Markt nieuws

De stimuleringsregeling voor duurzame energie (SDE+) wordt komend jaar aangescherpt, zodat er meer duurzame energie kan worden geproduceerd voor hetzelfde subsidiebedrag. Dat schrijft minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) donderdag 3 november 2011 aan de Tweede Kamer. Het bedrag dat beschikbaar is voor de regeling stijgt naar 1,7 miljard euro.

De stimuleringsregeling is zo opgezet dat verschillende vormen van duurzame energie met elkaar concurreren en producenten worden geprikkeld voor een zo laag mogelijk subsidiebedrag in te schrijven.

Voorrang
In 2012 krijgen producenten voorrang als ze genoegen nemen met een basisbedrag van maximaal 7 €ct/kWh voor elektriciteit, 48,3 €ct/Nm3 voor groen gas en 19,4 €/GJ voor warmte. Zolang er budget beschikbaar is, komen in volgende fases duurdere projecten aan bod. De basis van de SDE+ blijft ongewijzigd.

Evenwichtige mix van energie
De productie van duurzame energie is duurder dan fossiele energie, zoals gas en kolen. Het kabinet stimuleert de productie van duurzame energie op een economisch verantwoorde manier zodat het concurrerend kan worden. Minister Verhagen streeft naar een evenwichtige mix van energiebronnen waarin duurzame energie geleidelijk een steeds groter aandeel zal uitmaken. 'Op deze manier produceren we meer groene energie per uitgegeven euro. Hierdoor blijft groene energie voor burgers en bedrijven beter betaalbaar.'

Warmteprojecten
In 2012 komen voor het eerst ook warmteprojecten in aanmerking voor de SDE+. Warmte heeft veel potentieel om goedkoop duurzame energie op te wekken, net als elektriciteit die wordt geproduceerd en gebruikt in het eigen bedrijf. Daarnaast kunnen ook warmtekrachtkoppeling op basis van geothermie en vergassing voor het eerst meedingen. Dit zijn innovatieve technologieën die nog niet eerder in Nederland zijn gerealiseerd.

Resultaten 2011
In 2011 werd al in de eerste twee weken na de openstelling van de SDE+ voor circa 1,5 miljard euro aan aanvragen ingediend. Dit onderstreept de kansen die innovatieve ondernemers zien in de SDE+. Eén miljard euro gaat naar groen gasprojecten. Nagenoeg het volledige beschikbare budget van 1,5 miljard euro wordt toegekend aan projecten die productiekosten kennen van maximaal 9 €ct/kWh voor hernieuwbare elektriciteit.

Bron:
Agentschap NL
Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Uit een onderzoek van netbeheerder Enexis bij 900 van haar klanten blijkt dat de consument, op basis van de eerste gebruikerservaringen, een gemiddelde besparing van 75 euro per jaar met slimme meter producten verwacht. Bij gebruikers van de slimme meter in combinatie met een 'slimme thermostaat' is maar liefst 83% van mening dat het product helpt bij het meer inzicht krijgen in het energieverbruik. Bovendien verwacht men op jaarbasis gemiddeld 87 euro te besparen. Voor de gebruikers van de 'slimme stekkers' ligt het percentage iets lager, maar bedraagt de te verwachten besparing nog altijd ruim 60 euro per jaar.  

In het Enexis-onderzoek zijn naast bovenstaande consumenten met slimme meter producten ook consumenten zonder slimme meter betrokken. Uit de resultaten bij consumenten zonder slimme meter blijkt dat ruim 90% aangeeft energiebesparing belangrijk te vinden. Van de ondervraagden geeft 56% aan zijn of haar directe omgeving te stimuleren energie te besparen. De redenen voor energiebesparing zijn: minder geld uit willen geven en grip houden op de energierekening. Ook heeft ruim een kwart behoefte aan hulp en tips bij het besparen van energie en heeft een derde geen goed inzicht in de eigen energiekosten.

Over het onderzoek
Enexis is in 2010 met een project 'slim besparen op energie' gestart. Met dit project wil Enexis onderzoeken of de slimme meter daadwerkelijk kan helpen bij het realiseren van energiebesparing bij consumenten. Daarnaast wil Enexis laten zien dat de P1-poort op de slimme meter, waarmee consumenten hun eigen energieverbruik kunnen aflezen, ook echt werkt voor de klant. Daarom is Enexis begin 2011 bij 900 consumenten in haar verzorgingsgebied een onderzoek gestart. Hiervoor worden drie groepen onderscheiden: consumenten met een slimme meter in combinatie met extra communicatie (tips, nieuwsbrieven, website e.d.) en consumenten die daarnaast ook 'slimme stekkers' of een 'slimme thermostaat' gebruiken. Met 'slimme stekkers' heeft de consument inzicht in het energieverbruik per elektrisch apparaat, naast een totaaloverzicht van het gas- en elektriciteitsverbruik. Een 'slimme thermostaat' vervangt de huidige thermostaat van de consument en ook hiermee heeft men inzicht in het totale energieverbruik.

 

Huurders en huiseigenaren hebben behoefte aan een jaarlijkse controle die hun woning op een aantal basiselementen doormeet. Met name keuringen voor de verwarmingsinstallatie, de ventilatie en de elektrische installatie zouden de consument een hoop onrust besparen. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy.

  • Bijna tweederde consumenten wil keuring voor verwarmingsinstallatie
  • Huurders meest enthousiast over verplichte APK
  • Huizenbezitter wil meer dan huurder betalen voor keuring

Momenteel wordt 59% van de verwarmingsinstallaties in Nederland jaarlijks gecontroleerd. Slechts 26% van de consumenten geeft aan dat hun installatie niet wordt gecontroleerd.

Andere onderdelen van de woning worden beduidend minder vaak nagekeken. Het buitenschilderwerk wordt nog bij 44% gecontroleerd. Maar als er wordt gecontroleerd, gebeurt dit meestal maar eens in de vijf jaar. Verder wordt jaarlijks bij 23% van de woningen de ventilatie nagekeken en bij  21% het dak en de goten.

Toegevoegde waarde
Hoewel er niet altijd en even frequent gecontroleerd wordt, is men wel van mening dat een Algemene Periodieke Keuring (APK) toegevoegde waarde kan bieden.

 

Meer dan de helft van de bedrijven in de bouw zet duurzaamheid in als verkoopargument richting de klant. Vooral fabrikanten van bouwmaterialen doen dit veelvuldig. Tegelijkertijd vindt ruim zes op de tien bedrijven echter ook dat duurzaam bouwen over vijf jaar geen unique selling point meer is, maar een noodzaak.

Duurzaamheid drukt haar stempel steeds steviger op de bouwkolom. Duurzaam bouwen, Cradle2Cradle en CO2-reductie zijn een vast onderdeel geworden van het denk- en ontwikkelingsproces in de bouwsector. Bij gemiddeld 44% van de partijen in de bouwketen speelde duurzaamheid tijdens het laatste project in hoge mate een rol.

