Overheid, windowdressing en zoden aan de dijk

Geplaatst op 07 september 2020 door Redactie

‘Werk’ maken van duurzaamheid, hoe doe je dat als bedrijf? - deel 3 - door Kees Groeneveld

De wereld van duurzaamheid kent verschillende werkelijkheden. “We leven hier in Den Haag eigenlijk in een papieren werkelijkheid, dat zei Tweede Kamerlid Eppo Bruins in deel 1 van onze artikelserie over milieu en duurzaamheid in industrie, bouw en installatie. (Installatie Totaal editie april 2020).
In deel 2 verkenden we met zes mensen uit de bedrijfspraktijk de werkelijkheid in de installatie waardeketen. “Het is lastig om de juiste partners te selecteren, zeker bij magere winstmarges en korte termijn focus op kostenreductie.” “Wees open, laat me jouw business case zien.” “Bij mijn Amerikaanse producenten heb ik aangekaart dat ze moesten gaan betalen voor de kosten van inzameling en verwerking van de apparatuur die ze hier via ons verkopen. Dat doe ze nu ook. Je moet er echt over praten met elkaar in de keten.” Een paar citaten.
In dit derde en laatste deel van de serie gaat het gesprek met de ondernemers verder. De confrontatie van hun werkelijkheid met die van de overheid, regelgeving, subsidies, stippen aan de horizon. Wat is er aan het veranderen in de markt? Hanteren bedrijven een ‘marketingwerkelijkheid’, doen ze aan windowdressing? Waar zien we kansen op verbetering in de toekomst? Wat zet echt zoden aan de dijk?

Zes vertegenwoordigers van technische bedrijven rond de tafel spreken over wat zij beleven als het gaat over duurzaamheid. Elk van hen opereert op een andere plek in de waardeketen. Dat betekent dat ieder een eigen kijk heeft op hoe hijzelf, andere bedrijven en de overheid het beste de gezamenlijke verantwoordelijkheid  voor de leefomgeving kunnen  waarmaken. Natuurlijk blijft geld verdienen een voorwaarde. Maar eerst, “zorg dat je een verhaal hebt” en “gedegen beleid is belangrijker dan subsidies”.

"Technische bedrijven aan het woord"

Nog even een hernieuwde kennismaking met de gespreksdeelnemers. Willem Dikker Hupkes is dga van Blanken Controls, leverancier van instrumentatie voor temperatuur en druk en dienstverlener voor kalibratie en instrumentbeheer. Martijn van Helmond vertegenwoordigt aan tafel het landelijk  bekende installatiebedrijf Kuijpers. Dave van Braak werkte tot voor kort voor twee PepsiCo bedrijven in Nederland als manager sustainability & facilities. Piet van Veelen is oprichter eigenaar van Vedotec leverancier van sensoren, actuatoren en regelaars voor gebouwen. Als dga van recyclingbedrijf Van Gerrevink neemt Marc van Gerrevink deel aan het gesprek. LabMakelaar heet de onderneming van Kees de Rijke, gespecialiseerd in inkoop, refurbishment en verkoop van gebruikte laboratorium apparatuur en labinrichtingen.

Wat zijn de ervaringen van de bedrijven van onze gesprekspartners met de overheid op het terrein van milieu en duurzaamheid?

