Markt nieuws

Binnenkort verschijnt de herziene ISSO-publicatie 55 ‘Leidingwaterinstallaties voor woon- en utiliteitsgebouwen’. De ISSO-publicatie is een begrip voor ingenieursbureau’s en installatiebedrijven. Aan twee van deze gebruikers is al een voorbeeldexemplaar overhandigd.

ISSO-Publicatie 55 beschrijft de complete richtlijnen voor ontwerp en uitvoering van leidingwaterinstallaties. Het hele proces, vanaf het programma van eisen tot en met de realisatie, wordt onder de loep genomen.

Belangrijkste wijzigingen

Behalve de verwerking van de nieuwe Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit zijn nieuwe rekenregels opgenomen voor bepaling van de ontwerpvolumestomen koud- en warmwater. Ook is een rekenmethode toegevoegd voor de bepaling van het vermogen en inhoud van boilers. Een aparte paragraaf beschrijft oplossingen voor leidingwaterinstallaties in hoogbouw hoger dan 70 m. Daarnaast reikt de publicatie energiebesparende maatregelen aan.

Overhandiging eerste proefexemplaren

De herziening van de ISSO-publicatie is financieel mogelijk gemaakt door Uneto-VNI, die ook vertegenwoordigd is in de begeleidende ISSO-Kontaktgroep. Eric van der Blom, beleidsmedewerker bij Uneto-VNI en voorzitter van de ISSO-Kontaktgroep en Oscar Nuijten, projectcoördinator bij ISSO, hebben op woensdag 12 juni tijdens het Nationaal congres sanitaire technieken van TVVL symbolisch twee voorbeeldexemplaren overhandigd aan de gebruikers. De gebruikers werden vertegenwoordigd door Arjen Vermeer, productiedirecteur van Installatiebedrijf Trijselaar Vermeer en Steven Mast, directeur van ingenieursbureau Smits van Burgst.

De officiële uitgave verschijnt na de zomer in print en in digitale vorm. Belangstellenden kunnen echter al een bestelling plaatsen via www.isso.nl. De geprinte versie kost € 100,- (excl. btw). De digitale versie is straks in te zien via www.isso-digitaal.nl.

86 procent van de professionals geeft aan klanten ongevraagd bewust te maken van energiebesparing. Maar als 78 procent van de consumenten aangeeft dat dit wel wat meer had mogen gebeuren, dan is er op z’n minst toch sprake van een perceptieverschil. Deze cijfers komen uit onderzoeken van het - van de Actieagenda Bouw deel uitmakende - actieteam ‘Klantgerichte oplossingen voor duurzame woningverbetering’. “Het is hoog tijd om deze Mars-Venus situatie te doorbreken”, aldus trekker van het team Marjet Rutten. “We zijn nu bezig om te kijken hoe we bedrijven hierbij kunnen ondersteunen. Zeker in deze tijd is het zonde om een kansrijke markt links te laten liggen. Een derde van de woningbezitters geeft aan de komende jaren in energiebesparing te willen investeren.”

De conclusies worden getrokken op basis van twee onderzoeken die het Actieteam heeft laten uitvoeren. In het eerste onderzoek werd onderzocht wat particuliere huiseigenaren met een woning van boven de 300.000 euro willen als het om energiebesparing gaat. In het tweede onderzoek werden 245 professionals uit de bouw en installatie, die minstens 25 procent van de omzet halen uit de directe verkoop van dienstverlening aan consumenten, bevraagd naar hun visie ten aanzien van duurzame woningverbetering van consumenten.

Uit het onderzoek onder woningeigenaren bleek dat ze met name behoefte hebben aan meer financiële informatie, zoals over beschikbare subsidies (42%), welke besparingsmogelijkheden er zijn (40%) en de investeringskosten (38%) die daarmee gemoeid zijn. Als de professionals gevraagd wordt op welke vlakken men nog onvoldoende kennis heeft betreffende energiebesparende maatregelen, dan luiden de topantwoorden vrijwel precies hetzelfde: subsidies (71%), consequenties waarde woning (64%), investeringskosten (33%) en mogelijke besparingen (31%). 

Over de Actieagenda Bouw

In 2012 is door bedrijven, kennisinstellingen en overheden de Actieagenda Bouw ontwikkeld voor de woning- en utiliteitsbouw. Deze door het zogenoemde Bouwteam opgestelde agenda geeft antwoord op de vraag wat eerder genoemde organisaties (gezamenlijk) te doen staat om te zorgen dat de woning- en utiliteitsbouwsector sterker uit de crisis komt. Meer informatie vindt u op www.actieagendabouw.nl.

Op 11 juni nomineerde de jury drie praktijkopleiders die meedingen naar de eretitel Beste Praktijkopleider 2013 van Kenteq. De jury zocht dit jaar naar praktijkopleiders die technisch talent herkennen en daarin investeren. Vakmensen die de lat hoog leggen om jongeren het beste uit henzelf te laten halen. De jury vond in deze drie genomineerden de bijdrage aan goed vakmanschap in de techniek die vandaag de dag zo hard nodig is.

De genomineerden zijn:

- B.W. Meijst, werkzaam bij Wärtsilä Netherlands B.V., gevestigd in Schiedam

- W.P. Wering, werkzaam bij Veenstra Machinefabriek B.V., gevestigd in Coevorden

- J. Bouman, werkzaam bij Strukton Rail West, gevestigd in Breukelen

 

Bekendmaking winnaar

Er is sprake van een 1e, 2e en 3e prijs waaraan de jury geldprijzen verbindt van respectievelijk 2000, 1000 en 500 euro. Na de jurybezoeken in de eerste week van oktober zal duidelijk worden wie de eervolle vermelding Beste Praktijkopleider in ontvangst mag nemen. De jury maakt in oktober de nummer 1, 2 en 3 tijdens een feestelijk diner bekend.

 

De jury

De jury bestaat uit leden van het bestuur van de Stichting ir. W. Maas Geesteranus Fonds:

H.J. Grotenhuis (Kenteq), J.F.P. Daams, mevrouw H. Maas Geesteranus, P. Maas Geesteranus, W.I.J. van der Veere (Uneto-VNI)

 

Waarom verkiezing?

Kenteq en het Maas Geesteranus Fonds willen betrokken vakmensen zoals praktijkopleiders in het zonnetje zetten. Dat doen ze jaarlijks door de verkiezing Beste Praktijkopleider te organiseren. Praktijkopleiders die daaraan meedoen, krijgen de gelegenheid hun ervaring te delen en te meten met vakgenoten. Goed voor hun eigen ontwikkeling en voor die van de technische branche.

Wecycle gaat, in opdracht van Stichting LightRec,de samenwerking met technische groothandels intensiveren om de inzameling van verlichting door installateurs en professionele eindgebruikers te verbeteren. Het merendeel van de installatiebedrijven levert namelijk nog geen of  te weinig lampen in. LightRec, in Nederland namens producenten verantwoordelijk voor de inzameling en recycling van energiezuinige verlichting, denkt dat de samenwerking met de technische groothandels de inleverdrempel flink kan verlagen.

Uit een nieuwe analyse van Witteveen+Bos, in opdracht van Wecycle en Uneto-Vni, blijkt dat de installatiesector nog een inzamelpotentieel heeft van circa 1059 ton aan lampen1. Dat is meer dan 60% van wat er nu in totaal door Wecycle aan lampen wordt ingezameld (1.700 ton). Deze analyse bevestigt eerder onderzoek door Möbius dat 80% van alle afgedankte energiezuinige verlichting uit het professionele circuit komt. De installatiesector heeft zelfs een nog groter aandeel dan verwacht: van alle lampen die jaarlijks worden ingezameld is 82% (afgerond 1400 ton1) afkomstig uit deze branche.
Uit de analyse blijkt verder dat momenteel slechts een kleine groep installatiebedrijven zorgvuldig omgaat met oude lampen en armaturen: de 22 best presterende installatiebedrijven zijn goed voor 60% van het gewicht aan lampen dat in totaal voor recycling bij Wecycle terechtkomt. Om het inzamelpercentage van lampen omhoog te brengen, is het dus van belang de overige circa 6600 installatiebedrijven ertoe te bewegen ook op een juiste manier lampen en armaturen in te leveren.