Duurzaamheid is door deze ontwikkeling voor veel bedrijven een verkoopargument geworden richting de klant. Ruim de helft van de marktpartijen geeft aan duurzaamheid hiervoor in te zetten. Vooral fabrikanten doen dit (78%). Van de advies- en bouwmanagementbureaus en ontwikkelaars zet 70% duurzaamheid in als verkoopargument richting de klant, terwijl zes op de tien installateurs dit ook doet. Onderaannemers gebruiken duurzaamheid het minst vaak als verkoopargument. Van deze partij doet echter nog altijd 35% dit wel.


Toekomst duurzaamheid
Duurzaamheid is de afgelopen jaren wereldwijd steeds belangrijker geworden. Het feit dat ruim de helft van de marktpartijen duurzaamheid inmiddels als verkoopargument richting de klant gebruikt, onderstreept dit. Deze massale omarming betekent echter ook dat bedrijven met een duurzaam karakter al lang niet meer uniek zijn binnen de bouwkolom. Als deze ontwikkeling zich doorzet, dan is duurzaam bouwen straks geen unique selling point meer, maar een license to deliver.
Marktpartijen onderschrijven deze ontwikkeling. Ruim zes op de tien partijen uit de bouwkolom is het (zeer) eens met de stelling ‘over vijf jaar is duurzaam bouwen geen unique selling point meer maar een noodzaak’. Dit geldt vooral voor partijen die duurzaamheid momenteel het vaakst als verkoopargument gebruiken: fabrikanten, advies- en bouwmanagementbureaus en ontwikkelaars. Iets meer dan één op de tien partijen denkt dat duurzaam bouwen over vijf jaar nog niet zo ver is dat het zijn onderscheidende vermogen kwijtgeraakt is.


Noodzaak
Voor marktpartijen in de bouwkolom liggen er momenteel nog voldoende kansen om duurzaamheid in te zetten als verkoopargument. Vanzelfsprekend moet hierbij eerst nagegaan worden of de groene eigenschappen van hun product of dienstverlening ook aansluiten bij de reële klantbehoeften van hun doelgroep. Maar in de komende jaren zal duurzaamheid veranderen van een unique selling point in een noodzaak voor partijen die nog in het selectieproces opgenomen willen worden. Partijen waarbij duurzaamheid op dat moment nog niet in de organisatorische genen zit, zullen op termijn uit het beslissingstraject vallen.

 

De eerste editie van Elektro Vakbeurs Venray kent goede voortekenen. Exposanten uit de branche elektrotechniek schrijven zich volop in voor de vakbeurs die op 6, 7 en 8 maart 2012 plaatsvindt in Evenementenhal Venray.

Met nog bijna een half jaar te gaan, lijkt de eerste editie van Elektro Vakbeurs Venray nog ver weg. Maar niets is minder waar. Beursorganisator van Elektro Vakbeurs Hardenberg en Venray, Marit Rothman, is erg tevreden over het verloop van deze nieuwe vakbeurs in Venray. ´Geluiden uit de branche laten horen dat er veel over Venray gesproken wordt. Het zijn positieve geluiden. Voor een nieuwe vakbeurs is het belangrijk dat het een aanloopperiode heeft waarin het zich kan ´nestelen´ binnen de branche en een plaats kan veroveren. Dat er zo enthousiast op gereageerd wordt, is voor ons een teken dat er veel potentie in zit.´

NEN vindt het een goed idee dat als het nieuwe Bouwbesluit op 1 januari 2012 af is, dit vervolgens op 1 april 2012 inwerking treedt. Dit geeft de markt de mogelijkheid om aan de nieuwe regelgeving te wennen en tegelijkertijd wordt de onduidelijkheid over de te hanteren regelgeving beperkt. Volgens de planning van NEN zijn alle normen waarnaar wordt verwezen voor het eind van het jaar gereed.

Minister Donner van BZK heeft op 24 oktober voorgesteld de inwerkingtreding van het nieuwe Bouwbesluit uit te stellen tot 1 april 2012. NEN is het met de minister eens dat het belangrijk is dat de bouwsector kan wennen aan de nieuwe regelgeving. Om onduidelijkheid over de te hanteren regelgeving te beperken pleit NEN er wel voor dat het nieuwe Bouwbesluit snel in werking treedt. Dit schept tevens duidelijkheid over de normen waarmee het best kan worden gewerkt. Daarom kan wat NEN betreft het Bouwbesluit op 1 januari 2012 worden gepubliceerd en vervolgens op 1 april 2012 in werking treden.

Een aantal stichtingen en brancheorganisaties hebben hun krachten gebundeld om te komen tot een eigentijds cursusinstituut. De naam is Academy NL geworden. Binnen deze organisatie zullen leergangen worden ontwikkeld ter bevordering van het vakmanschap binnen de werelden van bouw, installatie en onderhoud. Enerzijds werd geconstateerd dat in deze branches de ontwikkeling van nieuwe opleidingen en cursussen stagneerde. Anderzijds ontbrak het volgens Academy NL aan een opleidingspakket om energiebesparing en beperking van CO₂-uitsoot in de bouw structureel te bevorderen en tegelijkertijd de noodzaak van integraal denken en doen structureel aan te pakken. In deze vorm van innovatief opleiden ziet Academy NL haar toekomst.

Vijf vakgebieden
Academy NL gaat van start met leergangen in vijf vakgebieden. Deze vakgebieden krijgen ‘hun eigen academy’, te weten (in alfabetische volgorde) de LTV Academy, de Passief Bouwen Academy, de Ventilatie Academy, de (reeds bestaande) Warmtepomp Academy en de Zonne-Energie Academy. Op termijn is het mogelijk dat hier nog andere vakgebieden aan worden toegevoegd. Naast opleidingen binnen de specifieke vakgebieden wordt uiteraard ook gewerkt aan geïntegreerde opleidingen, met aandacht voor de samenhang van de vakgebieden.

Ontwikkeling en uitvoering
Voorzitter van de Stichting Academy NL is Ir. Chris Zijdeveld, die zowel voorzitter is van de stichtingen LTV en PassiefBouwen, als oud-voorzitter van de stichtingen HR Ventilatie en Warmtepompen. Academy NL houdt zich voornamelijk bezig met de ontwikkeling van opleidingen, cursussen, in company trainingen en bijscholingen. Voor de uitvoering wordt samengewerkt met specialistische partners.  Academy NL gaat van start met drie samenwerkingspartners, te weten DWA (energie, installatie), KPE (bouw, makelaardij) en PMIA/TU Delft (architectuur, bouwfysica). Ook hier wordt gedacht aan uitbreiding van partners.

 

De vraag naar duurzame materialen in Europa groeit. De vraag van de opdrachtgevers naar duurzame materialen is niet alleen groter, maar ze zijn ook bereid om meer te investeren in duurzaamheid. Dit en meer blijkt uit de European Architectual Barometer, een onderzoek dat elke drie maanden onder 1.200 architecten in Europa wordt uitgevoerd.

