technische opleidingen zonder aanvullende structurele financiering onder druk kunnen komen te staan.
Voorzitter Mark Harbers zegt: "De energietransitie, woningbouw, digitalisering, defensie en verduurzaming vragen om tienduizenden extra technische vakmensen. Dan kan de financiering van het mbo niet uitsluitend worden gebaseerd op regionale spreiding of studentenaantallen. Techniekopleidingen zijn cruciaal voor onze economie en samenleving. Dat vraagt om extra ondersteuning."
Talentstrategie en LLO
Ook de integrale Talentstrategie van het kabinet kan op steun van Techniek Nederland rekenen. De strategie brengt onderwijs, arbeidsmarkt, innovatie en economische ontwikkeling meer in samenhang. De brancheorganisatie vindt het belangrijk dat bij de uitvoering gericht wordt geïnvesteerd in opleidingen voor sectoren met grote personeelstekorten en maatschappelijke opgaven.
De bestaande publiek-private opleidingsinfrastructuur kan daarbij volgens Techniek Nederland een belangrijke rol spelen. Bedrijfsvakscholen, opleidingsbedrijven, hybride techniekcentra, mbo-instellingen en bedrijven beschikken over praktijkkennis en ervaring om jongeren, zij-instromers en werkenden op te leiden.
Daarnaast onderschrijft de brancheorganisatie de plannen voor LLO. Digitalisering, kunstmatige intelligentie, robotisering en verduurzaming veranderen de inhoud van werk. Structurele scholing moet werknemers in staat stellen nieuwe technologieën te gebruiken en hun vaardigheden bij te houden. Techniek Nederland pleit daarbij voor minder regeldruk, meer maatwerk en een grotere rol voor bedrijven en praktijkopleiders.
Ook de koppeling tussen de transitievergoeding en LLO in het coalitieakkoord krijgt steun. Volgens de brancheorganisatie kan de vergoeding daardoor meer bijdragen aan de overgang van werk naar werk.