Voorkomen van binnenklimaatklachten: een utopie?

Geplaatst op 02 juli 2018 door Redactie

Installaties worden een steeds belangrijker onderdeel in gebouwen. Met het kiezen en ontwerpen van een juiste installatievariant is het duurzame karakter vandaag de dag natuurlijk een essentieel aandachtspunt. Toch is ook de behaaglijkheid een van de belangrijkste pijlers bij het ontwerpen of aanpassen van installaties. Het is een bewezen feit dat een gezond en behaaglijk binnenklimaat bijdraagt aan een comfortabel en gezonde werk- en woonomgeving, waarbij de beleving van de mens centraal staat. Of dit nu gaat om een schoolgebouw, kantoor, museum, of woningcomplex, dat maakt niet uit.

Binnenklimaat en beleving

Er wordt steeds vaker een relatie gelegd tussen de kwaliteit van het binnenklimaat en gezondheid. Temperatuur, luchtvochtigheid, (dag-)licht en geluid kunnen van grote invloed zijn op iemands welzijn. Daarom is de installatiekeuze passend bij het gebouw en zijn bestemming enorm belangrijk. Natuurlijk hebben wij bij een installatieontwerp voor een gebouw te maken met de gebruikelijk geldende normen en wet- en regelgeving aan welke prestaties minimaal moet worden voldaan. Maar het is toch uiteindelijk de beleving van de in het gebouw wonende en werkende mens, die bepaalt of zij tevreden zijn over het comfort en de behaaglijkheid. En natuurlijk heeft ieder mens zijn eigen beleving en referentiekader, waardoor er ook altijd verschillende uitkomsten zullen zijn.

“Uit diverse onderzoeken blijkt dat 70% van de klimaatinstallatie in gebouwen al binnen drie jaren na het installeren of inregelen niet meer naar behoren functioneren en/of ontregeld zijn.”

Naast alle uitgangspunten en meetwaarden, is de beleving dus een belangrijke factor, waarop de mens zijn leef- en werkomgeving waardeert en de kwaliteit beoordeelt. Voorkeuren voor bepaalde temperatuurinstellingen zijn allemaal elementen die voor iedereen weer anders zijn. Uit diverse studies blijkt, dat vooral een te hoge of een te lage temperatuur tot klachten leidt. Ook tocht, koudeval en een slechte luchtkwaliteit zorgen ervoor dat mensen zich niet prettig voelen in een ruimte. Sufheid, hoofdpijn, branderige en/of droge ogen, bedompte lucht en een droge mond zijn veel gehoorde ongemakken en er zijn zelfs een aantal gevallen bekend van ernstige allergie aanvallen.

Zijn behaaglijkheidsklachten te voorkomen?

Maar zijn klachten over het binnenklimaat of de behaaglijkheid dan wel te voorkomen? In ieder geval blijkt uit de diverse onderzoeken, dat het gewoon weg niet mogelijk is om iedereen in een gebouw tevreden te houden. 5% tot 10% zal altijd ontevreden blijven. Dit komt door de verscheidenheid aan mensen. Klachtenpatronen zullen er altijd zijn, maar het is van belang om te weten hoe we deze tot een minimum kunnen beperken. Naast de juiste gebouw specifieke installatiekeuze is het namelijk gedurende de exploitatie net zo belangrijk de behaaglijkheid zo optimaal mogelijk in stand te houden. Uit diverse onderzoeken blijkt dat 70% van de klimaatinstallatie in gebouwen al binnen drie jaren na het installeren of inregelen niet meer naar behoren functioneren en/of ontregeld zijn.

Dan is het niet zo gek dat er klachten ontstaan, die wel degelijk serieus genomen dienen te worden. Want wat je niet ziet kan er wel degelijk zijn. De beleving is hierin namelijk de graadmeter. Dus het meten en constant monitoren op de specifieke behaaglijkheid indicatoren is een must. Deze metingen en monitoring hebben dan een preventief karakter en hiermee kan men klachten en ontevreden medewerkers voor zijn door op tijd in te grijpen of installaties bij te stellen.

“Mensen vinden het van nature fijn om zelf invloed te kunnen uitoefenen op de temperatuur en ventilatie in de ruimte waarin ze verblijven.”

Naast een ontregelde installatie zijn ook wijzigingen in ruimtegebruik en slecht of geen onderhoud aanwijsbare oorzaken die ervoor kunnen zorgen dat er behaaglijkheidklachten ontstaan. Meer mensen in een ruimte dan oorspronkelijk bedacht bij het ontwerp, is vragen om problemen. Immers een hogere bezettingsgraad vraagt om meer capaciteit van de installaties. Zeker in deze huidige tijd, waarin installaties vanuit de duurzaamheidsgedachte en vanuit energetisch oogpunt niet meer over gedimensioneerd worden, is die capaciteit er niet.

Tijdens de exploitatie is het dan ook van groot belang om de kwaliteit van het klimaat zo optimaal mogelijk te houden. Deze kwaliteit is bepalend voor het tevreden houden van de gebruiker.
Verder blijkt dat het bieden van een mogelijkheid om de temperatuur zelf bij te regelen psychologisch gezien kan bijdragen tot het gevoel van comfort en behaaglijkheid. Want mensen vinden het van nature fijn om zelf invloed te kunnen uitoefenen op de temperatuur en ventilatie in de ruimte waarin ze verblijven. Dit kan heel gemakkelijk gerealiseerd worden door bijvoorbeeld een thermostaatknop te plaatsen, waarbij de mogelijkheid geboden wordt de temperatuur zelf van -3 tot +3 van de bij te stellen.

Hierin is vanzelfsprekend een taak weggelegd voor de facilitair manager, beheerder of eigenaar van het gebouw. Informatievertrekking en naast het opvolgen van de klachten is het met begrip en kennis van zaken noodzakelijk de bewaking van de kwaliteit van het binnenklimaat als een integraal proces te benaderen. De werking van de gebouw gebonden installaties dienen in relatie gebracht te worden met de energieprestatie, monitoring en kwaliteitsbewaking. Uiteindelijk bepaalt de mens de kwaliteit van zijn leefomgeving.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
Dero-Uitgevers gaan zorgvuldig om met uw persoonsgegevens.
Bekijk het privacy statement