“We moeten in Nederland meters gaan maken!”

Geplaatst op 05 november 2018 door Redactie

Nederland wil in 2050 een volledig duurzame energievoorziening. Een die betaalbaar en betrouwbaar is. Hoe de energietransitie eruit gaat zien, is nog onduidelijk. De overheid ziet de warmtepomp als eerste opmaat. En dus vroegen we Peter Wagener, oud-voorzitter van de DHPA, een blik in zijn glazen bol te nemen. Volgens hem moeten we ervoor waken op elkaar te wachten. “We liggen achter en moeten nu eerst meters gaan maken.”

Eind vorig jaar stapte hij op als voorzitter van de Dutch Heat Pump Association (DHPA). Na 9 jaar vond de 58-jarige Peter Wagener het tijd voor verandering. Bovendien wilde hij zijn focus verleggen naar zijn bedrijf Business Development Holland (BDH). Onder zijn voorzitterschap groeide de branchevereniging uit naar 25 leden en is de DHPA voor tal van organisaties (woningbouw en utiliteit)nu het aanspreekpunt op het gebied van duurzame energiesystemen.

In 2030 moeten twee miljoen Nederlandse huizen van het aardgasnet af. In 2050 geldt deze verplichting voor alle huishoudens. Zijn deze overheidsdoelstellingen realistisch? En tegelijkertijd.., gaan ze eigenlijk wel ver genoeg?
“Ik denk dat deze ambities reëel zijn. Of ze ver genoeg gaan, is een morele kwestie. Maar als je Nederland vergelijkt met andere Europese landen en hun duurzame doelstellingen, dan zijn we bescheiden in ons streven. Bovendien, we liggen ruim achter op hen. Daarom wordt het tijd meters te maken. Niet langer twijfelen en polderen, maar aan de slag. Daarbij moeten we overigens niet uitsluitend de focus te leggen op het bereiken van de finish, de weg ernaar toe is minstens zo belangrijk.”

U bedoelt: hoe gaan we deze ambities waarmaken. Volgens de overheid is de warmtepomp het duurzame alternatief voor de cv-ketel. Is deze focus op warmtepompen terecht?
“Die vraag kun je uitsluitend beantwoorden door naar het huidige aanbod aan alternatieven te kijken. Dan praat je vooral over biomassa en warmtenet.

“Grotere zorgen maak ik mij om de houding van installateurs. Het gros is overwegend geïnteresseerd in de korte termijn.”

Bij biomassa vormt fijnstof de grootste spelbreker. Als je in de woningbouw straks miljoenen hout- of paletkachels moet gaan gebruiken, heb je een probleem met verbranding en uitstoot, tenzij je een peperdure centrale installatie hebt met een adequate rookgasinstallatie. Voor warmtenetten geldt: hoe voedt je deze? Met restwarmte uit de industrie of uit vuilverbranding. Dat lukt je misschien in Zuid-Holland en in de Randstad, maar niet in Harderwijk of in Appingedam. Dus ja, dan is de warmtepomp het meest geschikte alternatief op dit moment. Overigens, in de utiliteit vormen warmtepompen - met aardgas als back-up - al jaren de standaard. Het is vooral de woningbouw waar we met een kleine 200.000 warmtepompen achterblijven; dat moeten er straks miljoenen worden.”

Je zegt nadrukkelijk “op dit moment”, waarom?
“Omdat elk product een levenscyclus kent van gemiddeld 15 jaar. Dus heb je voor 2050 nog twee generaties tegoed van nieuwe producten. Ik ben ervan overtuigd dat de energie-transitie rond 2030 met nieuwe ontwikkelingen in warmtepompen – en deels ook andere technieken en dus tegen andere kosten – wordt vervolgd. Zoveel vertrouwen heb ik wel in innovaties als smartgrids en in bedrijven als Lennox en Carrier. Het vizier van dit soort fabrikanten is op dit moment sterk gericht op ontwikkelen en innovatie.”

Dus de fabrikanten zijn (straks)klaar om grote stappen te zetten; geldt dit ook voor bedrijven en particulieren?
“Dan heb je het vooral over bewustwording. Ik denk dat veel woningbezitters begaan zijn met duurzaamheid en milieu, net als ondernemers. Maar dit is toch vooral latent. Als je deze groep echt in beweging wil krijgen, moet je deze boodschap continu laten klinken en moet je hen in hun gedrag concreet stimuleren. Bijvoorbeeld met ISDE-subsidie, maar ook met duidelijke regels en voorschriften, zoals de energielabels. Tegelijkertijd moet je onophoudelijk bewijzen dat duurzame investeringen lonen: in een zuiniger energieverbruik en in lagere bedrijfskosten. Met name het MKB is daar terecht gevoelig voor.”

Je ziet dus vooral een rol voor de overheid?
“Nee, ook voor onze branche, en voor allerlei relevante influencers, zoals Nibud, Vereniging Eigen Huis, Consumentenbond, etc.. Zij moeten deze bewustwording realiseren en omzetten in concreet handelen. Daarbij geldt: alle kleine beetjes helpen. De grootste bedreiging is dat we op elkaar gaan wachten, op de grote verlossing: het technisch ultieme alternatief. Die komt er namelijk niet.”

