Stookruimte voldoet vaak niet aan geldende eisen

Geplaatst op 18 juni 2019 door Redactie

Verbrandingstoestellen met een gezamenlijke nominale belasting van meer dan 130 kW bovenwaarde moeten volgens het Bouwbesluit worden opgesteld in een ruimte die is ingericht als stookruimte. Maar wat is precies een stookruimte en aan welke eisen moet die voldoen?

Kiwa biedt gebouweigenaren sinds enige jaren de Integrale Veiligheidsscan Vastgoed. Hierbij worden gebouwen onderzocht op bijvoorbeeld de aanwezigheid van asbest en legionella en de brandveiligheid en de veiligheid van bouwconstructies en technische installaties. Onlangs voerde Kiwa dit vastgoedonderzoek uit voor een grote woningcorporatie, met veel studentenwoningen en bedrijfsvastgoed in het portfolio. Hierbij werd vastgesteld dat de scheidslijn tussen een stookruimte en een ‘gewone’ opstellingsruimte in de praktijk niet altijd duidelijk is. En dat kan gevolgen hebben voor de veiligheid van gebouwen en installaties.

Stook- of opstellingsruimte?

Vrijwel elk gebouw in Nederland is uitgerust met een verwarmings- en warmwaterinstallatie. Om ervoor te zorgen dat die goed en veilig hun werk kunnen doen, worden er in het Bouwbesluit en de daaruit voortvloeiende norm NEN 3028 eisen gesteld aan dergelijke verbrandingstoestellen en de ruimten waarin ze zijn geplaatst. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen stookruimten en opstellingsruimten. Voor een opstellingsruimte is de plaatsing van een verbrandingstoestel vaak slechts een nevenfunctie. Zo hangt in veel huizen de cv-ketel op zolder of in een berging, ruimten die ook voor andere doeleinden worden gebruikt. En dat mag ook, zolang die andere doeleinden maar geen nadelige gevolgen hebben voor een goede en veilige werking van de stookinstallatie.

Brandcompartiment

Is de gezamenlijke nominale belasting van de verbrandingstoestellen in een ruimte echter groter dan 130 kW, dan wordt die aangemerkt als stookruimte. De hoofdfunctie van een stookruimte is de opstelling van verbrandingstoestellen en dus moet de ruimte voldoen aan de daarvoor geldende eisen uit de NEN 3028. Zo moet een stookruimte altijd zijn uitgevoerd als brandcompartiment. Dit betekent dat de wanden, muren en plafonds van een stookruimte voldoende weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) moeten hebben. Hoe groot de wbdbo van een gebouw moet zijn, hangt af van het gebruiksdoel. Daarbij geldt uiteraard dat hoe meer mensen er gebruik maken van een gebouw, hoe groter de brandwerendheid moet zijn.

Dwarsventilatie

Een ander belangrijk verschil tussen een stookruimte en een opstellingsruimte is dat voor stookruimten specifieke eisen zijn vastgesteld voor een noodafsluiter en noodschakelaars. Ook moet een stookruimte zijn voorzien van een zelfsluitende deur en moeten er maatregelen zijn getroffen die de verspreiding van eventueel ontsnappend gas tegengaan. Dat laatste betekent dat de ventilatie van een stookruimte een bijzonder aandachtspunt is. De afvoer van schadelijke gassen en de toevoer van verse lucht moet zó zijn geregeld dat optimale dwarsventilatie ontstaat. De toe- en afvoeropeningen moeten daarom voldoende uit elkaar zijn geplaatst. Als de toe- en afvoer worden uitgevoerd met ventilatiepijpen door het dak, moeten deze zijn voorzien van een kruiskap (luchttoevoer) en trekverhogende kap (luchtafvoer).

Uitzonderingen

Soms hoeft een verwarmingsinstallatie met een nominale belasting van meer dan 130 kW niet in een daarvoor speciaal uitgeruste stookruimte te worden opgesteld. Dat is bijvoorbeeld het geval bij direct gestookte luchtverwarmers, infraroodstralers en vervangingsluchtverhitters die worden gebruikt voor de verwarming van fabrieks- en sporthallen, werkplaatsen, etc. Op dergelijke ruimten zijn de eisen van een opstellingsruimte van toepassing, omdat ze door de functie die ze hebben moeilijk als stookruimte kunnen worden ingericht. Ook industriële installaties als ovens en drogers vormen uitzonderingen waarvoor specifieke eisen gelden.

Meer informatie?

Wilt u meer weten over de NEN 3028, de geldende eisen voor opstellings- en stookruimten of Kiwa’s Integrale Veiligheidsscan Vastgoed? Neem dan contact op met Theo Muselaers via theo.muselaers@kiwa.nl of 088-9983259. U kunt voor meer informatie natuurlijk ook terecht op www.kiwatechnology.nl.


Reacties

andre

29 juni 2019 om 23.07 uur

Een EBI'er die installatie keurt kan alleen opmerkingen maken van de stookruimte. Stookruimte afkeuren blijft een lastig iets, omdat de EBI'er geen bouwkundige is. Bouwkundige aspecten van de stookruimte is een lastig gebied.

P. Breet

20 juni 2019 om 16.14 uur

Stookruimte? Bij een gezamenlijk vermogen van 130 kW wordt een opstellingsruimte een stookruimte, Maar wat is gezamenlijk? indien de installaties niet met elkaar verbonden zijn, CV, elektrisch en regeling. De ketelszijn nu gesloten uitgevoerd . (concentrisch) De ruimte al tientallen jaren als ketelruimte gebruikt wordt en nog nooit brandvrij of gasdicht geweest is. Nu nadat de gemeente niet meer de eigenaar is moest daarna wel een Scios keuring verricht worden en ondanks de tekortkomingen toch goedgekeurd is voor gebruik. De inspecteur zag er een cascade verwarming(?) en wijst erop dat de tekortkomingen geen deel uitmaken van de inspectie volgens de Scios Certificatieregeling. Wat is zijn keuring meer dan ons onderhoud? Ik loop sinds 1954 mee in het vak en ben nu 43 jaar zelfstandige zonder certificering, met erkenning. Vr. Gr. P. Breet, Wieringerwaard. Wie keurt of keurt af?

Reageren

Vul uw gegevens in en uw naam en reactie zullen worden getoond.
Dero-Uitgevers gaan zorgvuldig om met uw persoonsgegevens.
Bekijk het privacy statement