Ondernemen, duurzaamheid en de papieren werkelijkheid van Brussel en Den Haag

Geplaatst op 12 mei 2020 door Redactie

‘Werk’ maken van duurzaamheid, hoe doe je dat als bedrijf? Deel 1

Auteur: Kees Groeneveld

Geen mens wil zijn woonplaats Aarde verruïneren. Maar het gekrakeel tussen mensen over waar de ander mee bezig is, die polemiek is niet van de lucht, verstikkend, verlammend zelfs. Allemaal zijn we vol goede bedoelingen, maar als het op afspraken aankomt, als iemand zaken wil gaan regelen, dan valt alles dood. PFAS, stikstof, circulariteit, energietransitie, CO2-reductie, als de Europese en nationale overheden wetten en regels gaan opstellen en invoeren, dan dreigt de economie stil te vallen. Hoe kan dat en hoe gaan we daar als ondernemers in de industrie, bouw en installatiewereld mee om?

Op deze vragen proberen we enig grip te krijgen in een korte serie interviews in InstallatieTotaal. We beginnen bij de politiek, Den Haag, het echelon tussen Brussel en de lokale ondernemer in. In een gesprek met Eppo Bruins, lid van de Tweede Kamer voor regeringspartij Christen Unie, proberen we zicht te krijgen op wat de politiek beweegt en hoe ondernemers in de techniek om zouden kunnen gaan met politiek en regelgeving. Bruins is een goede gesprekspartner vanwege zijn pré-politieke achtergrond: techniek en technologie.

Overheid kan bedrijven dwars zitten

Wat mogen politiek en bedrijven van elkaar verwachten?

“Innovatie komt van bedrijven” is het primaire statement van Eppo Bruins. “De overheid kan hoog of laag springen, bedrijven moeten de uitdagingen oppakken willen veranderingen werkelijkheid worden. Je kunt als overheid bedrijven wel dwars zitten.” Op basis van zijn ervaringen voordat hij de politiek in ging, gelooft Bruins sterk in de innovatiekracht van middelgrote bedrijven die zich richten op technologie die oplossingen biedt voor milieu- en klimaatproblemen. “Als de kapitaalmarkt te weinig financieringsmogelijkheden biedt, dan is het goed dat de overheid daar in investeert. Ik geloof in high tech”. Het recent gestichte fonds Invest NL zou bedrijven moeten stimuleren gericht te investeren, met de overheid als financier, meent het parlementslid.

Wat zou de bouw- en installatiesector specifiek kunnen doen?

“Deze sector is bij uitstek het kanaal waarlangs slimme ideeën breed toepasbaar gemaakt kunnen worden. Innovatie in werkprocessen levert heel snel rendement op. En in deze sector kun je heel goed jouw pilot jouw eerste klant laten zijn. Je kunt dat bijvoorbeeld doen met het toepassen van datasystemen voor het monitoren van energieverbruik. Voor de scheepsbouw is er recent een speciale regeling gekomen voor duurzaamheidsgerichte innovaties, SDS, subsidie duurzame scheepsbouw, als afsplitsing van de regeling duurzame energie. Misschien zou er voor de bouw- en installatiesector ook zoiets moeten komen”.

Overigens is Bruins van mening dat je als ondernemer niet te hard achter allerlei subsidies aan moet hollen. “Het verhaal van de warmtepompen is een goed voorbeeld. Je bent meestal of te vroeg of te laat met subsidieregelingen”. Opnieuw benadrukt onze gesprekspartner dat hij hoge verwachtingen heeft van Invest NL, het door de ministers Hoekstra en Wiebes in het leven geroepen investeringsfonds. Onder leiding van voormalig politicus Wouter Bos gaat het overheidsfonds investeren in ‘energietransitie en innovatieve scale-ups’ aldus de nieuwe website www.invest-nl.nl . Voor wat betreft energietransitie wil het fonds zich richten op Elektrificatie en energie, Circulariteit, Agrifood en de Gebouwde omgeving. Voor investeringen in innovatieve scale-ups gaan Bos cum suis kijken naar Industriële technologieën. “Zeker, we leven in een tijd dat het aantrekken van investeringskapitaal lang niet meer zo problematisch is als een aantal jaren geleden. Maar bij de traditionele banken hoef je niet aan te komen en participatie van de overheid kan je positie versterken bij het zakendoen met andere partners”.