De architecten uit bijna alle landen, behalve het Verenigd Koninkrijk en Italië, geven aan dat steeds meer opdrachtgevers naar duurzame producten vragen.

De grootste bereidheid om in duurzaamheid te investeren is te vinden onder opdrachtgevers uit Duitsland (53%) en Frankrijk (52%) omdat men van de investeringen zoals deze op de lange termijn kan profiteren of omdat klanten de voordelen hiervan inzien.

Vooral in Duitsland, Frankrijk en Nederland is de vraag naar duurzaamheid het meest gestegen in vergelijking met Q3 2010. Meer dan de helft van de opdrachtgevers in Duitsland (53%) en Frankrijk (52%) geven momenteel aan meer te willen investeren in duurzaamheid, terwijl dit in Q3 2010 slechts om iets meer dan een kwart (26%) van de opdrachtgevers ging.

Ook in Spanje en Nederland is het aantal opdrachtgevers dat naar duurzaamheid vraagt en bereid is om hier meer voor te betalen sterk gegroeid ten opzichte van Q3 2010 (Spanje: van 5% naar 22%, Nederland: van 24% naar 34%).

Aan de andere kant is de bereidheid van de opdrachtgevers meer voor duurzame producten te betalen gedaald in het Verenigd Koninkrijk (van 26% naar 18%) en Italië (van 26% naar 20%). Italië ervaart momenteel één van de moeilijkste periodes in de bouwsector wat een reden kan zijn voor dit resultaat.

Willingness to invest in sustainable materials, Q3 2010 (in %, n=1,200) Demand for sustainable materials and willingness to invest in it, Q3 2011 (in %, n=1,200) 26 26 24 26 5 26

Alle 7,3 miljoen huishoudens in Nederland gebruiken drinkwater dat met groene energie is gezuiverd en gedistribueerd. De drinkwatersector gebruikt groene energie in alle productie- en distributieprocessen. Ten opzichte van conventionele energie resulteert dit in een besparing van 150 miljoen kilo CO2, wat gelijk staat aan de jaarlijkse uitstoot van 60.000 auto’s.

De sector is een van de eerste sectoren, die volledig duurzame energie inzet. En, het groene denken van de sector gaat verder. Inmiddels wordt voor 99,8 procent van de reststoffen die tijdens drinkwaterproductie vrijkomen een nieuwe toepassing gevonden. Zo worden kalkkorrels onder andere gebruikt als bodemisolatie van huizen en verwerkt in cola- en bierflesjes en groentepotten.

Natuurlijke energiebronnen
De drinkwaterbedrijven maken op eigen initiatief voor 100% gebruik van natuurlijke energiebronnen, zoals zon, wind en waterkracht om daarmee de oliereserves te ontzien. De sector loopt hiermee vooruit ver vooruit op de plannen van het kabinet om met de samenleving de in het regeerakkoord genoemde green deal af te sluiten.

Innovaties
De sector investeert voortdurend in duurzame technieken. Naast het inkopen van groene energie voeren drinkwaterbedrijven ook energiebesparende projecten uit en wekken ze zelf energie op. Voorbeelden hiervan zijn zonnepanelen op daken van zuiveringsstations en eigen windmolens.

De sector blijft zich ontwikkelen op dit gebied. Zo zal in 2012 methaangas worden opgevangen dat vrijkomt tijdens het oppompen van grondwater. Het gas kan onder meer dienen als brandstof voor auto’s. Andere bedrijven hebben zich ten doel gesteld in de nabije toekomst volledig CO2 neutraal te worden, mede door energiereductie en eigen energievoorzieningen.

Hieronder vindt u informatie over de subsidieregeling Duurzame Mobiliteit (Mobiliteitsvoucher regeling). Deze subsidie is in het leven geroepen door het ministerie van Infrastructuur en Milieu (via Agentschap.NL voorheen SenterNovem). Het doel van de mobiliteitsvoucher is om MKB ondernemers met 25 tot 250 medewerkers gratis te laten onderzoeken hoe de medewerkers slimmer kunnen reizen en werken. Ook voor de implementatie van adviezen wordt er een tegemoetkoming verstrekt. Perfecqt B.V. heeft adviseurs die door Agentschap NL zijn aangewezen om scans en implementatietrajecten voor u te mogen uitvoeren. Hieronder lichten wij deze regeling graag aan u toe;

» Elke onderneming met minimaal 25 tot maximaal 250 werknemers op de loonlijst komt in aanmerking voor deze subsidieregeling (binnen een groep kan het dus zijn dat er meerdere B.V.’s in aanmerking komen).

» De subsidie regeling bestaat uit een kleine en grote mobiliteitsvoucher. De kleine mobiliteitsvoucher
vertegenwoordigt een waarde van € 1.500,- Hiermee kunt u de MobiliteitsScan laten uitvoeren. De scan geeft u antwoord op de vragen:

o welke voordelen zijn er te behalen?
o Welke maatregelen zijn hier voor nodig?

Dit onderdeel is voor uw bedrijf dus geheel kosteloos. De kleine mobiliteitsvoucher kent een geldigheidstermijn van 3 maanden na toekenning.

» De grote voucher vertegenwoordigt een maximale waarde van € 4.500,- Hiermee kunt u (indien u dit wenst, u bent immers niets verplicht) ondersteuning krijgen om de voorgestelde maatregelen uit de MobiliteitsScan ook te implementeren. Dit is voor 2/3 kosteloos tot een maximum van € 4.500,- (hetgeen overeenkomt met een implementatiebudget van € 6.750,-). De grote mobiliteitsvoucher kent een geldigheidstermijn van 6 maanden na toekenning.

» U kunt, middels de ingesloten machtiging, Perfecqt toestemming verlenen om namens u de subsidie aan te vragen. Dit kost u niets en u heeft er geen omkijken naar. U verstrekt ons de bijgevoegde machtiging en wij starten dit subsidietraject voor u op. De periode van aanvraag tot en met toekenning van de subsidie duurt gemiddeld zo’n 2-4 weken (max. 8 weken).

» Zodra de subsidie voor uw onderneming is toegekend, nemen wij contact met u op voor het maken van een afspraak voor de MobiliteitsScan. Wij komen naar uw locatie toe. Het informatie gesprek waarin de mobiliteitsadviseur samen met u de benodigde gegevens verzamelt duurt niet langer dan 1 a 1,5 uur. Vóór het gesprek vragen wij u nog wel om informatie, om zo tot op uw specifieke situatie afgestemde advisering te kunnen komen. Overigens leert de ervaring dat deze informatie vaak al voorhanden is of anders eenvoudig te achterhalen is.

» Op basis van de scan en de aangeleverde gegevens wordt een Mobiliteitsrapportage gemaakt, inclusief conclusies en aanbevelingen voor het verbeteren van bereikbaarheid en structurele kostenbesparing. Dit eerste advies ontvangt u binnen 3 weken na het informatiegesprek. Tot hier is het traject voor uw bedrijf dus geheel kosteloos.