Het eerste woord dat oppopt is ‘toezicht’. Wordt er wel gecontroleerd of al die wetten en regels ook worden nageleefd? Lijden de ‘goeden’ niet onder de ‘slechten’? Willem Dikker Hupkes heeft er ervaring mee, ook als bestuurslid van de stichting RTA, de organisatie van de technologiebranches voor het retourneren van technologische apparatuur. “Nog maar een jaar of vijf geleden bleek dat de ILT, Inspectie Leefomgeving en Transport, voor heel Nederland nog pas één handhaver in dienst had voor het toezicht op het retourneren van elektronische apparatuur. Dat is wel iets meer geworden, maar de overheid is structureel niet bereid de kosten te dragen voor het handhaven van de wetten die worden uitgevaardigd.” Marc van Gerrevink bevestigt dat beeld. “Wij zien nog steeds schrootbedrijven die ongestraft buiten de wet opereren.” “Als overheid werk je er zo aan mee dat ‘free riders’succesvol kunnen zijn” meent Dikker Hupkes. Is dus inderdaad een onderwerp om nog eens te bespreken met Tweede Kamerlid Eppo Bruins, die daartoe eerder uitnodigde.
Kees de Rijke heeft een ander meningsverschil met de overheid. “Het Ministerie van Economische zaken geeft WBSO subsidie bij de aanschaf van apparatuur voor research & development. Als je dat voordeel aftrekt van de prijs, dan zit je ongeveer op de prijs van een gebruikt apparaat. Maar voor een refurbished instrument krijg je geen WBSO-subsidie. Toen ik de ambtenaren van EZ daar op aansprak kreeg ik totaal geen gehoor. Tussen de regels door wordt er dan gezegd dat men de aankoop dan maar moet opvoeren als zijnde nieuwe producten. Aan dergelijke vormen van fraude wens ik niet mee te werken. Uiteindelijk werkt het zo antiduurzaam. Je stimuleert de aanschaf van nieuw, in plaats van hergebruik.”

"WBSO-uitsluiting gebruikte apparatuur is antiduurzaam"

Aan tafel volgt een gesprek over subsidies. Zoals meestal, zijn ook deze ondernemers overwegend tegen subsidies: “Subsidie maakt lui”; “subsidie creëert een papieren werkelijkheid zoals bijvoorbeeld bij de aanschaf van elektrische auto’s”; “subsidie is altijd fraudegevoelig”. Dave van Braak ziet meer heil in het uitoefenen van druk door de overheid, met name bij grote bedrijven die veel energie verbruiken. “Als er verplichtingen worden opgelegd, dan moeten ook de grote multinationals wel. Veel lobbyclubs blijven maar vechten tegen energieheffingen. Dat begrijp ik niet.” Aan tafel is daar ervaring mee. Niet alle, maar wel veel brancheorganisaties bestaan bij de gratie van het tegenhouden van veranderingen, het beschermen van de positie van bestaande bedrijven, het remmen van innovatie in de markt.

"Hoe bereik je de stip aan de horizon?"

Martijn van Helmond legt de vinger bij de scheiding van beleid en uitvoering binnen de overheid. “Er worden stippen aan de horizon gezet, maar ik mis de uitleg over hoe we daar dan kunnen komen.” Kees de Rijke mist in dat verband ook een vertaling van de overheidsdoelstellingen naar het onderwijs. “Binnen Kuijpers doen we daar wel veel aan” vertelt Van Helmond. “We werken voortdurend allerlei scenario’s uit”.

Daarmee is het gesprek beland bij de vraag “wat doen we zelf in ons bedrijf?”

Het is de boodschap die Piet van Veelen wil meegeven. “Ga op jouw eigen plek doen wat goed is. Heb het niet over ‘hullie’.’’ Kees de Rijke wijst op de vereniging MVO Nederland voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Daarbinnen werken
ondernemers samen in werkgroepen ook aan duurzaamheidsscenario’s.” Willem Dikker Hupkes organiseert in zijn bedrijf ‘kennissessies’ voor allerlei verschillende betrokkenen.

"Installateur wordt hoofdaannemer"

“We proberen verschillende disciplines, loodgieters, installateurs, instrumentatiemensen, bewust te maken. Je moet jouw duurzaamheidsfilosofie voortdurend vertellen." Dikker Hupkes wijst ook op de veranderende rollen in de waardeketen: “Langzamerhand wordt de installateur of system integrator hoofdaannemer in plaats van het bouwbedrijf. Je moet je bewust worden van de mogelijkheden die dat biedt.” Martijn van Helmond beaamt het meteen. “Techniek wordt leidend voor het gebruik van een pand. Doe daar dan ook iets mee.”

Hoe oprecht is eigenlijk het praten en schrijven over duurzaamheid en milieuverantwoordelijkheid bij bedrijven en instellingen? In hoeverre is er sprake van window dressing, lippendienst, imago poetsen, zonder daadwerkelijke inhoud?

