Hemelwater

Geplaatst op 19 februari 2020 door Redactie

Het voorjaar is begonnen. Vorig jaar liet vooral de zomer van zich spreken. Voor het eerst in de Nederlandse meethistorie zagen we veertigers op de thermometer. Wat het dit jaar wordt? Geen flauw idee, maar als ik een gokje moet wagen: Het wordt gewoon weer een warme zomer. De kans dat je daarmee goed zit is gewoon simpelweg het grootst. De meeste zomers zijn tegenwoordig warmer dan de norm.

Veel lastiger is de neerslag. Dat kan alle kanten uit gaan. Op basis van de door het KNI doorgerekende klimaatscenario’s voor Nederland krijgen we in de komende decennia nattere winters en mogelijk drogere zomers. Het signaal van de toekomstige zomers is echter onduidelijker dan de nieuwe winters. Met de zomers kan het qua neerslag eigenlijk nog alle kante op gaan. In het scenario waarbij de wereld sterk opwarmt, met minimaal 2 graden, zouden drogere zomers uiteindelijk toch de overhand kunnen krijgen. Maar voorlopig zijn natte zomers ook nog goed mogelijk.

Een ding lijkt sowieso duidelijk te zijn. We kunnen meer extremen in neerslag verwachten. In natte perioden wordt het risico op echt te veel water en dus wateroverlast groter. In droge perioden kan gebrek aan water juist een toenemend probleem worden. Verder valt er zeker tot en met 2050 jaarlijks meer regen dan in de vorige eeuw. Dat is nu ook al zo. In de vorige eeuw was gemiddeld over het land circa 750 millimeter de norm in een kalenderjaar Tegenwoordig zitten we al op rond de 860 millimeter. Toch een opmerkelijk verschil. De reden is vrij eenvoudig te verklaren. Het Nederlandse klimaat is al 2 graden opgewarmd. Warmere lucht kan meer vocht bevatten. Bovendien kan er bij hogere temperaturen meer verdampen. Een plus een is twee. Het kan meer en harder regenen.

Dat alles betekend nieuwe uitdagingen voor waterschappen. Maar ook voor bijvoorbeeld projectontwikkelaars en planologen. Hoe ga je om met waterberging. Bovendien moet hemelwater steeds vaker op het eigen terrein worden geborgen. En dus niet meer via het riool weg stromen. Op zich een goede zaak. Het is beter voor de natuur en beter om de volgende droogte aan te kunnen. Maar waterberging op eigen terrein of in de eigen tuin is niet altijd even eenvoudig.

De opbouw van de bodem speelt hier een belangrijke rol. Op zandgronden is de kans op wateroverlast in het algemeen klein. Behalve op plekken waar grote ondoorlaatbare (verharde) oppervlakten zijn geïntegreerd in het landschap. Iets dat in stedelijk gebied natuurlijk meer regel dan uitzondering is. Werken met wadi’s en doorlatende bestrating kan hier een afdoende maatregel zijn. Op kleigronden zijn de mogelijke problemen bij extreme of aanhoudende neerslag groter.

Zelf ondervind ik dit soort uitdagingen nu in de praktijk. De bouw van ons ecologische duurzame woonhuis vordert gestaag. Dat loopt allemaal prima volgens planning. Het huis is zo goed als waterdicht. Dat geldt echter ook voor de grond. Dat wil zeggen, op sommige plekken op het kavel blijft het water makkelijk staan. De bodemopbouw is deels klei. Maar er zitten ook extra harde of ondoorlaatbare lagen op enige diepte. De vraag is nu: wordt het een heel systeem van drainagebuizen (nogal een dure oplossing want het is een behoorlijk stuk grond), of gaan we de hele boel eerst tot meer dan 1 meter omwerken. En daarna de boel met kleine hoogteverschillen in goede banen leiden….wordt vervolgd.


Reageren

Dero-Uitgevers gaan zorgvuldig om met uw persoonsgegevens.
Bekijk het privacy statement