» Indien u ervoor kiest (u bent immers niets verplicht), om aanbevelingen en maatregelen uit de MobiliteitsScan ook te gaan implementeren, gebruikt u hiervoor de grote voucher. Wilt u hierover meer weten dan licht onze mobiliteitsadviseur dit graag aan u toe tijdens het informatie gesprek.

» Door het ‘op-is-op’ karakter van de regeling adviseren wij om direct de kleine en grote voucher zeker te stellen. De ingesloten machtiging kunt u ingevuld per email aan ons retourneren. Wij starten het subsidietraject dan voor u op. Mocht u vragen hebben dan staan wij u graag te woord. U kunt ons bereiken onder telefoonnummer 079-760 0 760 of via email; info@perfecqt.com

 

Perfecqt B.V.
Rokkeveenseweg 49
2712 PJ Zoetermeer
www.go4mvo.nl

 

Hier voor Machtiging Subsidieprogramma Mobiliteitsvouchers

 

 

Van 7 tot en met 10 maart 2012 vindt de SHK ESSEN, vakbeurs voor sanitair, verwarming, klimaattechnologie en hernieuwbare energieën plaats. De voorbereidingen zijn in volle gang en momenteel ligt het aantal boekingen al boven dat van vorig jaar.
Op het gebied van sanitair biedt de deze vakbeurs een compleet overzicht van de markt. Alle bekende Duitse en talrijke internationale exposanten hebben zich aangemeld.
Tot de zwaartepunten van de SHK ESSEN 2012 behoort een uitgebreide speciale presentatie over warmte-krachtkoppeling. Fabrikanten met marktrijpe technologieën zullen deze presenteren en de toepassing ervan uitleggen. Bovendien krijgen de bezoekers in Essen alle informatie rondom de warmtepomp en zijn er ook producten verkrijgbaar; in z’n geheel presenteert de sector hernieuwbare energieën zich duidelijk groter.
Op de eerste beursdag, 7 maart 2012, zal er wederom een BeNeLux-dag worden georganiseerd. Vooral vakmensen uit de aangrenzende buurlanden worden voor deze dag uitgenodigdom de SHK ESSEN te bezoeken. Talrijke exposanten hebben toegezegd, dat er deze dag ook een Nederlands- en Franssprekende adviseur in hun stands aanwezig zal zijn.

 

Volgend jaar zijn de Installatie Vakbeurzen weer te vinden in Hardenberg, Gorinchem en Venray. De eerste editie is in maart en zal weer in Evenementenhal Gorinchem plaats vinden. Op 13, 14 en 15 maart 2012 vindt zowel Installatie Vakbeurs als Klimaatvak plaats. De organisatie is volop bezig met het invullen van deze vakbeurs en er wordt zelfs een ‘Koude & Klimaatstraat’ georganiseerd.

Op Klimaatvak bevinden zich producten en diensten in de airconditioning, luchtbehandeling en koudetechniek. De NVKL heeft tezamen met Evenementenhal een overeenkomst gesloten voor de organisatie van een ‘Koude & Klimaatstraat’ op Klimaatvak Gorinchem. Er komt een speciaal gedeelte waar de koude- en klimaattechniek zich gaat concentreren. De straat krijgt een aparte, opvallende uitstraling en elke deelnemer die NVKL-lid is, ontvangt nog wat extra’s. Bij het reserveren van een stand voor 2012 kan het bedrijf aangeven of dat in deze straat mag zijn. Tevens is deze ‘Koude & Klimaatstraat’ ook terug te vinden op Installatie Vakbeurs Venray en Hardenberg volgend jaar.

Naast Klimaatvak vindt ook Installatie Vakbeurs Gorinchem plaats. Hier kunnen bezoekers informatie en producten vinden op het gebied van verwarmingssystemen, meet- en regelapparatuur, sanitair, bevestigingsmaterialen en overige branchegerelateerde producten. Door deze vakbeurzen jaarlijks te combineren wordt het zowel voor de exposanten, als de bezoekende bedrijven, een zeer compleet evenement. Dagelijks is de vakbeurs geopend van 13.00uur tot 21.00uur.

Noteert u vast in uw agenda;

Klimaatvak / Installatie Vakbeurs Gorinchem   13, 14 en 15 maart 2012
Installatie Vakbeurs Venray                                 17, 18 en 19 april 2012
Installatie Vakbeurs Hardenberg                         11, 12 en 13 september 2012 

Heeft u interesse om als exposant deel te nemen in Gorinchem, Venray en/of Hardenberg, kunt u contact opnemen met de organisatie, Rian Striper op telefoonnummer; 0523-289874, of per e-mail; rianstriper@evenementenhal.nl.

Op woensdag 12 oktober is de Nederlandse Brancheorganisatie voor GebouwAutomatisering opgericht. Onder de vleugels van FHI, federatie van technologiebranches en op initiatief van LonMark Nederland en BACNet spraken achttien vooraanstaande marktpartijen uit dat zij zich gezamenlijk willen gaan manifesteren. Piet van Veelen, dga van de firma Vedotec, kreeg als initiatiefnemer alle aanwezigen achter zich na de presentatie van de missie en visie. “De wereld is aan het veranderen. Maatschappelijke doelen als duurzaamheid, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen vragen om een gezamenlijke aanpak, met behoud van gezonde concurrentieverhoudingen. Elkaar opscherpen qua integriteit en betrouwbaarheid hoort daar bij” aldus de voorlopige voorzitter van de nieuwe brancheorganisatie.

“Het gaat om de businesscases van bouwers, beheerders en gebruikers van gebouwen. Wij zullen bij hen moeten aantonen, tussen de oren zien te krijgen, dat een adequaat automatiseringssysteem voor een gebouw net zo essentieel is als de fundering en het dak” zo verwoordde Rogier van Dis van Schneider Electric de boodschap van de werkgroep die de oprichting voorbereidde.

Vooralsnog zijn fabrikanten, leveranciers, integratoren en installateurs van gebouwautomatiseringssystemen en de meest relevante advies- en engineeringsbureaus uitgenodigd om zich aan te sluiten bij de organisatie. In een later stadium worden ook ICT-specialisten geïnviteerd. Met de LonMark- en BACNet organisatie zal de brancheorganisatie voor GebouwAutomatisering formele verbindingen aangaan. Met tal van andere stakeholder-organisaties wil men samenwerking zoeken op basis van activiteiten.

Na de huldiging van de firma Imtech Building Services als bedrijf dat zich als eerste formeel aanmeldde, volgden alle andere aanwezigen het voorbeeld: Air-Traxx, Celsius Benelux, Cofely, Croon Elektrotechniek, HC Groep, Honeywell Building Solutions, Kropman Installatietechniek, Regel Partners, Rensen Systeem Integratie, Royal Haskoning, Saia-Burgess Benelux, Siemens Nederland, Simac Quadcore, Unica Regeltechniek, Vedotec en Wolter & Dros Groep.
Na de gang naar de notaris zal de brancheorganisatie per januari 2012 formeel worden opgericht.