Modern kapitalisme, niet altijd maar de laagste prijs 

Als bedrijven pro-actief willen zijn in het aanpakken van de milieuproblematiek, hoe zou dat kunnen en waarom zouden ze dat willen?

“Intrinsieke motivatie is belangrijk” volgens Eppo Bruins. “Je moet het leuk vinden om onderscheidend te zijn, willen proberen voorop te lopen”. Op de vraag of dat ten koste mag gaan van winstmarges ontspint zich een gesprek over modern kapitalisme. Bruins refereert aan het boek ‘Completing Capitalism, Heal Business to Heal the World’ van Bruno Roche en Jay Jakub. “Als ondernemer is het goed om de vier vormen van kapitaal uit dat boek te onderkennen: financieel, menselijk, natuurlijk en sociaal kapitaal. Als je die vier in balans probeert te houden dan komt duurzaamheid vanzelf aan bod, zonder dat je op de andere factoren onderuit hoeft te gaan. Met het oog op deze balans heb ik de initiatiefnota ‘Ondernemen met een Maatschappelijke Missie’ geschreven en ingediend bij de Tweede Kamer. Doel daarvan is te komen tot een speciale rechtsvorm voor sociale ondernemingen, de BVm, Besloten vennootschap maatschappelijk. Ik zou ondernemers aanraden te onderzoeken hoe je zoiets bouwt. De basis is dat het kapitaal van de onderneming onvervreemdbaar wordt, zoals nu al in de stichtingsvorm het geval is. Als je die status hebt, dan hoef je ook niet meer uit te leggen dat je niet altijd maar gaat voor de laagste prijs. Dat moet dan gaan helpen bijvoorbeeld bij openbare aanbestedingen”.

Daar zeg je zoiets, de overheid als opdrachtgever, in hoeverre kiest die eigenlijk voor duurzaamheid?

“Laten we eerlijk zijn, we hebben de pepernoten nog steeds niet opgelost in de bouwsector. Zelf heb ik ook meegemaakt dat ik drie identieke inschrijvingen ontving voor de bouw van een nieuw laboratorium. Het is echt noodzakelijk dat de overheid zelf technische mensen in dienst heeft die in staat zijn goede functionele omschrijvingen te maken en te verifiëren. We moeten af van de prijsinkopers. En laten we zorgen dat de functionele eisen vernieuwend zijn richting duurzaamheid”. Zo uitgesproken kun je blijkbaar zijn als politicus, ook als lid van de regeringscoalitie.

Te veel en verkeerd gesneden op ‘handhaving’

De WEEE-wetgeving, voor de inzameling van elektronische apparatuur, kan er toe leiden dat bedrijven gedwongen worden producten te ontmantelen voor recycling terwijl via refurbishment, upcycling, een tweede leven voor hetzelfde product heel goed zou kunnen. Hoe kijkt U daar naar?

“Eerlijk gezegd zit ik niet zo in deze materie, maar als dat zo is, dan zou ik daar graag iets aan doen. Daar duik ik graag in. Is een lekker niet-sexy onderwerp voor de buitenwereld. Daar houd ik van. Ik begrijp dat een en ander Europees is vastgelegd, maar dat betekent niet dat we daar in Den Haag niets mee kunnen. Laten we daar nog maar eens over doorpraten”. Herkenning is er bij Bruins als we het hebben over het probleem dat bedrijven die zich volledig aan de wet houden op achterstand komen omdat er geen sancties worden opgelegd bij overtreders door gebrek aan handhavers bij de overheid. "Iets dergelijks heb ik gezien bij de brandveiligheid van kabels. Daar waren leveranciers en installateurs die zich aan de wet hielden duurder uit dan hun concurrenten. En er werd niet op toegezien. Onder de kabinetten Rutte 1 en Rutte 2 is er te veel en verkeerd gesneden op handhaving. Dat tij is nu gekeerd. Den haag moet de pakkans vergroten. Voor de arbeidsinspectie is al weer meer geld beschikbaar, maar ook in dat domein kan en moet het beter. Laat als bedrijfsleven maar zien wat er fout gaat”.