Doorbraak

De nieuwe samenwerking van Wecycle met groothandel en marktleider Technische Unie kan een stimulans geven aan de inzameling, door de installateurs en professionele eindgebruikers inzamelmogelijkheden ‘naast de deur’ te bieden’, zegt Jeroen Bartels, manager van LightRec. Sinds mei kunnen bezoekers van de groothandel bij alle servicecentra hun e-waste en lampen kwijt in een Wecycle-inzamelstraat. Daarnaast kunnen professionals oude lampen meegeven via de retourlogistiek van de groothandel.
Bartels: “We moeten het professionals zo makkelijk mogelijk maken om lampen en armaturen in te leveren. Bij de groothandel komen ze toch al, het kost hen vrijwel geen extra moeite om daar ook oude lampen en armaturen in te leveren voor recycling. We hopen dat dit een doorbraak gaat veroorzaken als het gaat om lampeninzameling binnen het professionele circuit. Daar kunnen andere groothandels natuurlijk bij aansluiten. Sommigen hebben dit al gedaan.”  

Recycling lampen belangrijk

Energiezuinige verlichting moet apart worden ingeleverd voor recycling. Energiezuinige lampen, zoals tl-buizen en spaar- of ledlampen, bevatten stoffen die schadelijk kunnen zijn voor het milieu als ze bij het ‘gewone’ sloopafval of bouwafval terechtkomen. Dit geldt ook voor armaturen, die nog vaak PCB-houdende condensatoren bevatten. Daarbij komt dat energiezuinige verlichting voor meer dan 90% kan worden gerecycled. Op die manier blijven schaarse grondstoffen in de keten behouden.

In Nederland is Stichting LightRec opdrachtgever voor de inzameling en recycling van energiezuinige verlichting. Uitvoeringsorganisatie Wecycle organiseert de inzameling en recycling van de lampen en armaturen.

 

1Witteveen+Bos, Onderzoek naar energiezuinige lampen binnen de installatiebranche (2013)

Veel bedrijven en organisaties hebben een strategische keuze gemaakt om deel te nemen aan normalisatie. Normcommissieleden weten maar al te goed wat de toegevoegde waarde is van deelname aan normalisatie. NEN wil graag helpen om binnen deelnemende organisaties een breder draagvlak te creëren en dit goed in te bedden. Ook voor de continuïteit van deelname en borging van de ’knowhow’ is het belangrijk dat die kennis gedeeld wordt.

NEN biedt daarom bedrijven die een lidmaatschap hebben een aantrekkelijk Young professional-programma. NEN-commissieleden kunnen een gratis tweede lidmaatschap voor een collega afsluiten. Het betreft een volwaardig lidmaatschap met eigen account, documenten, mogelijkheid tot deelname aan de commissievergaderingen en zelfs internationale vergaderingen. De young professionals worden geregistreerd als lid van de commissie voor de duur van maximaal twee jaar. In de vergaderingen hebben ze echter geen stemrecht.

Voor het lidmaatschap gelden de volgende criteria:

·         de young professional is jonger dan 35 jaar

·         de young professional beheerst de Engelse taal in woord en geschrift

·         de organisatie heeft al minstens één betalend lid

·         duur lidmaatschap is maximaal twee jaar

Op dinsdag 11 juni is een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door AcademyNL, DWA en ISSO. Al hun cursussen over energetische verduurzaming van de gebouwde omgeving worden ondergebracht op een gezamenlijke website. Door deze samenwerking beogen de instituten een efficiënte inzet van hun specifieke kennis, mensen en middelen binnen onze sector.

Onder de noemer ‘Duurzame Opleiders’ bieden de drie gerenommeerde instituten een complementair cursusportfolio aan. Hiermee wordt de bouwkolom goed geïnformeerd over de cursussen van de drie instituten. Het gezamenlijke aanbod maakt het voor geïnteresseerden eenvoudig een keuze te bepalen. Direct is duidelijk waar, wanneer en bij welk instituut een bepaalde cursus is te volgen.

Opleiders in duurzame energie

De ‘Duurzame opleiders’ richten een website in met het totale aanbod. Het gaat om circa vijfenzeventig cursussen met thema’s als ventilatie, duurzame utiliteitsbouw, zonne-energie, warmtepompen, energiezuinige woningbouw en passief bouwen. De cursussen zijn gericht op diverse beroepsgroepen in de bouwkolom. Zo zijn er cursussen voor zowel adviseurs en managers als voor ontwikkelaars en installateurs. De officiële start is op 24 september tijdens het PassiefBouwen Event 2013 in Den Bosch.

Gert Harm ten Bolscher van DWA, Hendrik Nolles van AcademyNL en Rob van Bergen van ISSO ondertekenen de samenwerkingsovereenkomst voor het digitale portaal ‘Duurzame Opleiders’.

Brancheorganisatie UNETO-VNI is teleurgesteld over het besluit van de Europese Commissie om een importheffing in te stellen op Chinese zonnepanelen. De installateursvereniging vreest omzetdalingen en banenverlies als gevolg van het besluit.

Onverstandig besluit
Voorzitter Titia Siertsema van installateursvereniging UNETO-VNI vindt het besluit van de Europese Commissie onverstandig. Voorzitter Titia Siertsema: 'De groei van de zonnepanelenmarkt was de laatste tijd onstuimig, we vrezen dat de importheffing ons terugwerpt in de tijd. De importheffing komt op een bijzonder ongelukkig moment. Zonnepanelen leveren installateurs de laatste tijd extra veel werk op in een markt die hard wordt getroffen door de crisis in de bouw. De omzet in zonnepanelen hebben zij momenteel keihard nodig.' 

Voorlopige heffing
Dat de Europese Commissie heeft besloten tot een voorlopige heffing van 11% maakt volgens UNETO-VNI nauwelijks verschil. Siertsema: 'Deze importheffing creëert onrust in de markt en dat is precies wat we niet kunnen gebruiken.' UNETO-VNI hoopt dat er de komende maanden via besprekingen tussen de Europese Unie en China alsnog een einde wordt gemaakt aan de importheffing. De brancheorganisatie zal dit krachtig bepleiten, zowel in Den Haag als in Brussel via de Europese koepelorganisatie. Als er geen overeenstemming komt tussen de EU en China gaat de voorlopige importheffing van 11% na 2 maanden automatisch omhoog naar een gemiddelde van 47,6%. 

Energiedoelstellingen
De voorzitter van UNETO-VNI constateert ook dat de overheidsdoelstellingen voor duurzame energie als gevolg van de importheffing in gevaar komen. Siertsema: 'Dankzij de beschikbaarheid van Chinese zonnepanelen daalt de prijs van zonnepanelen al jaren en neemt de belangstelling van consumenten snel toe. Door een importheffing gaar de terugverdientijd weer omhoog, terwijl we net op het punt staan om grid parity te bereiken, het punt waarop stroom uit zonnepanelen dezelfde prijs heeft als stroom uit het stopcontact.'

De stichting Kwaliteitsborging Installatiesector (KBI) heeft onlangs vijf opleidingen binnen de Leergang Bodemenergie geaccrediteerd. Het gaat om de cursussen die ook een examen kennen en daarmee van het meeste belang zijn voor bedrijven. Ze maken deel uit van de eerste opleidingen die zijn geaccrediteerd.

Deze vijf cursussen voldoen nu aan de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (RES). Dat zijn eisen die zijn opgesteld door AgentschapNL en KBI. De cursussen zijn opgebouwd volgens de actuele wet- en regelgeving voor RES-technieken. Iedere RES-techniek kent bepaalde vakbekwaamheidseisen en de cursist wordt volgens die eisen opgeleid.
De geaccrediteerde cursussen Bodemenergie kunnen conform de accreditatie worden afgesloten met een erkend Cito-examen. Dit sluit aan op de eisen m.b.t. de certificering van bedrijven zoals die binnen de AMvB Bodemenergie per 1 oktober 2013 van toepassing zullen zijn.

Op 19 september zullen de RES-accreditaties officieel worden uitgereikt aan BodemenergieNL en aan de andere vier organisaties die ook zijn geaccrediteerd.