De visvriendelijke pomp van Pentair Nijhuis is winnaar van de Aquatech Innovation Award.  De prijs wordt al vele jaren uitgereikt aan het meest innovatieve product, dienst of oplossing in de waterbranche. Naast de overall winnaar, zijn Ingrepro, Capilix BV, Nano H2O en Pentair X-flow aangewezen als winnaar van een Category Award.  De winnaar werd bekend gemaakt tijdens de officiële Openingsceremonie van de International Water Week in Amsterdam RAI.

Research en ontwikkeling op het gebied van water is van levensbelang voor de toekomst van elk bedrijf, maar ook voor de wereld. Deze prijs stimuleert vele organisaties zich te innoveren en te onderscheiden van de concurrentie.

Winnaars

De categoriewinnaars van de Aquatech Innovation Award are:

  • Categorie ‘Water treatment’: Ingrepro Renewables BV - Ingrepro AlgaeBioReactor (ABR)
  • Categorie ‘Innovation not to market yet’: Pentair X-Flow - X-Flow HF Nano
  • Categorie ‘Process Control & Automation’: CapiliX B.V. - Qwatch
  • Categorie ‘’ Transport & Storage’: Pentair Nijhuis - Fish-friendly pump - 100 percent safe for eel
  • Categorie ‘Water supply (íncl. POU): NanoH2O - QuantumFlux  

Pentair is erg blij met de prijs. “We zijn verguld dat we hebben gewonnen, na twee jaar ontwikkeling is de technologie nu volwassen en wordt deze gebruikt door een aantal klanten”, aldus Jürgen von Hollen, Vice-President CPT Water van Pentair. “Het laatste jaar is er veel getest bij een waterschap en is er veel tijd en energie in het product gestoken door het team van Pentair Nijhuis”. Von Hollen legt uit dat de Fish-friendly pomp te zien is op de stand van Pentair, waarbij het product verder wordt toegelicht, zodat bezoekers de werking van de pomp kunnen zien.

Het belang van watertechnologie voor de complexe problemen van onze planeet is duidelijk. Denk bijvoorbeeld aan waterschaarste. De beschikbaarheid van schoon drinkwater voor iedereen in de wereld is een belangrijke voorwaarde voor economisch, sociaal en fysiek welzijn. Ook in de industriële sector is waterschaarste een issue, net als de mogelijkheden voor kostenbesparing door middel van een optimale waterstrategie. Water vraagt daarom ook om voortdurende vooruitgang en de Aquatech Innovation Award stimuleert organisaties om creatief te blijven in het zoeken naar oplossingen.

De Aquatech Innovation Award is sponsor van AMREF Flying Doctors. De opbrengsten van alle inzendingen worden gedoneerd aan het Mtwara water project in Tanzania.  

Nieuw licht op de Nachtwacht
Vanaf 26 oktober baadt één van de meest beroemde schilderijen ter wereld in een nieuw licht. Philips, Founder van het vernieuwde Rijksmuseum, heeft de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn aangelicht met innovatief LED-licht, dat de kleuren optimaal doet uitkomen en dat veel duurzamer en zuiniger is. Met dit project bestendigen de twee Masters of Light de intensieve samenwerking gericht op gezamenlijke innovatie op het gebied van LED-belichting. Het Rijksmuseum en Philips zetten daarmee de nieuwe standaard in museumverlichting.

De samenwerking voor een aanvullende periode van vijf jaar werd in het Rijksmuseum bezegeld door Frans van Houten, CEO van Philips, en Wim Pijbes, hoofddirecteur van het Rijksmuseum. Daarbij was de Nachtwacht opnieuw aangelicht door Philips met innovatieve LED-verlichting in combinatie met een geavanceerd lichtregelsysteem. De nieuwe verlichting draagt ondermeer bij aan het verminderen van het energieverbruik van het Rijksmuseum.

De LED-techniek is nu zo ver ontwikkeld dat het Rijksmuseum deze innovatie omarmt. De kleurweergave van de nieuwe lampen is optimaal, de objecten komen nog mooier ‘uit de verf’. Een vergelijking met de halogeenspot, geroemd om de warme kleur en het grote spectrum, wordt makkelijk overtroffen.

Frans van Houten, CEO van Philips: “Ik ben er trots op dat wij intensief hebben kunnen samenwerken om een eeuwenoud en wereldberoemd meesterwerk met de modernste technologie te verlichten. Ik kijk er naar uit om deze samenwerking te vervolgen met het Rijksmuseum, dat een even imposante geschiedenis heeft als Philips en dat een wereldwijd begrip is waar innovatie even hoog in het vaandel staat als bij ons.”

Wim Pijbes, hoofddirecteur van het Rijksmuseum: ‘Voor mij als directeur van het museum van Nederland is Philips de gedroomde keuze om nieuw licht te schijnen op onze Gouden Eeuw’.

http://www.lighting.philips.nl/connect/ledsignalen/ledsignalen_november_2011_rembrandt.wpd

Twee maal per jaar organiseert de NVOE (Nederlandse Vereniging voor Ondergrondse Energieopslagsystemen) een themabijeenkomst waar een breed publiek wordt geïnformeerd over belanghebbende zaken die met ondergrondse energieopslag te maken hebben. De eerstvolgende themabijeenkomst zal plaatsvinden op1 december 2011 in het Hotel Houten te Houten.

Als thema voor de bijeenkomst op 1 december 2011 is gekozen voor:Bodemenergie in de bestaande bouw.
De Themabijeenkomst start om 13.00 uur met een inloop lunch aan en zal duren tot ca.17.00 uur. Aansluitend wordt de mogelijkheid geboden om onder het genot van een drankje en een hapje na te praten.

 

Thema: Bodemenergie in de bestaande bouw

De kansen om in de komende jaren te komen tot verdergaande energiebesparing zullen voor een groot deel in de bestaande bouw gezocht moeten worden. Ook voor bodemenergie-systemen liggen daar de nodige kansen en uitdagingen. De vraag hierbij is, wat zijn dan die kansen voor bodemenergie-systemen en hoe gaan we daarmee om?
Tijdens de NVOE Themabijeenkomst zal aan de hand van een aantal inleidingen en projectvoorbeelden verder op worden ingegaan en met elkaar discussiëren. Dit biedt goede voorwaarden voor  een boeiende en leerzame middag.

Voor deelname aan de NVOE themabijeenkomst op 1 december 2011 kunt u zich aanmelden via de NVOE website: www.nvoe.nl/themabijeenkomsten

Een uitgebreid aanbod van merken en producten en een goede verkoopbenadering zijn volgens consumenten de belangrijkste aspecten van een showroom voor sanitair. Detaillisten en installateurs kunnen hun showroom vaak nog beter afstemmen op deze wensen en behoeften.

Van de Nederlandse consumenten oriënteert iets meer dan de helft zich op nieuw sanitair door een winkel of een showroom te bezoeken. Het belang van een showroom die goed is afgestemd op de wensen van de consument is daarom groot.