Conclusies in rapporten kloppen vaak niet

U verwacht toch niet dat branchegenoten elkaar gaan aangeven?

“Nee, dat zou naïef zijn. Maar Den Haag is soms wel wat naïef. We leven hier eigenlijk voor een belangrijk deel in een papieren werkelijkheid. Wat op ministeries en in de Kamer wordt bedacht werkt vaak heel anders uit in de praktijk of het werkt zelfs helemaal niet. Soms kun je ook helemaal geen kant op, zeker als je te maken hebt met Europese afspraken. Neem het besluit om 100 kilometer te gaan rijden. Dat doen we natuurlijk al. Je kunt op onze volle wegen helemaal niet harder rijden. Of de Tesla-verkoop die instort als de subsidie stopt. Als dingen zo gaan, dan is dat desastreus voor het vertrouwen in de politiek en, nog erger, in de overheid".

Als bèta-wetenschapper die gewend is rapporten ook echt te lezen, voelt Bruins zich soms een kat in een vreemd pakhuis. “Veel Kamerleden weten niet hoe rekenmodellen werken. Er wordt veel te veel vertrouwd op de conclusies in rapporten. Vaak kloppen die niet met de onderliggende cijfers. Maar die snapt men niet. Of Lelystad Airport Schiphol gaat ontlasten? Het rapport concludeert ronduit van wel. Uit de cijfers in dat rapport blijkt echter dat de werkelijkheid met mitsen en maren is omgeven. Natuurlijk moeten we rapporten gebruiken, maar om te praten over wat er in staat, niet om alleen de conclusies over te nemen. Dat is een hele klus, wat dan heb je iedere keer een technische briefing nodig. Maar als we dat niet doen gaan we spoken najagen”.

De diesel moet blijven

Staat het er zo slecht voor?

“Nou nee. Dit kabinet zet echt wel stappen. Vooral de move van belasting op arbeid naar het belasten van consumptie is een belangrijke trendbreuk, zeker ook in het kader van duurzaamheid. De vliegtaks, de grondstoffenbelasting, dat past hier allemaal in. We zullen nog wel verder moeten werken aan het eerlijker beprijzen van energie en grondstoffen. Zeker voor grootverbruikers is energie nog te goedkoop. Eerlijkere en hogere prijzen stimuleren innovatie bij energievretende processen. Overigens heb ik veel vertrouwen in de jonge generatie. Jongeren zien dat er van alles moet veranderen en geloven ook dat het kan”.

Als fractielid van één van de regeringspartijen is Eppo Bruins niet ontevreden. “Er is geleverd wat beloofd was. Sommige veranderingen gaan sneller en ander minder snel. Dat moet ook kunnen bij voortschrijdend inzicht. Moderne dieselmotoren kunnen slimmer en schoner zijn dan benzine, dus moet je je afvragen wat je wilt verbieden. Diesel is prachtige technologie, maar aanpassingen die kunnen moeten we ook doen”.

Het echte probleem ziet de volksvertegenwoordiger bij de ‘zware’ industrie. “Die bottleneck gaat aangepakt worden door de commissie Remkes. De internationale concurrentie is daar het hete hangijzer. Maar als je echt internationaal denkt, dan kunnen wij, samen met Vlaanderen en het Ruhrgebied zeker een voortrekkersrol vervullen. Met elkaar hebben we het grootste chemische complex ter wereld. Als er ergens duurzaamheid is te winnen, dan is het daar”.

Dit artikel is het eerste in een serie van drie over de impact van milieu en duurzaamheid op de waardeketen van industrie, bouw en installatie. Na deze weergave van een gesprek met parlementariër Eppo Bruins, volgen in de komende edities van Installatie Totaal nog twee artikelen. Daarin komen ondernemers aan het woord met hun ideeën en ervaringen uit de praktijk.

Reageren

Vul uw gegevens in en uw naam en reactie zullen worden getoond.
Dero-Uitgevers gaan zorgvuldig om met uw persoonsgegevens.
Bekijk het privacy statement