Op zaterdag 1 juni j.l. vond op het forteiland Pampus ‘De beste fitter van Nederland’ 2013 plaats. Dit spectaculaire event was een promotie voor de hele branche met als grote winnaar: Bart-Jan Maas van Van Bree installatietechniek uit Deurne. Vanaf 2010 stond hij al elk jaar op het erepodium, maar nu was het eindelijk zijn dag en werd hij voor het eerst de allerbeste. Naast de prestigieuze titel wint hij een avonturenreis voor 2 naar Lapland. Ook de nummer 2 was geen onbekende: Stenly de Rooij van Gebr. De Rooij in Eemnes won in 2010 de eerste editie. Olaf Prozee van Installatiebedrijf Kwekel in Den Bosch stond nog nooit op het podium en werd derde.

“Dit voelt heel erg als ‘hé, hé, eindelijk”, was de eerste reactie van Bart-Jan Maas van Van Bree Installatietechniek in Deurne nadat bekend werd dat hij ‘De beste fitter van Nederland 2013’ is. Na twee tweede plaatsen in 2010 en 2012 en een derde plaats in 2011, zit de felbegeerde titel nu in zijn gereedschapskoffer. En het mooie is: iedereen gunde het de sympathieke installateur.

Perfecte dag
De bekendmaking van de winnaar was het slotstuk van een perfecte dag op Forteiland Pampus waar de zinderende strijd zich afspeelde. Het weer werkte mee en het decor was adembenemend. In de gracht tussen de stevige muren van het fort vochten de fitters hun verbeten, maar altijd sportieve strijd uit. Na de eerste ronde - met 2 (leiding)buigopdrachten, een snelheidstest en een theorietest - bleven dertig installateurs over voor de tweede ronde: een installatieopdracht. Na die tweede ronde resteerden tien finalisten voor de laatste installatieopdracht.

 

Eindelijk de beste

Eigenlijk wisten de tien finalisten nog voor het juryberaad al dat Bart-Jan Maas de winnaar zou zijn. Het was niet eens het feit dat Bart-Jan als eerste klaar was met de installatieopdracht. Hij stak al na 35 minuten zijn hand omhoog ten teken dat hij gereed was en was daarmee verreweg de snelste. Dat was het eerste teken dat het wel goed zat. De andere finalisten hoopten nog dat hij door de snelheid een steekje had laten vallen, maar niet dus: op Bart-Jan stond deze dag geen maat. Maar iedereen gunde het de bescheiden installateur uit Deurne enorm en hij was er op gebrand deze keer als winnaar naar huis te gaan. Hij had een grote groep supporters meegenomen en zijn kinderen waren zichtbaar trots op hun vader: ze sjouwden rond met een spandoek met de tekst ‘Papa is de beste. Er was niemand die dat kon weerleggen.

Slotstuk

Maar de allergrootste winnaar was de installatiesector, want die heeft zich deze dag van haar allerbeste kant laten zien. De finale was slechts het slotstuk van deze prachtige dag. Initiatiefnemer van de competitie Geberit en de partners Grundfos, Hitachi Power Tools en Honeywell hadden een perfect decor gecreëerd en gaven met demonstraties en leuke wedstrijden meerwaarde aan de dag. Er waren legio activiteiten voor de supporters, zoals: RIB-varen, friet schieten en rondleidingen door het fort. En zoals alle voorgaande keren waren ook de verdere omlijsting en de catering weer perfect geregeld. De organisatie kijkt met trots terug op een prachtig evenement. 

Er is in de onderwijssector veel interesse voor concepten die de gezondheid en de leerprestatie van leerlingen direct koppelen aan de renovatie en het groot onderhoud van de school. Maar liefst eenderde van de onderwijsbesturen heeft oren naar zo'n totaalconcept voor het binnenklimaat. Dit blijkt uit onderzoek voor de BouwKennis Onderwijs Bouwplannen Scan. Ruim eenderde van de basisscholen heeft daarnaast concrete plannen om het binnenklimaat al binnen twee jaar aan te pakken.

  • Helft voortgezet onderwijs en driekwart hoger onderwijs wil binnenklimaat aanpakken
  • Mechanische ventilatie populairste maatregel om binnenklimaat te verbeteren
  • Ventilatieroosters en nieuwe aircosysteem vullen top-3 van geplande maatregelen aan

Omdat veel van het huidige scholenbestand eind jaren '60 is gebouwd, is de voorraad gemiddeld relatief oud. Dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat de kwaliteit ervan slecht is, omdat er ook tussentijds gerenoveerd kan zijn. Helaas heeft de onderwijssector inderdaad te kampen met een kwalitatief slechte voorraad. Dit uit zich onder andere in de vorm van problemen op het gebied van binnenklimaat, vooral in de vorm van ongezonde luchtkwaliteit.

Deze povere kwaliteit van het binnenklimaat leidt tot meer gezondheidsklachten en heeft een negatieve invloed op leerprestaties en het ziekteverzuim. De laatste jaren is de aandacht hiervoor exponentieel toegenomen, zijn er diverse programma's in het leven geroepen en wordt er door scholen hard aan gewerkt om het binnenklimaat te verbeteren.

Binnenklimaat hoog op agenda
BouwKennis onderzocht welk deel van de scholen de komende twee jaar aan het binnenklimaat wil werken en hoe. Hieruit blijkt dat grofweg eenderde van de instellingen in het primair onderwijs de komende twee jaar plannen heeft om het binnenklimaat te verbeteren. Van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs is dit grofweg de helft en in het middelbaar en hoger onderwijs liefst driekwart.

Ventilatie en airco populair
De populairste methode om het binnenklimaat te verbeteren, is met mechanische ventilatie. Dit wordt genoemd door gemiddeld de helft van de onderwijsinstellingen met plannen om het binnenklimaat te verbeteren. Bijna eenvijfde kiest voor het plaatsen van ventilatieroosters, terwijl ruim één op de tien een nieuwe airco wil of de bestaande airco wil aanpassen.

Uitgesplitst naar type onderwijsniveau blijkt dat de ventilatieroosters vooral populair zijn in het primair onderwijs. Een nieuw aircosysteem krijgt vaker de voorkeur bij het mbo, hbo of wo. Wellicht komt dit door het verschil in vierkante meters of diepte van het gemiddelde gebouw in beide vormen van onderwijs of doordat ventilatieroosters een kleinere investering vergen.

Op welke wijze verbeteringen aan het binnenklimaat doorvoeren (in %)

 

Primair onderwijs

Voortgezet onderwijs

mbo/hbo/wo

Mechanische ventilatie

50

47

50

Plaatsen ventilatie roosters

29

15

6

Nieuw airco systeem

7

12

18

Aanpassingen bestaande airco

11

13

11

Aanpassingen bestaande verwarmingssysteem

15

6

11

Nieuw verwarmingssysteem

6

9

0

Luchtbehandeling

2

5

6

Anders

12

20

13

Weet niet/geen mening

7

2

10

Bron: BouwKennis Onderwijs Bouwplannen Scan, mei 2013



Totaalconcepten kansrijk
De meeste onderwijsinstellingen verwachten dat er maar één maatregel doorgevoerd zal worden om het binnenklimaat te verbeteren. Net zoals bij duurzaamheid, is het binnenklimaat echter het best te verbeteren door gebouwbreed een combinatie van maatregelen toe te passen. Fabrikanten kunnen hierop inspelen door totaalconcepten aan te bieden die de gezondheid en de leerprestatie van leerlingen direct koppelen aan de renovatie en het groot onderhoud van de school.

Er blijkt voor zulke concepten een grote belangstelling te zijn. Van de onderwijsbesturen geeft 21% aan wel eens met zo'n concept gewerkt te hebben. Nog eens 36% heeft hier nog niet mee gewerkt, maar vindt dit wel interessant. Dat schept mogelijkheden voor fabrikanten van innovatieve producten, gericht op de gezondheid van scholen.

Onderwijs Bouwplannen Scan 2013
Voor marktpartijen die optimaal willen profiteren van de geboden kansen, is inzicht in de grootste trends en plannen van beslissers onmisbaar. De BouwKennis Onderwijs Bouwplannen Scan 2013 beantwoordt deze en andere vragen. Zo brengt dit onderzoek plannen van onderwijsinstellingen voor nieuwbouw, sloop, renovatie en planmatig onderhoud in kaart. Plannen op dit gebied staan voor 2013 en 2014 overzichtelijk in het onderzoek. Daarnaast zijn de keuzecriteria van beslissers bij onderwijsinstellingen voor product, merk en aankoopplaats onderzocht. Meer weten? Neem dan contact op met Maurice van Dijk (vandijk@bouwkennis.nl of 010-2066996).