De mannen aan tafel zien wel wat schijnheiligheid. Martijn: “We zien dat wel om ons heen. Maar niet duurzaam werken is uiteindelijk de dood voor jouw bedrijf.” Met die stelling kwalificeert hij de tactiek van loze woorden als struisvogelpolitiek. Ook Marc van Gerrevink denkt dat. ”Je komt er als bedrijf niet mee weg.”  “Intrinsieke motivatie is belangrijk”, citeert Willem Dikker Hupkes parlementslid Eppo Bruins. “Bij veel bedrijven zie ik wel een duurzaamheidslabel op de website, zonder dat enige content herkenbaar is. Maar aan de andere kant, zelfs bij de grote energievreters  is duurzaamheid de laatste vijf jaar aan de orde, ook hier in de regio. In de provincie Gelderland worden de miljoenen uit de opbrengst van de verkoop van NUON nu ook aangewend voor verduurzaming.” “Als dat op de Noorse manier gebeurt, dan zijn er kansen” denkt Marc van Gerrevink. Noorwegen verdient jaarlijks vele miljarden aan de export van olie en gas en investeert veel geld in alternatieven. Overigens is nog niet duidelijk in hoeverre het door Noorwegen in de publiciteit gebrachte  voornemen om beleggingen in ‘fossiele bedrijven’ terug te trekken werkelijk is gerealiseerd.....

Waar hebben de gesprekspartners uit technisch georiënteerde bedrijven grote verwachtingen van als het gaat om duurzaamheid?

Martijn van Helmond meent dat er met de technologie die er nu al is al heel veel gerealiseerd kan worden. “Zonnepanelen, warmte/koude opslag, aquathermie, PCM, Phase Change Material, stoffen die energie afgeven, het is er allemaal. Dat kan jammer zijn voor de installatiewereld. Je hebt minder  installaties nodig, maar ook dat is duurzaam.” Dave van Braak verwacht veel van procesverbeteringen bij grote bedrijven. “Ik weet dat er nog 40% energieverbruik is te winnen als je de stoom van het bakken van chips binnen het proces houdt en  in warmtenetwerken brengt.” Daar heeft Dave nog steeds grote verwachtingen van.

"Meer doen met wat we hebben"

Willem Dikker Hupkes noemt block chain als nieuwe technologie waar hij duurzaamheidsverwachting aan koppelt. “Die technologie maakt decentrale energieopwekking makkelijker, door  de verrekening over smartgrids.” “Maar je begint wel eerst met energie-onvriendelijke datacenters” werpt Marc van Gerrevink tegen. “En netwerken zijn ook niet nieuw” weet Kees de Rijke. In de Rotterdamse regio ligt er al meer dan dertig jaar een stadsverwarmingsnetwerk  waar de tuinbouw zowel warmte van afneemt als aan levert.” Men is het eens, met wat we al voorhanden hebben, kunnen we nog heel veel verbeteren, verduurzamen.  

Een slotboodschap?

Marc van Gerrevink: “Liever een gedegen,  gedragen beleid, dan subsidies.” Martijn van Helmond: “Geef elkaar vertrouwen als partner en werk aan verandering van instelling.” Willem Dikker Hupkes: “Ga uit van je eigen drive, eerst in jouw eigen bedrijf. Breng de CO2 footprint, van je bedrijf  in kaart. Sorry, je hebt gelijk, het gaat niet over CO2, maar over jouw plek op de MVO-ladder. Hoe verantwoord ben je bezig. In elk geval, praat daar met elkaar over. Zorg dat je een verhaal hebt voor alle medewerkers om te kunnen vertellen op verjaardagen.” Dat geeft motivatie die beklijft, dat zet zoden aan de dijk, om de stijgende zeespiegel de baas te blijven.

Reageren

Vul de gegevens in en uw naam en reactie zullen op de website worden getoond. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
Dero-Uitgevers gaan zorgvuldig om met uw persoonsgegevens.
Bekijk het privacy statement