Aanbod en verkoopbenadering
Aan consumenten is gevraagd welke aspecten zij belangrijk vinden bij een bezoek aan een showroom van sanitair. Hieruit blijkt dat met name het aanbod en de verkoopbenadering erg belangrijk zijn. Een ruim aanbod van sanitair wordt door 64% van de consumenten genoemd. Daarnaast vindt 46% van de consumenten een ruim aanbod aan merken belangrijk. Bij de verkoopbenadering zijn deskundig personeel, geen agressieve verkooppraatjes, vriendelijk personeel en personeel dat de tijd neemt voor de consument belangrijke aspecten.

Het is voor consumenten minder vaak belangrijk dat er voldoende personeel aanwezig is. Consumenten ervaren het blijkbaar niet als storend wanneer ze even moeten wachten tot ze geholpen worden. Als ze vervolgens maar wel deskundig en vriendelijk te woord worden gestaan. De uitstraling van de showroom is daarnaast minder belangrijk dan het assortiment en de kunde. Een luxe uitstraling wordt slechts door 4% van de consumenten genoemd.

Minister Schultz (infrastructuur) komt voorlopig niet met rendementseisen voor gesloten energiesystemen die gebruikmaken van warmte en koude in de ondergrond. Dat schrijft ze in een brief over het Besluit bodemenergiesystemen dat volgend jaar moet ingaan.
Schultz stelt in haar brief dat ze in deze fase van de regulering nog geen rendementseisen kan stellen. De mogelijkheid hiervan wordt nog wel onderzocht.
De Nederlandse Vereniging voor Ondergrondse Energieopslagsystemen (NVOE) gelooft niet in één rendementseis. “De hoogte van de prestaties hangt van teveel factoren af. Natuurlijk streven wij ook naar zo hoog mogelijke rendementen, maar die bereik je niet met één algemene eis”, verklaart Marette Zwamborn, bestuurslid van de NVOE. Ze benadrukt dat er voor cv-ketels en koelmachines ook geen rendementseisen zijn.

Problemen
Problemen met wko-systemen komen regelmatig voor. In juli beloofde minister Donner (wonen) nog dat de nieuwe regels die zouden bestrijden. Hij reageerde toen op vragen van de VVD, naar aanleiding van een onrendabel, ondergronds systeem in De Teuge, een Zutphense woonwijk.
Hoe vaak het misgaat, durft minister Schultz niet te zeggen. “Helaas kan ik u niet voorzien van percentages, aangezien niet bekend is waar alle gesloten bodemenergiesystemen zijn geïnstalleerd.”
Zwamborn weet dat ook niet. Desgevraagd ontkent ze stellig dat het slagen van een bodemenergiesysteem een lot uit de loterij is. “Er zijn weinig installaties die helemaal niet functioneren. Het komt wel vaker voor dat een systeem uiteindelijk niet doet wat er vooraf is beloofd. Daarom werken wij aan een systeem met erkende aannemers. Volgend jaar hopen we daar meer over te kunnen vertellen.”

Simpeler
Met het Besluit bodemenergiesystemen tracht minister Schultz ook het ontwerpen en bouwen van bodemenergiesystemen te stimuleren. De NVOE vraagt zich af of dat lukt. Zwamborn: “Het is een goede eerste stap, maar we zijn er nog lang niet.”
Eén van haar bezwaren is dat de regels per provincies en gemeente kunnen blijven verschillen. “Het wordt er niet simpeler op. Er blijven tal van koninkrijkjes. Het komt voor dat de ene provincie wel een vergunning afgeeft en de andere niet, terwijl het om hetzelfde watervoerende pakket gaat.”

HET Instrument is internationaal bekend als de grootste technologiebeurs van Nederland. Voor de editie 2012 van het tweejaarlijkse evenement is de inschrijving sinds eind augustus geopend. Met de opening van de inschrijving voor exposanten, maakte de organiserende federatie van technologiebranches, FHI, ook bekend wat het thema wordt van deze editie: ’Technology X-pedition’.

Van 25 tot en met 28 september 2012 staat de technologiebeurs in Amsterdam RAI. HET Instrument is in 2012 net als in 2010 een drieluik van deelbeurzen, voor Industriële Elektronica, Industriële Automatisering en Laboratorium Technologie. Behalve de ruim 17.000 professionals die de vorige editie bezochten, worden ook alle nieuwe toetreders tot de relevante markten uitgenodigd de mogelijkheden van nieuwe technologie te komen ontdekken.

Per deelbeurs wordt het thema uitgewerkt in de drievoudige uitnodiging X-plore Electronics, X-plore Automation en X-plore Laboratory. Naar verwachting zal een belangrijk deel van de zeshonderd bedrijven die zijn aangesloten bij de drie participerende technologiebranches inschrijven om met een stand deel te nemen. Overigens is deelname niet beperkt tot lidbedrijven, maar men dient wel qua aanbod te passen binnen het programma van de beurs.

Op basis van de aard en de traditie van HET Instrument zal er ook een krachtig conferentieprogramma worden ontwikkeld voor de bezoekers. Behalve met de exposerende bedrijven werkt de FHI-organisatie daarbij intensief samen met een reeks van gerenommeerde wetenschappelijke organisaties, beroeps- en toepassingsgerichte brancheverenigingen.

 

Terugkerende vakantiegangers lopen een verhoogde kans op een legionella-infectie in eigen huis. Burgers miskennen de gevaren van kranen die langer dan een week niet worden gebruikt. Volgens UNETO-VNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche, worden hierdoor onnodig veel mensen na de vakantie besmet met legionella. De installateursvereniging heeft de tips om legionellabesmetting te voorkomen, op een rij gezet in een gebruiksinstructie.

Legionellabesmetting

Volgens UNETO-VNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche, is de kans op legionellabesmetting het grootst na de vakantieperiode. Tijdens vakanties worden kranen niet gebruikt, waardoor het water in de leidingen stil staat en de watertemperatuur al snel boven de 25 graden uitkomt. Deze twee factoren hebben een negatief effect op de kwaliteit van leidingwater wat de kans op vermeerdering van de legionellabacterie vergroot. Legionella-infecties hebben grote gevolgen, variërend van vermoeidheid, verlies van kortetermijngeheugen, longontsteking, forse griep en zelfs de dood. Jaarlijks zijn er een paar honderd meldingen van legionellabesmetting, maar aangenomen wordt dat dit een onderrapportage is en er in werkelijkheid veel meer besmettingen per jaar zijn.