Op 1 juni wordt tijdens de Dag van de Bouw de BouwApp gelanceerd. De BouwApp is de verbindende schakel tussen bouwbedrijf en klant. Het biedt een platform dat bouwbedrijven op eenvoudige wijze in staat stelt, foto's en teksten te delen van lopende bouw- en infraprojecten. Zo blijven klanten, omwonenden en andere geïnteresseerden op de hoogte van de dagelijkse stand van zaken. De BouwApp is een initiatief van Concepteurs B.V. in samenwerking met Bouwend Nederland.

Klantgerichter communiceren
Een huis laten bouwen is een ingrijpende gebeurtenis: zowel financieel als emotioneel. In korte tijd moeten klanten veel keuzes maken: vloerverwarming of niet, waar komt de berging, wat wordt de kleur van de douchetegeltjes? Zoveel vragen, zoveel onzekerheden. Dus is de informatiebehoefte van klanten groot.

De BouwApp voorziet in die informatiebehoefte: het stelt klanten gerust en het toont de actuele stand van zaken op de bouw. Dit gebeurt door middel van het uploaden van foto's en teksten. En wat zo handig is: het kost de bouwer nauwelijks extra moeite want gemaakte foto's kunnen direct vanaf de smartphone of tablet geupload worden. De BouwApp zorgt ook voor portfolio opbouw, doorverwijzingen naar de (project)website en het geeft klanten de kans om foto's te delen op andere social media zoals Twitter en Facebook.

Dag van de Bouw
De BouwApp levert een positieve bijdrage aan de relatie tussen het bouwbedrijf, de klant en haar omgeving. Daarom is werkgeversorganisatie Bouwend Nederland positief over het initiatief. Bouwend Nederland is graag bereid om de BouwApp onder de aandacht van haar leden te brengen. Dat gebeurt tijdens de Dag van de Bouw op 1 juni 2013, waar de BouwApp gelanceerd wordt. Ca 160 deelnemende projecten zijn vanaf dat moment te volgen via de BouwApp. Vanaf 2 juni is de BouwApp te gebruiken door elk bouw- of infrabedrijf in Nederland.

Meer informatie over de BouwApp is te vinden op www.debouwapp.nl

Airconditioning van gebouwen kan volledig met natuurlijke middelen, zonder mechanische ventilatie. Dat stelt de 78-jarige Benjamin Bronsema, die op 7 juni op dit onderwerp promoveert aan de TU Delft. Hij wil met vallend water, zon en wind een energiepositief kantoor realiseren. Bronsema is nu op zoek naar een gebouw voor een grootschalige praktijkproef met zijn Earth, Wind & Fire-concept. 

Earth, Wind & Fire
Het systeem Earth, Wind & Fire bestaat uit drie hoofdonderdelen: het Ventecdak, de Klimaatcascade en de Zonneschoorsteen. Het Ventecdak zorgt voor aanvoer van verse en afvoer van vuile lucht door gebruikmaking van over- en onderdrukken. Die lucht wordt via de Klimaatcascade toegevoerd en via een Zonneschoorsteen afgevoerd.
Een mock-up van de Zonneschoorsteen realiseerde Bronsema met Peutz als een elf meter hoge toren, die met opgevangen warmte van invallend zonlicht ventilatielucht verwarmt.
Het op gang brengen van de luchtstroom gebeurt in de Klimaatcascade. Dit is een bouwkundige schacht waarin van bovenaf waterdruppels worden gesproeid waarmee de lucht kan worden gekoeld of verwarmd. 

Gebouw gezocht
Bronsema wil nu geïntegreerd gaan testen: ‘Theoretisch en in het laboratorium hebben we al aangetoond dat het concept werkt. Maar voor de ‘proof of the pudding’ wil je natuurlijk een grootschalig bewijs leveren. Bij voorkeur een bestaand kantoor van minstens 5 verdiepingen dat vrij staat. Want zon en wind moeten vrij spel hebben voor een goede werking.’

Beter binnenhuisklimaat
Behalve dat Earth, Wind & Fire de energie- en kostenefficiëntie van gebouwen kan verbeteren, kan zijn systeem ook een bijdrage leveren aan een beter binnenklimaat, onderstreept Bronsema. Rondpompen van lucht door gebouwen zorgt voor verspreiding van bacteriën, luchtfilters blijken vaak een besmettingshaard. ‘Dit systeem zorgt ervoor dat door architectonische middelen de natuur bezit kan nemen van het gebouw. Dat is veel gezonder.’

Bekijk hier de film

ISSO geeft een instructiedag bij de WKO-expertisetool. De software is onmisbaar gereedschap voor de adviseur, installateur of gebouweigenaar die opereert op het gebied van Warmte Koude Opslag (WKO). 

Met een instructie heeft u de tool snel onder de knie. In de ochtend wordt de theorie behandeld, waaronder: 
• berekenen van de vermogens, energiegebruiken en temperaturen van de gebouwinstallatie (uitgebreid) 
• bepalen van een systeemconcept voor de energiecentrale, inclusief het ondergrondse deel 
(uitgebreid) 
• Investeringskosten, exploitatiekosten en terugverdientijd (uitgebreid) 
• mogelijke hydraulische oplossingen en dimensioneren hoofdcomponenten (kort). 
In de middag gaat u zelf aan de slag met de software op basis van een case. 

Wanneer en waar 
De instructie is op 20 juni van 9.30 tot 16.30 uur op het kantoor van ISSO in Rotterdam. De deelnameprijs bedraagt p.p. € 495,- (excl. btw, inclusief lunch en een hand-out). Kijk op www.isso.nl voor meer informatie en data! 

Aanbieding 
Als deelnemer kunt u de WKO-expertisetool twee maanden gratis gebruiken. De praktijkgerichte WKO-expertisetool is gebaseerd op ISSO-publicatie 39 ‘Ontwerp, realisatie en beheer van een Energiecentrale met warmte- en koudeopslag’. Bestelt u bij aanmelding gelijktijdig ISSO-publicatie 39, dan krijgt u 30% korting per exemplaar.

Op dinsdagmiddag 28 mei 2013 organiseert de Inspectie SZW in Nieuwegein een gratis themabijeenkomst over gevaarlijke stoffen. Er wordt stilgestaan bij de gevaren die blootstelling aan kwartsstof, dieselmotorenemissie (DME) en asbest kunnen veroorzaken. Hoe bescherm je je medewerkers tegen blootstelling? Aan welke wettelijke arboverplichtingen moet u voldoen? En waarop gaat de Inspectie SZW komend jaar streng handhaven?

Tijdens de themabijeenkomst 'Gevaarlijke stoffen in de bouw' krijgt u concrete informatie over gevaarlijke stoffen en de manier waarop u de risico's voor uw medewerkers kunt beheersen. Gedurende twee rondes kunt u aansluiten bij twee van de vier voorlichtings-sessies. Op de informatiemarkt kunt u beschermingsmiddelen bekijken en testen. Ook kunt u van gedachten wisselen met arbeidsinspecteurs.

Meer informatie over het programma vindt u hier.


 

 

Vanaf 1 mei 2013 is de nieuwe versie van de Nationale Beoordelingsrichtlijn (BRL) 6010 'Legionellapreventie-advies voor collectieve leidingwaterinstallaties ' van toepassing.  Een belangrijke aanpassing betreft de  vakbekwaamheidseisen voor het personeel van het te certificeren bedrijf.  Een herziening  van BRL 6010 'Legionellapreventie-advies voor collectieve leidingwaterinstallaties ' was nodig in verband met nieuwe aanwijzingen van de Raad voor Accreditatie (RvA) en door de inwerkingtreding van het Drinkwaterbesluit (DWB) in juli 2011.

Op het TVVL Nationaal Congres Sanitaire Technieken,  dat op 12 juni a.s. plaatsvindt in Theater De Flint in Amersfoort,  wordt ingegaan op de nieuwe versie van BRL 6010. De rol en de verantwoordelijkheid  van de preventieadviseur is belangrijk groter geworden dan vóór de inwerkingtreding van het Drinkwaterbesluit 2011. Het is dan ook niet verwonderlijk  dat in de nieuwe  BRL 6010 voor de vakbekwaamheid van de legionella-adviseur  een uitgebreider en concreter pakket van eisen aan kennis, begrip en vaardigheden is opgenomen. 