Een andere bedreiging vormt de installatiecapaciteit: slagen installateurs erin vanaf nu jaarlijks minstens 250.000 warmtepompen te installeren in de woningbouw?
“Daar heb ik mijn twijfels over. Er zijn nu te weinig handjes en er is onvoldoende kennis bij hen op dit specifieke gebied. Het tekort aan mensen, los je niet 1,2,3 op. Op termijn verwacht ik hierin wel een verbetering, je ziet nu al groeiende belangstelling onder jongeren voor installatietechnische beroepen. Grotere zorgen maak ik mij om de houding van installateurs. Het gros is overwegend geïnteresseerd in de korte termijn: liever nu een opdracht scoren dan straks met gekwalificeerde medewerkers slimmer en winstgevender te werken. Je ziet nu dat deze rol deels wordt overgenomen door adviesbureaus. In de keten profileren fabrikanten zich steeds meer als kennis- en servicepartners.”

En de rol van energieleverancier? Hoe ziet deze eruit over 5, 10 jaar?
“Die krijgen het de komende jaren erg zwaar. Al is het maar omdat ons collectieve streven erop gericht is de huidige volumes te laten dalen. Daarnaast ontstaat er op tal van plekken een gezamenlijke decentrale opwekking; ook dat vermogen raken ze kwijt. Ik vermoed dus dat hun bijdrage in dit spel de komende jaren relatief beperkt zal zijn, in tegenstelling tot die van de netbeheerder. Die vervult straks de rol van energieprovider. Bij hen kun je over 10 jaar een energienet-abonnement kopen, te vergelijken met je huidige telefoonabonnement. Dan ga je waarschijnlijk op gemeentelijk niveau in een soort van smartgrid energie halen en geven, al naar gelang je behoefte. Wil je extra bijkopen, dan schaf je extra energiebundels aan, de ultieme flexibiliteit. De prijs die je hiervoor betaalt, kan sterk variëren en hangt af van de mate waarin jij op dat moment het energienet belast.”

Andere instrumenten die bepalend zijn voor het succes van de energietransitie in Nederland, zijn subsidie en energiebelasting. Hoe zet je beide optimaal in?
“Simpel, door genereus te zijn met het een en strak met de ander. Vooral MKB-ondernemers kennen lang niet alle financieringsregelingen en fiscale tegemoetkomingen op het gebied van duurzame energie. Zo schijnt de subsidiepot van de ISDE (zonneboilers, warmtepompen, installaties voor biomassa) nog goed gevuld te zijn. Tegelijkertijd kun je door de energiebelasting fors te verhogen - en dat is onvermijdelijk voor de komende jaren - ondernemers en woningbezitters stimuleren in actie te komen.”

Want in actie komen, is nu het credo?
“Absoluut. Zowel in utiliteit, als in woningbouw. Daarbij ligt er voor iedereen in onze branche een taak; van bewustwording tot innovatie en van samenwerken tot gezamenlijk belang.”

Tekst: Mart Rienstra


Reacties

Emile

14 november 2018 om 21.49 uur

Waarom hoor ik iedereen alleen maar spreken over warmtepompen.....? De all-electric mogelijkheden om woningen te gaan voorzien van infrarood warmtepanelen is qua investering aantrekkelijker, betere rendementen en terugverdientijden, en nog maar niet te spreken over de prettige warmte- en comfort voorziening; een fijne beleving. Wanneer gaat er meer aandacht komen voor deze oplossingen?

don platteel

14 november 2018 om 17.50 uur

Of de energie niet gebruiken die je niet nodig hebt met warmte wissellaars op douche water (in heel veel huizen de grootste energie gebruiker) gecombineerd met een Fresh-r lucht warmte wisselaar, deze werkt als enige gewoon door de nul graden Celcius heen. dan heeft een verwarming weinig meer te doen.

Henk B.

14 november 2018 om 17.15 uur

Ik woon zelf in een huis uit 1953, en heb in het verleden bij elke verbouwing ( 1995 en 2005) geïnvesteerd om op energie te besparen. In 2013 zonnepanelen geïnstalleerd, en in 2015 ook de gevelmuren nog geïsoleerd. Ben momenteel bezig met nieuwe slaapkamer/badkamer beneden, waarna mijn huis in de loop der jaren van energielabel G is opgewaardeerd naar minimaal C, en dan gereed om de volgende stap te zetten: de warmtepomp. Alle energie-gerelateerde investeringen zijn gemiddeld binnen 10 jaren terugverdiend. Belangrijk is de omslag in het denken. "wat het kost" is namelijk niet bepalend. Wel bepalend is "welke besparingen het oplevert". De focus moet veel meer liggen op een "transitie" in de denkwijze.

Oscar P.

14 november 2018 om 13.12 uur

Ik sluit mij aan bij Sjon. Er wordt continu gesproken over warmtepompen als de oplossing, maar voor bestaande panden met een cv-ketel moet je (té) fors investeren, terwijl waterstof of CH4 daar een mogelijke oplossing voor kan bieden (uiteraard afhankelijk van de productiekosten). Warmtepompen verbruiken ook veel energie (i.i.g. in bestaande woningen) maar i.p.v. gas verschuift het verbruik naar elektra. Mag je dat duurzaam noemen? Een 1-op-1 vervanging voor een cv-ketel is helemaal niet realistisch, alleen toepassing in nieuwbouwwoningen die ook echt daarvoor ontworpen zijn.

sjon belterman

13 november 2018 om 08.24 uur

ik hoor hier niemand praten over het grote alternatief, namelijk de waterstof c.v. ketel. is deze bewust buiten beeld gehouden.

Reageren

Vul uw gegevens in en uw naam en reactie zullen worden getoond.
Dero-Uitgevers gaan zorgvuldig om met uw persoonsgegevens.
Bekijk het privacy statement