Advies
UNETO-VNI raadt terugkerende vakantiegangers aan om bij thuiskomst alle koud- en warmwaterkranen een minuut lang te openen. Daarbij is het belangrijk om het water rustig te laten stromen, om te voorkomen dat het water vernevelt. Besmetting vindt namelijk vooral plaats door het inademen van de waternevel, waardoor de bacterie zich in de longen nestelt. Eric van der Blom, specialist legionellapreventie bij UNETO-VNI: 'Verneveling ontstaat voornamelijk onder de douche. Je kunt dit voorkomen door de sproeikop onder water in een emmer te houden of de douchekop in een washandje te verbergen. Doorspoelen na de vakantie is belangrijk om de kwaliteit van het water te kunnen waarborgen. Het doorspoelen zorgt er tevens voor dat na lange stilstand de opgeloste stoffen in water, zoals metalen uit de drinkwaterleiding gespoeld worden.'

Gebruiksinstructie
Het drinkwaterbedrijf is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het drinkwater tot de watermeter in de woning. Na de watermeter is echter de bewoner verantwoordelijk. Van der Blom: 'Veel bewoners realiseren zich niet dat water net als een pak melk beperkt houdbaar is en koel bewaard moet worden. Daarom heeft UNETO-VNI een gebruiksinstructie gemaakt met tips om legionella te voorkomen. De gebruiksinstructies zijn terug te vinden op de websites van UNETO-VNI en de Rijksoverheid.'

Tips om legionellabesmetting te voorkomen:
1. Spoel na de vakantie alle koud- en warmwaterkranen een minuut lang.

2. Laat het water rustig stromen en voorkom dat u daarbij het water vernevelt. Dat doet u door de sproeikop onder water in een emmer te houden, in een washandje of het sproeistuk van de kraan af te halen.

3. Ook een tuinslang die in de volle zon hangt kan flink opwarmen, waardoor zich legionella kan ontwikkelen. Spoel daarom eerst een tuinslang die niet dagelijks wordt gebruikt. Voorkom ook hier verneveling.

4. Vaak kunt u zelf de temperatuur van het warm water instellen. Zorg ervoor dat het warme water uit alle kranen ten minste een temperatuur van 55 graden heeft.

 

De zomer in Nederland heeft dit jaar niet voor oververhitte situaties op de werkvloer gezorgd. Mocht het kwik in de zomer toch oplopen, dan zal 38% van de Nederlandse werknemers hier weinig last van hebben aangezien hun werkplek is voorzien van airconditioning. Goed voor werkgevers om te weten, is dat de meerderheid van deze werknemers aangeeft dat zij productiever zijn in een ruimte met airconditioning. Ondanks deze positieve attitude ten aanzien van airco’s overwegen maar weinig consumenten om een airconditioning voor hun woning aan te schaffen.

Productiever in ruimte met airconditioning
Van de Nederlandse werknemers werkt 38% in een ruimte waar airco aanwezig is. Voor werkgevers is het aanschaffen van airconditioning dus zeker het overwegen waard. Maar liefst  62% van de werknemers die werken in een ruimte met airconditioning is het (zeer) eens met de stelling ‘Tijdens mijn werk ben ik productiever in een ruimte met airconditioning’.

Kosten airconditioning te hoog voor consument
Het productiever kunnen werken in een ruimte met airconditioning is een duidelijk voordeel. Interessant is dan ook om te zien of consumenten die elders positieve ervaringen opdoen met airconditioning de airconditioning ook in hun woning willen. Van de consumenten overweegt 12% om airconditioning voor de woning aan te schaffen. Het ’s nachts koel en stil kunnen slapen (61%) en het feit dat het minder benauwd is in huis (46%) zijn de meest genoemde redenen om wel te overwegen een airconditioning aan te schaffen. Voornaamste reden om geen airconditioning te overwegen, is de kosten die deze aanschaf met zich meebrengt. Iets meer dan de helft van de consumenten geeft aan dat de aanschafkosten voor airconditioning te duur te vinden (55%). Daarnaast geeft ongeveer de helft van de consumenten aan dat een airconditioning teveel energie verbruikt, wat natuurlijk ook de nodige kosten met zich meebrengt (49%). De vraag blijft of dit een misperceptie is van de consument. Fabrikanten van airconditioning wijzen namelijk op de ontwikkelingen van de laatste jaren die er voor hebben gezorgd dat airco’s geen energieverslindende apparaten meer zijn. Het is volgens hen zelfs mogelijk om energie te besparen met airconditioning. Neem je een airco die zowel kan koelen als verwarmen, dan onttrekt de airco warmte uit de buitenlucht, zelfs als het vriest. Je kunt met de airco ook alleen die ruimte verwarmen waar de airco hangt waardoor je de gewenste temperatuur in verschillende ruimtes gerichter kunt regelen. Het is dus zaak voor de airconditioning fabrikanten en retailers om deze drempel weg te halen en de belangrijkste voordelen, zoals het slaapcomfort, in de communicatie richting de consument te benadrukken.

Energie opgewekt door zonnepanelen kan in sommige Europese markten al in 2013 concurreren met andere energiebronnen. In de aanloop naar 2020 zal zonne-energie ook in de rest van Europa goedkoper worden. Dit blijkt onderzoek van de Europese Fotovoltaïsche Industrie Associatie (EPIA) in samenwerking met A.T. Kearney.

De goedkopere prijs voor zonne-energie is een gevolg van de dalende prijs voor de technologie om die energie op te wekken. Elke keer dat het aantal verkochte zonnepanelen verdubbelt, zakt de prijs met 20%.
Tijdens de afgelopen 5 jaar daalde de prijs al met 50%. De komende tien jaar zal de prijs met 36% tot 51% dalen, aldus de EPIA. Zodoende kan de prijs voor een kilowattuur stroom uit zonnepanelen dalen tot € 0,08.


Kostenberekening
EPIA benadrukt dat ze in de kostenberekening alle uitgaven meenemen. Ook bijvoorbeeld de brandstofkosten of de vervangingskosten van de apparatuur. In de berekening is wel uitgegaan van de prijzen in Duitsland.
Duitsland is een van de meest ontwikkelde landen ter wereld op het gebied van duurzame energie. In totaal bestaat 20% van de Duitse energieconsumptie uit hernieuwbare energie.


Voorspoedig
De ontwikkeling van zonne-energie lijkt voorspoedig te verlopen. De zonne-energie industrie heeft in 2010 een wereldwijd productieniveau bereikt van 23,5 gigawatt. Dat is meer dan een verdubbeling tegenover het jaar daarvoor. In het begin van de jaren negentig werd productieniveau van 46 megawatt opgetekend. Inmiddels is de productie vijfhonderd keer in omvang toegenomen.
Dat bleek uit een rapport van het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie. Verwacht wordt dat de groei van de sector ook op langere termijn een hoog niveau zal kunnen aanhouden.
“De zonne-energie industrie vormt één van de snelstgroeiende economische sectoren van de wereld,” voeren de onderzoekers aan. “De stijging van het voorbije jaar werd in grote mate gedragen door een belangrijke groei in Europa.”
Met een gecumuleerde capaciteit van 29 gigawatt is de Europese Unie veruit marktleider op het gebied van fotovoltaïsche installaties. De Europese infrastructuur leverde vorig jaar meer dan 70% van de elektriciteit die wereldwijd door fotovoltaïsche installaties werd opgewekt.


