Machines, data, mensen, voetbal
Het machinetijdperk, de data-era, de geschiedenis van de mensheid en voetbalwijsheid
Zonder de uitvinding van de machine zou er geen sprake zijn van installatietechniek. De bekende Iers/Britse schrijver en hoogleraar C.S. Lewis deelt in zijn inaugurele rede in 1954 de wereldgeschiedenis opnieuw in, aan de hand van grote keerpunten. Onze moderne historie begint bij hem aan het einde van de negentiende eeuw, inderdaad, bij de uitvinding van de machine.
In 1942 beschreef Lewis heel visionair de impact ervan. “De mens bemoeide zich niet met de wetenschap zolang de wetenschap zich niet met de mens bemoeide” merkt hij op. “De wetenschap richtte zich vooral op de onbezielde natuur en leverde maar weinig technologische nevenproducten af. Als James Watt zijn machine bouwt, als Darwin aan de afstamming van de mens gaat morrelen, Freud aan de ziel en de economen aan het eigendom van de mens, dan is de leeuw natuurlijk los”. Aldus beschrijft Lewis de grote ommekeer van de negentiende eeuw, waar al onze technologie op is gebaseerd.
“Bevrijd en wel in ons midden, wordt de wetenschap één van de belangrijkste factoren in ons aller dagelijks leven”. Na Lewis is dit tijdperk zich gaan manifesteren via informatica. Uitgaande van de machine spreken we eerst en vooral over meet- en regeltechniek. Cijfers, data worden later de tanden van de leeuw die de wetenschap is. Alles wordt data. Wetenschap baseert zich op gegevens, statistiek. Statistiek wordt leidend, gaat ‘feiten’ heten. Machines kunnen er op draaien, steeds geavanceerder, in voortdurend groeiende afhankelijkheid van extern te produceren energie, de grote bottleneck van onze tijd.
Waar blijft de mens, vroeg Lewis zich in 1942 af in zijn boek ‘The Abolition of Man’, ‘De afschaffing van de mens’. De mens gaat energie besparen door één van zijn basale machines, de fiets, te elektrificeren. De spierkracht van de mens zelf wordt vervangen door, of in elk geval aangevuld met, energie die ergens moet worden opgewekt, ten koste van van alles.....
De wal is het schip aan het keren als zelfs de demissionaire minister van financiën meent te moeten benadrukken dat “economie geen exacte wetenschap is”. Een voetbalcoach ziet zijn team verliezen nadat hij zijn als de besten bekend staande spelers uit het veld haalt en vervangt. Zijn data vertellen hem dat hij beter anderen kan gaan inzetten. De tegenstanders kennen die data niet. Zij krijgen een boost als ze zien dat die goede spelers, waar ze toch een beetje bang van waren, van het veld gaan. Het emotiegedreven team trekt aan het langste eind.
Op de aandelenmarkt en in de marketing van installatietechniek gaat het net zo.
Natuurlijk geldt als voorwaarde dat de spelers van het boostende team ook fit moeten zijn, hun data niet te veel mogen afwijken. Natuurlijk moet de onderliggende waarde van de aandelen van bedrijven solide zijn, moeten hun cijfers kloppen. Zie recent maar weer eens het Chinese vastgoedbedrijf Evergrande. En zeker zal succesvolle marketing uiteindelijk gebaseerd dienen te zijn op een goed product.
Maar als de overheid een machine blijkt die uitsluitend wordt gevoed met data en rürücksichtslos doordraait, dan worden we allemaal toeslagenslachtoffer.