In deze vierde editie van het TVVL Nationaal Congres Sanitaire Technieken  komen verder innovaties op gebied van Sanitaire Technieken en legionellapreventie aan de orde die mede de veiligheid van moderne installaties moeten bevorderen.  De onderwerpen die deze dag de revue passeren zijn vacuümriolering, gescheiden vrijverval-rioleringssystemen, legionellapreventie,   alternatieve legionella- beheerstechnieken, volledige ontzorging van legionellapreventie en nieuwe rekenregels voor collectieve leidingwaterinstallaties.     

Informatie en aanmelden

Bezoek voor meer informatie, het volledige programma en het aanmeldformulier voor het Congres en voor de bedrijvenmarkt de website www.tvvl.nl. Het symposium vindt plaats op 12 juni a.s. in Stadshal Theater de Flint, Coninckstraat 60, 3811WK, Amersfoort. Ontvangst om 12.45 uur en aanvang om 13.15 uur.

‘Nooit geweten dat een rijnaak zo mooi kan zijn van binnen”

Dat is een van de vele positieve reacties van installateurs die de rijnaak van  Vaillant bezocht hebben. De Vaillant rijnaak vaart momenteel door Nederland en heeft al in Utrecht en Zwolle aangelegd.

Vrijdag 31 mei aanstaande is de laatste dag dat de Vaillant rijnaak in Nederland is. U kunt daar nog bij zijn! Ga naar www.vaillantboot.nl en schrijf u nu in.

Het 100 meter lange schip is speciaal ingericht als een moderne tentoonstelling/presentatie- en ontvangstruimte. Vaillant gebruikt de rijnaak om haar energiezuinige producten en systemen en haar technologische innovaties te tonen

Speciale actie
Bezoekers profiteren van een exclusieve actie die alleen op de Vaillant rijnaak geldig is. Bovendien informeert Vaillant de deelnemers over producten, diensten en activiteiten voor het komende stookseizoen.

Win win
Met sneakpreviews en informatie over de marketing- ondersteuningsprogramma’s bewijst Vaillant dat de installateur deel uitmaakt van een winning team.

Europese tournee
De Vaillant boot zal naar bijna 50 steden in acht Europese landen varen. Behalve Nederland maken onder andere Duitsland, België en Oostenrijk  deel uit van het vaarplan.

Inzicht in kansen die energiebesparing biedt

Op 3 juni van 15.00 tot 20.00 uur brengt Provincie Overijssel met alle gemeenten de kansen voor energiebesparing in de bestaande woningvoorraad in beeld. Deze bijeenkomst ‘Slim Energie Thuis: aan de slag! Scoor meer omzet met duurzaam renoveren!' wordt georganiseerd voor ondernemers in de bouwsector. Experts van Syntens Innovatiecentrum, Bouwend Nederland en Uneto-VNI geven ondernemers richting en concrete hulpmiddelen om tot bruikbare afspraken te komen.

Al is de markt voor nieuwbouw sterk teruggelopen, de bestaande bouw biedt nog genoeg kansen. Mensen verhuizen minder snel en zullen vaker hun woning aanpassen. Veel 55plussers investeren op dit moment in duurzame renovatie. Ook woonlasten spelen een rol. Onderzoek wijst uit dat een vijfde van de woningeigenaren over vijf jaar moeite heeft met het betalen van de vaste lasten. Ondernemers die deelnemen aan deze bijeenkomst op 3 juni krijgen snel inzicht in de kansen die energiebesparing in de bestaande woningsector biedt, lokaal en regionaal.

Inzicht in beleid en mogelijkheden
Marketinggoeroe Niels Götz presenteert de deelnemers hoe woningeigenaren denken en doen. Daarnaast geven alle 25 Overijsselse gemeenten inzicht in hun beleid en de mogelijkheden. Ook wordt er tijdens deze bijeenkomst meer informatie gegeven over het Overijsselse project ‘Slim Energie Thuis’ en kan worden geluisterd naar praktijkverhalen die inspireren. Er is volop ruimte om zaken met elkaar te bespreken.

Aanmelden
Ondernemers uit de bouwsector kunnen zich kosteloos inschrijven voor de 150 plaatsen die beschikbaar zijn in het PEC Zwolle stadion. Aanmelden kan via de agenda op www.syntens.nl. Als er vragen zijn, kan contact worden opgenomen met Stendert de Vries of Lilian Veldhuis van Syntens Innovatiecentrum, bereikbaar op telefoonnummer 088-4440157. 

Bedrijven met een duurzaam en innovatief project maken kans op de ISSO-Award 2013. Voor het project moet gebruik zijn gemaakt van de kennis van ISSO, kennisinstituut voor de installatiesector. De inschrijving voor de award is nu geopend.

De ISSO-Award is een ereprijs in de installatiesector. De finalisten krijgen een podium op het jaarlijkse ISSO-najaarsoverleg, dat doorgaans wordt bezocht door ruim tweehonderd relaties. Daarbij krijgen de finalisten aandacht in berichten en bulletins van ISSO en in vakbladen. De winnaar krijgt een ereprijs en oorkonde en komt met een interview op YouTube en op de site van ISSO.

Procedure

Uit de inzenders selecteert een deskundige jury maximaal tien deelnemers. Deze genomineerden worden in het kantoor van ISSO te Rotterdam uitgenodigd voor een presentatie. Hierna kiest de jury drie finalisten die hun project over het voetlicht kunnen brengen op het najaarsoverleg van donderdag 19 september. De bezoekers van deze bijeenkomst kiezen de uiteindelijke winnaar. Gegadigden kunnen een inschrijfformulier en de wedstrijdvoorwaarden opvragen via info@iss.nl. Nadere informatie over de ISSO-Award is ook te vinden op de homepage van www.isso.nl. Inzenden kan tot woensdag 15 juni 2013.

Alles draait om energie. In het heelal, in ons zonnestelsel, in de weermachinerie, en in tal van processen op aarde. In ecosystemen van plant en dier, maar ook in de economische systemen van de mens. Dus ook in ons persoonlijk leven draait het om en op energie. Ja zelfs in ons eigen lichaam. We eten niet alleen omdat het lekker is. Maar in de eerste plaats omdat onze motor moet blijven draaien. Dag en nacht. Jaren achtereen. Non-stop. Dat vergt een constante beschikbaarheid van energie.

In de weerwereld is een onweersbui een mooi voorbeeld. Zo een bui draait in beginsel op zonne-energie. De zon beschijnt het land. Daardoor wordt de lucht van onderen af opgewarmd. Warme lucht is licht en stijgt op. Pure thermiek. Hoe hoger de thermiekbellen komen, des te kouder ze worden. Op een gegeven moment gaat de aanwezige waterdamp condenseren. Hierbij komt condensatiewarmtevrij. Het is de dezelfde hoeveelheid energie die nodig is, om water te verdampen. In zo een groeiende wolk gaat het al gauw om Megajoules. Als een bui zich goed kan organiseren, wordt er uit de omgeving nog meer warme lucht aangezogen. Het ontwikkelingsproces versnelt en er wordt nog meer energie opgewekt. Zo is een onweersbui een prachtige zelfstandig werkende energiecentrale. De energie die vrij komt bij condensatie, maakt de lucht nog warmer, waardoor de lucht nog sneller kan opstijgen. Uiteindelijk gaat het regenen, onweren en flink waaien. Het enige dat wij nog maar hoeven te doen, is de opgewekte energie te oogsten. In dit geval bij voorkeur met windmolens. De energie van bliksemschichten en vallende regen is in de praktijk niet rendabel te maken. Bovendien is het een minuscule fractie vergeleken met de energie die in de wind gaat zitten.

Zelf krijg ik trouwens ook energie van een onweersbui. Letterlijk en figuurlijk. Ik vind het geweldig om donder en bliksem te bestuderen. Liefst op een veilige plek buitenshuis. Maar participeer en investeer bovendien letterlijk in windmolens. Op land en op zee.

Woorden schrijven, lezen, zeggen  of horen, het maakt verschil. Taal is één van de grootste wonderen van de schepping, maar dat zegt niet dat we elkaar steeds begrijpen. Dat wetende, kun je gaan spelen met woorden. Leukste vind ik zelf altijd om woorden zo te gebruiken dat de lezer of hoorder er verschillende interpretaties aan kan geven, er allerlei uiteenlopende associaties bij kan maken. De meeste mensen vinden dat wel aardig. Veel moppen zijn hierop gebaseerd.

