Grote uitstroom, grote kansen: dit staat de installatiebranche te wachten
De technische installatiebranche staat aan de vooravond van een periode van gematigde groei, maar ook van grote personele uitdagingen. In de recent gepubliceerde Arbeidsmarktprognose 2025–2029 van opleidingsfonds Wij Techniek worden de belangrijkste trends en risico’s tot 2029 in kaart gebracht. De boodschap is helder: er zijn 121.000 nieuwe vakmensen nodig om groei te realiseren en de verwachte uitstroom van 118.000 medewerkers op te vangen.
Hoewel de werkgelegenheid in 2025 tijdelijk stagneert, voorziet het rapport vanaf 2026 een jaarlijkse groei van 0,5%. Opvallend is dat het aantal zelfstandigen sneller groeit, met een verwachte jaarlijkse toename van 1,5%. De grootste vraag ligt bij monteurs, werkvoorbereiders en technisch personeel.
De benodigde instroom bestaat volgens de prognose voor 30% uit jongeren uit het beroepsonderwijs en voor 70% uit zij-instromers. “Het onderwijs speelt een belangrijke rol voor de instroom van jongeren, maar de meeste nieuwe medewerkers komen uit ander werk of een uitkering.” Jongeren vormen echter een kwetsbare groep: bijna de helft van de werknemers onder de 25 jaar verlaat de branche binnen een jaar. Dit maakt behoud van jonge medewerkers tot een prioriteit.
Ook de inhoud van het werk verandert. Digitale vaardigheden worden steeds belangrijker, evenals de rol van technische staf. “Wie handig is met digitale tools én goed kan samenwerken, heeft een streep voor.”
De prognose schetst ook alternatieve scenario’s. Als de jaarlijkse instroom achterblijft op 20.000 mensen in plaats van de benodigde 24.000, ontstaat er in 2029 een tekort van ruim 15.000 vakmensen. Zelfs bij een stabiele instroom maar een dalende gemiddelde deeltijdfactor naar 0,85 fte, is er alsnog een extra tekort van circa 10.000 mensen.
Volgens Wij Techniek zijn er twee sporen nodig: enerzijds behoud en hogere productiviteit – bijvoorbeeld door robotisering en digitalisering – en anderzijds gerichte werving van nieuwe doelgroepen. Bedrijven wordt aangeraden om extra leerwerkplekken te creëren, zij-instroom te stimuleren en een sterke werk- en leercultuur te ontwikkelen. Jongeren binden en behouden vraagt om aandacht, begeleiding en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden.
“Zorg voor een warme band, ook bij vertrek — dat vergroot de kans dat ze blijven en dat de vertrekkende werknemers ook weer makkelijker terugkomen.” Daarnaast adviseert het rapport om samenwerkingen op te zoeken met collega-bedrijven en onderwijsinstellingen, bijvoorbeeld voor gezamenlijke leerwerktrajecten en werving.