De 80-20 regel

Geplaatst op 28 september 2020 door Redactie

De zomer van 2020 had het meeste kruit al vroeg verschoten. Na de zonnigste lente ooit gemeten, volgde een warme maand juni. Maar de toon werd gezet. De zon scheen geregeld maar buien kwamen ook steeds vaker op het toneel. En dan gaat het al gauw ‘van dik hout zaagt men planken’ tegenwoordig. Des te opmerkelijker als je bedenkt dat we begin juni nog aankeken tegen een extreem neerslagtekort. Boeren maakten zich zorgen om een herhaling van 2018. De natuur, niet overal even goed hersteld van de vorige zomers, ging op sommige plekken alweer in de verdediging. Sommige bomen begonnen zelfs hun bladeren al te dumpen. Uit voorzorg.

Maar goed, reeds in juni ging het roer om. Op tenminste 5 dagen viel er die maand wel ergens in het land meer dan 50 millimeter regen in korte tijd. Dat zijn hoeveelheden die ook in het vlakke Nederland al gauw problemen veroorzaken. Op z’n minst levert het leuke plaatjes op van ondergelopen straten. In tunnels hoopt het overvloedige regenwater zich op en kunnen soms ronduit gevaarlijke situaties ontstaan. Woningen die wat ongunstiger liggen en zich relatief net wat meer op een laagste punt bevinden, zijn uiteraard extra kwetsbaar voor overstroming. Ik kan me voorstellen dat er plekken in Nederland zijn waar het bij zware stortbuien steevast op dezelfde plekken tot problemen komt. En dat mensen ter plaatse de zandzakken het hele jaar door letterlijk of figuurlijk hebben klaar liggen.

Voor klimaatwetenschappers is het duidelijk genoeg. In een opwarmend klimaat worden we steeds vaker geconfronteerd met stortbuien in het zomerhalfjaar en perioden met overvloedige regen in het winterhalfjaar. Maar tegelijkertijd ligt extreme droogte in de toekomst ook vaker op de loer. Dus gemiddeld over het jaar wordt het niet perse alleen maar droger. Vanuit die wetenschap kunnen we gemakkelijk een pasklaar antwoord bedenken op deze toenemende problematiek. We moeten slimmer omgaan met het regenwater.

Concreet moeten we water beter gaan opvangen en langer kunnen vasthouden. Zodat we tijdens de droge perioden die vroeg of laat volgen, de opgebouwde waterreserves kunnen aanspreken. Veel minder regenwater moet via het riool verdwijnen. Immers, dan komt het uiteindelijk via rivieren en andere waterwegen uit bij de zee en zijn we het kostbare water kwijt voor wat betreft gebruik in welke vorm dan ook. In stedelijk gebied is veel te veel verhard oppervlak waar regenwater zo snel mogelijk wordt geloosd via het rioolstelsel. Meer groen en waterdoorlatende grond in stedelijk gebied is het antwoord. Wadi’s kunnen ook een mooie aanvulling zijn. Het komt de soortenrijkdom van planten en dieren ook ten goede. Bovendien is een stad met meer groen bij heet en zonnig zomerweer aangenamer qua temperatuur. Het hitte-eiland effect kan zich immers minder ontwikkelen.

Vrijwel iedereen kan zijn steentje bijdragen. Of beter gezegd, weg dragen. Wat mij betreft moeten we ook hier de 80/20 regel invoeren. Een tuin verdient past echt de naam tuin, als minstens 80% van het beschikbare oppervlak waterdoorlatend en liefst zo groen mogelijk is. Dus maximaal 20% is dan verhard met klinkers of terrastegels. De praktijk is op dit moment nog vaak andersom. Tuinen met meer dan 80% stenen komen nog veel te vaak voor. Dus, handen uit de mouwen. Het najaar is een perfecte tijd om gras te zaaien of graszoden te leggen, planten in de grond te zetten en bomen te planten. Succes!

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
Dero-Uitgevers gaan zorgvuldig om met uw persoonsgegevens.
Bekijk het privacy statement