Een beetje een lange inleiding om het te gaan hebben over de arbeidsmarkt. We gaan een ‘techniekpact’ tekenen. ’We’, dat zijn de techniek- en technologiebranches,  aangesloten bij VNO en MKB Nederland en de ministeries van Economische Zaken, Onderwijs en Sociale Zaken. Het pact wil niets nieuws doen, daar is geen geld voor. Maar het pact wil wel de vernieuwing aanjagen in onderwijs en arbeidsmarkt. Eigenlijk betekent het dat we met elkaar alle vernieuwende initiatieven die op gang aan het komen zijn gaan stimuleren.

“Geld steken in een dure promotiecampagne werkt niet”, daarover zijn we het wel eens. Ik was bij GoFlex, een leerbedrijf dat jongeren in dienst neemt en ze opleidt bij Vakwijs in Rotterdam, gedurende de periode dat ze via GoFlex worden gedetacheerd bij bedrijven. Als ze klaar zijn met hun opleiding kunnen ze bij het bedrijf in dienst komen zonder dat daar extra voor wordt betaald. Vierhonderd mensen hebben zo’n contract bij GoFlex. Per jaar solliciteren er zevenduizend (!) mensen bij dit bedrijf om een vmbo/mbo-traject te gaan doen in de techniek. Vooral ook jongeren van twintig tot vijfentwintig jaar met een havo of vwo opleiding melden zich. Talent dat op die leeftijd nog de basisbeginselen van techniek moet aanleren en ze doen het!

Meer van onze bedrijven gaan we ertoe bewegen erkend leerbedrijf te worden. We moeten eerlijk zijn, in onze technologiebranches,  kennen we daar nog geen traditie in en dat is niet slim. Maar ja, in het HBO bestaat het verschijnsel erkend leerbedrijf helemaal  niet. Is misschien wel omdat de onterechte angst leeft dat zo’n aanpak ten koste zou gaan van het niveau of het imago. In Duitsland denken ze daar heel anders over en ze handelen daar ook naar.

Er zijn lichtpunten. Het initiatief van Albeda en Zadkine Colleges om te gaan fuseren en vervolgens het fusieproduct op te knippen in zeven vakgerichte mbo-opleidingen, dat kan helpen om de herkenbaarheid en het enthousiasme terug te krijgen. Doekle Terpstra zegt dat voorbeeld te willen volgen met zijn Inholland hogescholen.

Waar we wel discussie over hadden, waren de woorden ‘techniek’ en ‘technologie’. Dat is echt niet hetzelfde en ik leg het altijd graag uit, met verwijzing naar Wikipedia. In één zin: techniek gaat over vaardigheden, de traptechniek van een voetballer, technologie gaat over systeemdenken, de tactiek van 4-3-3 of ‘een ruit met de punt naar achteren’. En vies, vuil, smerig, uitbuiterig, je lijf kapotmakend, dat is het natuurlijk vrijwel nergens in ons land. Zeker niet erger in technische beroepen dan bij de politie, in de verpleging of als vliegtuigpiloot dan wel astronaut. 

Bewust heb ik de titel van dit stukje een beetje cryptisch gehouden. Het Techniekpact is eigenlijk niks, maar wel heel belangrijk en nuttig. Het is de technologie zelf die mensen beetpakt en daarmee de maatschappij en de economie een nieuwe boost kan geven. Als we dit allemaal blijven schrijven, lezen, zeggen, horen, jong en oud, dan komt die vernieuwing waar we om zitten te springen er en gaan we het doen.          

Op 23 april zette opleidingsbedrijf InstallatieWerk Nederland zijn handtekening onder de afspraken die zij met Kenteq maakte om te kunnen handelen als erkend leerbedrijf van Kenteq. Opleidingsbedrijf GO° deed dit al eerder en Goflex Young Professionals zal volgende maand dit voorbeeld volgen.

De aanleiding voor deze gebeurtenis komt voort uit het project Kwaliteitsnetwerk Opleiden Installatiebranche (KOI). In dit project spraken de organisaties UNETO-VNI, OTIB, InstallatieWerk Nederland, Goflex, opleidingsbedrijf GO° en Kenniscentrum Kenteq af om samen de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming (BPV) te optimaliseren.

Een van de voorwaarde om samen in dit project te kunnen optrekken berust op collectieve afspraken tussen de kenniscentra en het ministerie van OCW. Vastgelegd werd dat alleen individuele bedrijven en instellingen die daadwerkelijk de BPV verzorgen, kunnen worden erkend als leerbedrijf. Kenniscentra hebben sinds kort de mogelijkheid om af te wijken van deze collectieve afspraken. Daardoor is het mogelijk om opleidingsbedrijven onder bepaalde condities te erkennen als leerbedrijf. Die condities zijn afgesproken in het project Kwaliteitsnetwerk Opleiden Installatiebranche (KOI).

Condities project KOI

In de aankomende periode meten de opleidingsbedrijven de kwaliteit van de BPV die zij aanbieden. Met behulp van een scan brengen ze alle BPV-processen in kaart: voorbereiding, leeromgeving, werkopdrachten, begeleiding, beoordeling, maar ook visie en strategie op de beroepspraktijkvorming. De meting vindt plaats bij het opleidingsbedrijf en bij de aangesloten lidbedrijven in de installatiebranche. Een analyse van de resultaten in het najaar is de stap om te komen tot verbeterresultaten. Het is de bedoeling om vanaf januari 2014 de verbetervoorstellen door te voeren.

Ding mee naar het Slimbouwen Project, Product of Concept van 2013!

De bouw zit in een dip. Wat hij nodig heeft om weer te kunnen floreren zijn inspirerende producten, concepten en projecten die laten zien dat het anders, slimmer en beter kan. En dat met nieuwe verdienmodellen waarbij iedere speler in de bouw een benefit behaalt! Alleen zo lukt het om de bouw er weer bovenop te krijgen. Slimbouwen is daarom op zoek naar het slimste item van 2013. Het moet en kan anders, niet langer traditioneel, maar FRED!

Wat is FRED?
FRED staat voor Flexibiliteit, Reductie, Efficiëntie en Duurzaamheid. Door volgens deze vier kernwaarden te ontwerpen en gebouwen industrieel te vervaardigen, ontstaat een gebouwde omgeving met hoogwaardige en toekomstbestendige kwaliteiten. Een gebouwde omgeving die de gebruiker centraal stelt en niet langer leegstand genereert.

Slimbouwen ‘beloont’ alleen die items, die bijdragen aan het verslimmen van de bouwindustrie met het Slimbouwen Keurmerk. Gebouwen die op niet conventionele wijze van bouwen zijn gerealiseerd, kunnen het keurmerk dragen, mits voldaan aan de vier pijlers van FRED. Voor producten en concepten wordt aangegeven in hoeverre zij een positieve bijdrage geven aan het Slimbouwen proces. Het Slimbouwen keurmerk is niet gebaseerd op een puntensysteem. Een expertcommissie beoordeelt de door inzenders aangeboden producten of projecten op basis van een benchmark. Hierbij krijgt de inzender de kans om aan te geven waarom zijn product, project of concept uniek en innovatief is en hoe het bijdraagt aan FRED. Hierdoor wordt innovatie in de sector gestimuleerd in plaats van afgestraft.

Aanmelden
Bent u ervan overtuigd dat uwproject, product of concept het slimste is, en voldoet aan de kernwaarden van FRED? Geef uw item dan voor 1 juni 2013 op en wie weet, ontvangt u in september tijdens de SlimbouwenKeurmerk Excursie de titel Slimbouwen Project, Slimbouwen Concept of Slimbouwen Product van 2013! Aanmelden verloopt via de website van Slimbouwen, www.slimbouwen.nl. Hier kunt u de inschrijfformulieren downloaden. Mocht u tijdens het invullen vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Monique Blacha van Stichting Slimbouwen via: info@Slimbouwen.nlof 030-7509805.

