Nieuwsplatform voor de installatiebranche

Terug naar overzicht
IT20260917 Remi 001 web
Column

Waarom blijft een gezond binnenklimaat het ondergeschoven kindje?

De afgelopen tien jaar stond bij de verduurzaming van gebouwen vooral één doel centraal: het terugdringen van het energiegebruik. Gebouwen werden steeds beter geïsoleerd en kierdicht gemaakt. Dat was noodzakelijk, maar tegelijkertijd vergaten we soms waarvoor gebouwen eigenlijk zijn bedoeld: voor de mensen die erin wonen, werken, leren en verblijven.

Een energiezuinig gebouw is namelijk niet automatisch een gezond gebouw. Zonder voldoende ventilatie en aandacht voor temperatuur, luchtvochtigheid, daglicht en geluid kunnen juist in goed geïsoleerde gebouwen klachten ontstaan. Denk aan hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen. De maatschappelijke gevolgen zijn aanzienlijk: meer ziekteverzuim, lagere leerprestaties en een afname van welzijn en productiviteit.

Toch blijft de wet- en regelgeving op dit terrein beperkt. De huidige minimumeisen bieden onvoldoende garantie voor een aantoonbaar gezond binnenklimaat. Bovendien wordt na de oplevering nauwelijks gecontroleerd of installaties in de praktijk goed functioneren en of gebouwen gezond worden gebruikt en onderhouden. Een gebouw kan op papier aan alle eisen voldoen, maar in de dagelijkse praktijk alsnog tekortschieten.

Intussen verschuift de aandacht opnieuw. Naast energie gaat het debat nu vooral over duurzaamheid, materiaalgebruik en circulariteit. Ook dat zijn belangrijke thema’s. Maar opnieuw dreigt de gezondheid van de gebouwgebruiker naar de achtergrond te verdwijnen. We meten energieprestaties, berekenen de milieubelasting van materialen en onderzoeken hoe bouwproducten kunnen worden hergebruikt. Maar hoe vaak meten we structureel de kwaliteit van de lucht die mensen dagelijks inademen?

Dat is opmerkelijk. We brengen gemiddeld ongeveer negentig procent van onze tijd binnen door. Een gebouw kan circulair, klimaatneutraal en energiezuinig zijn, maar als mensen er niet gezond en comfortabel kunnen verblijven, schiet het zijn belangrijkste doel voorbij.

Gelukkig heeft de sector zelf het initiatief genomen. Met onder meer het Programma van Eisen Gezonde Gebouwen en het Binnenklimaat Label zijn concrete instrumenten ontwikkeld om gezondheid en comfort vanaf het ontwerp tot en met de gebruiksfase aantoonbaar mee te nemen. Deze instrumenten bieden opdrachtgevers, ontwerpers, installateurs en gebouwbeheerders duidelijke prestatiecriteria en maken zichtbaar hoe een gebouw in de praktijk presteert.

Een gezond binnenklimaat mag geen vrijblijvende ambitie of sluitpost meer zijn. Het moet een volwaardig onderdeel worden van ontwerp, aanbesteding, bouw, oplevering en beheer. Daarvoor zijn heldere prestatie-eisen, onafhankelijke kwaliteitsborging en monitoring tijdens het gebruik nodig.

De volgende stap in duurzaam bouwen vraagt daarom om een integrale benadering waarin energie, circulariteit én gezondheid gelijkwaardig worden meegewogen. Want uiteindelijk bouwen we niet alleen voor een lage energierekening of een kleinere materiaalvoetafdruk. We bouwen in de eerste plaats voor mensen.

Ook interessant