Grote rol China
Er wordt echter opgemerkt dat de fotovoltaïsche industrie de voorbije jaren een belangrijke verandering heeft doorgemaakt. “China is inmiddels de belangrijkste producent van fotovoltaïsche installaties geworden, gevolgd door Taiwan, Duitsland en Japan,” aldus het rapport. Van de twintig grootste fabrikanten hadden nog alleen First Solar (Duitsland), Q-Cells (Duitsland), REC (Noorwegen) en Solarworld (Duitsland) een productievestiging in Europa.


Andere technologieën gewenst
Er wordt verwacht dat de groei zich ook de volgende periode verder doorzet. Dit komt onder meer door stimulans van de overheden, de druk om de uitstoot van broeikasgassen te beperken en de stijgende energieprijzen. Wel wordt aangestuurd op de toepassing van nieuwe technologieën, die onder meer het gebruik van de dure grondstof silicium zou moeten beperken.

De combiketel is wellicht niet langer het meest efficiënte toestel voor de warmtevraag van het gemiddelde huishouden. De warmtevraag voor woningen neemt immers steeds meer af en de piekvraag naar warm tapwater neemt steeds meer toe. Dit blijkt uit onderzoek van BuildDesk Benelux, in opdracht van Agentschap NL.

In de woningbouw is nog veel energie te besparen als installateurs goed inspelen op ontwikkelingen in de warmtevraag. Dat blijkt uit een rapport van onderzoeksbureau BuildDesk Benelux. Door de betere isolatie van woningen neemt de warmtevraag af. Daarmee is minder vermogen van de verwarmingsinstallatie nodig. De piekvraag naar warm tapwater neemt echter toe, onder meer door luxe douche- en badsystemen. Dit heeft tot gevolg dat het energiegebruik voor de warmtevoorziening sterk afneemt, terwijl het voor warm water ongeveer gelijk is gebleven. Hierdoor wordt de invloed van warm tapwatergebruik op het totaalrendement van een installatie groter.

Combiketel
De onderzoekers adviseren installateurs om te denken in verband met verschillende soorten warmwatergebruik in concepten en systeemrendementen. "En niet alleen in rendementen van toestellen."
De vaak toegepaste combiketel is daardoor volgens de onderzoekers steeds minder efficiënt dan modernere verwarmingssystemen. Bij combitoestellen met hoge vermogens voor warmwater kan ook de ruimteverwarming immers deellastgedrag vertonen en dus minder rendement opleveren. Vervanging door een systeem met warmtepomp of zonnecollectoren levert een forse energiebesparing op. Dat geldt ook voor de overgang van gas- en elektroboilersystemen of stadsverwarming naar een ander systeem.


 

Een passief gerenoveerde woning presteert 73% energiezuiniger dan een vergelijkbare woning met een energielabel A. Dat is de conclusie die getrokken wordt na twee jaar monitoren van de op passiefhuisniveau gerenoveerde woningen aan de Sleephellingstraat in Rotterdam. Tot anderhalf jaar na oplevering is er gemeten aan het energieverbruik, de resultaten liegen er niet om.

Het werkelijk gasverbruik voor verwarming, warm tapwater en koken samen is gemiddeld niet meer dan 400 m³gas per woning per jaar. Dat is maar 34% van wat een gemiddelde energielabel A woning verbruikt. Rekening houdend met het feit dat ‘de Sleephelling’ uit relatief grote woningen tussen de 105 en 160 m²vloeroppervlak bestaat, komt dat percentage uit op slechts 27%. Voor verwarming betalen bewoners op die manier niet meer dan 10 euro per maand. Dat is 15% van wat nodig is voor een gemiddelde woning in Nederland. Voor warm water betalen de bewoners ook maar 10 euro per maand, dankzij de zonneboiler die de helft van de warmte gratis levert. De grootste post op de energierekening, het huishoudelijk elektriciteitsverbruik, blijkt niet hoger dan 80% van wat gebruikelijk is in een energielabel A woning. Dat komt mede doordat de wasmachine via hot fill gebruik maakt van warm water uit de zonneboiler. Met deze uitstekende prestaties maken de woningen hun met PHPP correct voorspelde energiezuinigheid meer dan waar. Daarnaast blijkt uit gehouden enquêtes en metingen dat het nagestreefde hoge comfort en een gezond binnenmilieu overtuigend zijn gerealiseerd.

 

 

Cofely is de komende vijf jaar verantwoordelijk voor onderhoud en beheer van alle gebouwgebonden installaties van de terminals en bijgebouwen van Schiphol. De totale contractwaarde bedraagt circa 40 miljoen euro. Ook neemt Cofely de installaties in de geplande nieuwbouw op het terrein van Schiphol onder haar hoede en breidt zij haar dienstverlening op het terminalcomplex uit. Cofely heeft een sterke staat van dienst in de internationale luchtvaartindustrie. Zo is Cofely Airport Services wereldwijd verantwoordelijk voor onderhoud en beheer van ruim 35 internationale luchthavens. De ervaringen die hier zijn opgedaan, worden ook op Schiphol toegepast. Bovendien zet Cofely haar expertise op het terrein van duurzame technologie in met het oog op de verduurzaming van de luchthaven.

Een proef met 25 woningen in de Groningse wijk Hoogkerk – PowerMatching City – heeft aangetoond dat het mogelijk is om met bestaande technologieën een ‘smard grid’ of slim energienet te creëren met bijbehorend marktmodel. Met het systeem kunnen consumenten vrij elektriciteit uitwisselen en blijft het comfortniveau op hetzelfde peil. Het is de eerste keer in Europa, en voor zover bekend wereldwijd, dat resultaten van een ‘levende’ smart grid gemeenschap op deze technologische schaal bekend zijn. In de proef zijn 25 woningen met elkaar verbonden en uitgerust met microwarmtekrachtkoppeling (HRe-ketels), hybride warmtepompen, slimme energiemeters, PV-Panelen, elektrisch vervoer en slimme huishoudelijke apparatuur. Gezamenlijk vormen deze woningen een slim energiesysteem. Het project is uitgevoerd door kennisinstituut TNO (na overname van het ECN-onderdeel ‘Intelligente Elektriciteitsnetten’), softwarebedrijf HUMIQ en energiebedrijf Essent, onder leiding van energiekennisbedrijf KEMA. Gezien het succes, krijgt het project een vervolg en wordt de proef uitgebreid.

 

Waar Nederland bij gebaat is, is één keurmerk voor installaties waarbij niet alleen de installateurs periodiek gecontroleerd worden maar vooral ook het werk dat zij bij hun klanten verrichten. Dat vindt drs. Ed Nijpels, die landelijke bekendheid vergaarde als minister, Tweede Kamerlid en als prominent VVD-lid. Een van Nijpels’ huidige functies is voorzitter van Sterkin. Wat hem betreft mag de Sterkin-erkenning het leidende landelijke installatiekeurmerk worden. “Een consument moet blindelings op een keurmerk kunnen vertrouwen.”