De renovatie van het Van Gogh Museum aan het Museumplein in Amsterdam is klaar. Vandaag (1 mei 2013) gaat het museum weer open voor publiek. De bouwcombinatie, bestaande uit PromTeg, Kuijpers, Bouwbedrijf Van der Spek en Verbakel Bouwbedrijf, realiseerde met succes,  binnen budget én in slechts zeven maanden deze grondige renovatie. Een uitstekende samenwerking tussen de bouwcombinatie, het museum en de Rijksgebouwendienst vormt de basis voor dit succes. De renovatie was noodzakelijk vanwege de strengere eisen voor brandveiligheid.

Tijdens de renovatie zijn alle brandscheidingen binnen het gebouw en in de buitengevel nagezien en op orde gebracht. Hierbij zijn alle wanden, kozijnen en het brandwerende glas vervangen om aan de 60 minuteneis te kunnen voldoen. Tevens is de gehele dakbedekking en vervangen en 199 dakkoepels. Het oorspronkelijke ontwerp van Rietveld is in tact gebleven. De brandmeld-, elektra-, verlichtings- en klimaatinstallaties zijn gemoderniseerd en het hele gebouw heeft een grondige opfrisbeurt gekregen. Hierbij zijn onder andere de vloeren en plafonds vernieuwd. Adriaan Dönszelmann, zakelijk directeur van het Van Gogh Museum, vertelt trots: “Mede dankzij de goede samenwerking met de Rijksgebouwendienst en de Bouwcombinatie is het gelukt dit project met succes af te ronden, binnen het budget en de geplande tijd van slechts zeven maanden.”

Duurzame uitstraling

Het museum voldoet nu aan de moderne eisen van klimaatregeling, duurzaamheid en veiligheid. Zo is het museum nu voorzien van een moderne en duurzame klimaatinstallatie, waarmee het gewenste klimaat per zaal gereguleerd kan worden. In een 160 meter diepe put onder het museum is een warmte-koude opslag geplaatst, die in de zomer warmte vasthoudt en in de winter het gebouw met de opgeslagen warmte kan verwarmen. Eind 2013 hoopt het Van Gogh Museum een duurzaamheidscertificaat, het zogenaamde BREEAM Label te ontvangen.

Twee gebouwen

Het Van Gogh Museum bestaat uit twee gebouwen: het hoofdgebouw, ontworpen door Gerrit Rietveld en geopend in 1973, en de in 1999 opgeleverde tentoonstellingsvleugel van de architect Kisho Kurokawa. In 1998-1999 is het Rietveld gebouw gerenoveerd, waarbij de indeling van het gebouw weer meer in overeenstemming gebracht werd met het oorspronkelijke ontwerp.

 

Over Bouwbedrijf Van der Spek

Bouwbedrijf van der Spek is een middelgroot aannemingsbedrijf, gevestigd in Pijnacker. Sinds de oprichting in 1963 is Bouwbedrijf van der Spek uitgegroeid tot een regionale speler die in de Randstad geen bouwkundige uitdaging uit de weg gaat. De kracht ligt in korte communicatielijnen en een compacte organisatie. Vooral in projectmanagement. Bouwbedrijf van der Spek maakt veel gebruik van gespecialiseerde, vaste onderaannemers.

Meer informatie: www.bouwbedrijfvanderspek.nl.

 

Over Verbakel Bouwbedrijf

Verbakel Bouwbedrijf is al 38 jaar een veelzijdig en innovatieve allround bouwer die het ambachtelijke aspect hoog in het vaandel heeft staan. Die veelzijdigheid zetten zij, met 46 eigen werknemers, elke dag in op zeer uiteenlopende projecten voor zeer uiteenlopende opdrachtgevers. Naast nieuw & verbouw in de utiliteits- en woningbouw, heeft Verbakel Bouwbedrijf zich gespecialiseerd in het uitvoeren van totaalonderhoud voor professionele opdrachtgevers. Als Westlandse bouwer zijn ze gewend om de zaken slagvaardig aan te pakken, niet alleen in de thuisregio maar in de gehele Randstad.

Meer informatie: www.verbakel.nl

 

Over PromTeg

Als specialist in gebouwbeheersystemen, ontwikkelt, installeert en onderhoudt PromTeg Nederland elektrotechnische installaties met behulp van slimme en energie-efficiënte componenten. Dit betekent dat alle installaties en geregelde units in een gebouw in één ‘intelligent’ systeem geïntegreerd zijn. PromTeg heeft vestigingen in Uitgeest, Duiven en ’s HertogenBosch. Meer informatie: www.promteg.nl.

 

Over Kuijpers

Kuijpers is een professionele technisch dienstverlener met ruim 800 medewerkers en een omzet van 160 miljoen euro. Kuijpers verzorgt alle technische installaties in gebouwen en industrie én zorgt voor het onderhoud daarvan. Hierdoor voldoen zij jarenlang aan de gestelde eisen. Het bedrijf profileert zich met oplossingen op het gebied van milieuvriendelijkheid, energiezuinigheid en veiligheid. Kuijpers combineert zijn sterke klantgerichtheid met de aandacht voor de ontwikkeling en belangen van zijn medewerkers. Het 4e generatie familiebedrijf heeft vestigingen in Arnhem, Den Haag, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Roosendaal, Tilburg en Utrecht. Meer informatie: www.kuijpers.nl

Caleffi lanceert een nieuw, uniek en gratis opleidingsprogramma: CALEFFI ACADEMY. De CALEFFI ACADEMY biedt professionals in de HVAC sector de mogelijkheid om op een toegepaste manier kennis over specifieke onderwerpen uit te breiden en te actualiseren.

Een opleiding bestaat steeds uit een interactieve, theoretische uiteenzetting gevolgd door een praktische workshop. En dit alles steeds in een up-to-date context met steeds veranderende regel- en wetgevingen en markttendensen.

Op diverse locaties in Nederland en België zullen ervaren lesgevers zorgen voor een leerrijke combinatie van theorie en praktijk. Het opleidingsprogramma bestaat uit 3 actuele thema’s: terugstroombeveiliging (NL) of zoneventielen (BE) in mei 2013, satellietunits en energiemeting in augustus en september 2013, en balanceren en inregelen in oktober 2013.

Wie te weinig tijd heeft om naar de opleidingsdagen te komen, kan dezelfde opleidingen volgen via de interactieve webinars. Inschrijven en inloggen volstaan om de verschillende sessies live bij te wonen.

Als deelnemer ontvang je een certificaat en kwaliteitslabel dat aantoont dat de opleidingen met succes voltooid werd. Dit kwaliteitslabel staat garant voor de nodige kennis, kwalitatief advies, en technische ondersteuning van de CALEFFI ACADEMY-installateur. calefi academy INSTALLATEUR VAN HET JAAR

Calefi academy-installateurs kunnen ook meedingen naar de titel van calefi academy Installateur van het Jaar. Collega’s en tevreden klanten kunnen hun Caleffi Academy-Installateur van het Jaar kiezen door hem of haar verkiesbaar te stellen d.m.v. nominatie.

Een uiteindelijke winnaar zal gekozen worden door een vakjury, en bekend gemaakt worden in december 2013.

Meer info op caleffi.nl of caleffi.be of kijk hier
Voor extra vragen, neem contact op met:
Romina Schincariol, Projectcoördinator Marketing
Email: romina.schincariol@caleffi.com
Tel NL: +31 495 54 91 36 • Tel BE: +32 89 38 68 68

Extra investeren in energiebesparing bij bestaande gebouwen bespaart niet alleen kosten, maar levert ook extra banen op. Dat blijkt uit een studie van SEO Economisch Onderzoek en CE Delft.

Extra investeringen in energiebesparing in bestaande gebouwen kunnen de bouw en de toeleverende industrie een fors aantal banen opleveren. Het verplichten van een energielabel C voor koopwoningen en een B-label voor huurwoningen leidt tot gemiddeld 10.000 nieuwe groene banen per jaar. Dat concluderen SEO Economisch Onderzoek en CE Delft in een studie die ze hebben uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur & Milieu. In de periode 2013 tot 2020 kunnen die investeringen 212 tot 351 duizend arbeidsjaren opleveren. De bouw telt momenteel ongeveer 40.000 werkzoekenden. Tegenover de extra investeringen staan extra jaarlijkse besparingen op de energierekening van alle Nederlanders.

 

Groene banen
“Deze studie bewijst dat Rutte II veel groene banen kan creëren door een minimum energielabel voor woningen te verplichten”, zegt Ron Wit, hoofd energie van Natuur & Milieu. Natuur & Milieu wil samen met andere partijen die deelnemen aan het SER Energieakkoord bespreken hoe het kabinet dit instrument optimaal kan vormgeven. Door energieprestatie-eisen te stellen aan woningen en gebouwen worden grote economische kansen benut: de bouwsector krijgt een impuls en huishoudens en bedrijven worden minder kwetsbaar voor stijgende energieprijzen. Dat is nodig om energiearmoede tegen te gaan: 50% van de huishoudens in slecht geïsoleerde woningen (G-label) verdient minder dan een modaal inkomen.

Ook aan de installatiebranche gaat de crisis niet ongemerkt voorbij. De sector heeft dit jaar te kampen met een forse terugval. Onderzoek in opdracht van brancheorganisatie UNETO-VNI laat zien dat het totale productievolume sinds 2009 met maar liefst een kwart is afgenomen. Toch houdt de branche vast aan de ingezette koers. Alleen innovatie kan een structurele uitweg uit de crisis bieden.

Optimistisch
UNETO-VNI is optimistisch over de marktkansen die er voor de sector op de lange termijn liggen. Het aandeel installatietechniek in de totale bouwsom wordt steeds groter en neemt de komende jaren verder toe. Voorzitter Titia Siertsema: 'Ondernemers in de installatiebranche hebben het op dit moment niet makkelijk, maar ze blijven vooruitkijken. Niet bij de pakken neerzitten, maar extra energie steken in innovatie; dat is het signaal dat ik uit de branche keer op keer krijg. Wij helpen onze leden door in een matige conjunctuur innovatiekansen te creëren en te signaleren.'

Vooruitzichten
Ondanks de positieve houding van de meeste ondernemers, zijn de vooruitzichten op de korte termijn niet rooskleurig. De installatiebranche incasseert dit jaar nog eens een daling van 3 à 4% en in 2014 zal het er nauwelijks beter op worden. Het totale productievolume in de installatiebranche komt in 2014 waarschijnlijk uit op 9,9 miljard euro. In 2009 was dat nog 13,8 miljard. Siertsema: 'De prijsdruk in de sector is fors toegenomen door de malaise in de nieuwbouw, afnemende bedrijfs- en overheidsbestedingen en het historisch lage consumentenvertrouwen. De werkgelegenheid in de sector staat zwaar onder druk. Installateurs moeten alle zeilen bijzetten om waar mogelijk werkgelegenheid in stand te houden. Volgend jaar bereiken we de bodem in de markt.'

Nieuwe realiteit
Nu de omvang van de crisis in de installatiebranche volledig zichtbaar wordt, blijkt dat de sector zich zal moeten instellen op structureel lagere volumes. De recente verlaging van de btw op onderhoud en renovatie is een noodzakelijke maatregel om zoveel mogelijk ondernemingen door de huidige malaise te slepen. Daarnaast heeft de installatiesector hoge verwachtingen van andere ontwikkelingen, zoals een Nationaal Energieakkoord en het Nationaal Fonds Energiebesparing. Siertsema: 'De lagere btw kan consumenten over de streep trekken om te investeren in woningverbeteringen, zoals een badkamerrenovatie of een energiezuinige cv-ketel. Dit soort stimulerende maatregelen hebben we keihard nodig, want de rek is er nu echt uit. Veel bedrijven hebben geen vet meer op de botten.'

Lichtpuntjes
Zelfs in de moeilijke situatie van dit moment zijn er lichtpuntjes voor de installatiebranche. Volgens Siertsema kunnen energiebesparing, duurzame energie en het levensloopbestendig maken van woningen zich binnen afzienbare tijd ontwikkelen tot groeimarkten, al zal het niet genoeg zijn om het verloren productievolume goed te maken.

Ondertussen onttrekt de markt voor industriële installatietechniek zich grotendeels aan de economische terugval. Deze kleine deelsector verwacht dit jaar zelfs een groei van 1% te realiseren. Industriële installatiebedrijven zijn onder andere actief in de energiesector, de voedingsmiddelenindustrie en de petrochemie.
 

Ondernemers die investeren in het vervangen van het asbestdak van een loods, een stal of een ander bedrijfsgebouw, kunnen rekenen op een belastingvoordeel via de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (Vamil).Sinds vorig jaar is het bovendien fiscaal aantrekkelijk om tegelijk op deze asbestvrij gemaakte daken zonnepanelen te plaatsen. Ondernemers die daarvoor kiezen, kunnen rekenen op Energie-investeringsaftrek (EIA) en Vamil voor de aanschaf en plaatsing van zonnepanelen.

Dit pakket aan fiscale voordelen is het gevolg van een Green Deal tussen het ministerie van I&M en landbouworganisatie LTO. Informatie over het aanvragen van deze belastingvoordelen vindt u op de website van MIA\Vamil. Hier vindt u ook een handleiding met een toelichting op de aanvraagprocedure en een rekenvoorbeeld over het financieel voordeel voor de ondernemer. Investeringen in woningen zijn uitgesloten voor de regelingen. Bij zonnepanelen op woningen is toepassing van EIA en Vamil, bij uitzondering, wel mogelijk. 

Werkgevers en kabinet zien niets in het plan van FNV Bouw om het vervroegd pensioen weer van stal te halen om de jeugdwerkloosheid in de sector aan te pakken. Volgens de Aannemersfederatie huilt de bond krokodillentranen na het weglopen van de cao-tafel. De kosten zijn te hoog. Werkgevers zien meer in een verlaging van de leerlingsalarissen om meer jongeren aan het werk te krijgen.

Het plan om de vut voor bouwvakkers nieuw leven in te blazen, maakt deel uit van een breed pakket dat de bond heeft bedacht tegen werkloosheid. „Het bloed gutst eruit. Inclusief de toeleverende bedrijven verliezen er in de bouw iedere dag 100 mensen hun baan”, zegt vicevoorzitter Charley Ramdas.

Als het aan de bouwbond ligt, moeten er op drie vlakken snel maatregelen genomen worden. Het vroegpensioen moet de ouderen en jongeren op korte termijn helpen, terwijl meer van-werk-naarwerkbegeleiding de middengroep moet behouden voor de sector. Een ’boost’ in de vorm van investeringen in verduurzaamheid van woningen en een investeringsverplichting in plaats van een verhuurdersheffing voor woningbouwcorporaties zou de vraag in de bouw moeten aanjagen.

Minister Asscher (Sociale Zaken) was niet enthousiast. Hij zei in het algemeen niet voor vut-regelingen te zijn. „We betalen nu de prijs nog van het afschaffen van de vorige vut-regeling”, zei hij.

Werkgeversvereniging Bouwend Nederland noemt het voorstel van FNV Bouw een ’verkeerde beweging in een tijd waarin we juist langer gaan werken’. „Wat ons vooral opvalt, is dat het plan betaald moet worden door werkgevers, terwijl grote bouwbedrijven juist verlies lijden”, zegt een woordvoerder. 

Architecten ontvingen vorig jaar opnieuw fors minder voor nieuwe ontwerpopdrachten. De totale waarde hiervan liep met 15 procent terug vergeleken met 2011.
Een klein lichtpuntje vormde de markt voor renovatie en herstel van woningen. De waarde van deze nieuwe ontwerpopdrachten steeg met bijna 7 procent.

BUVA’s ‘Dag van de installateur’ op 9 april en de ‘Dag van de renovatie’ op 11 april, zijn door de gasten bijzonder goed ervaren. Beide dagen stonden volledig in het teken van het informeren van klanten en geïnteresseerden over actuele onderwerpen uit de markt. BUVA heeft een breed publiek, zoals installateurs, woningcorporaties, vastgoedonderhoudsbedrijven, architecten en timmerfabrikanten mogen ontvangen. Wat deze dagen volgens velen uniek maakt, is dat de informatieverstrekking centraal staat en de commerciële boodschap niet de boventoon voert. De evenementen zijn voor bezoekers geheel gratis.

De ‘Dag van de installateur’ stond volledig in het teken van installaties, en hierbij kwamen de volgende sprekers aan bod:

Jan Buijs van adviesbureau Peutz, die de eisen van installatiegeluid in het Bouwbesluit toelichtte. Hierna volgde Jos de Vries van Bouwfonds over de installatiekeuzes van vandaag en in de toekomst. Kees de Schipper van de VLA (Vereniging Luchttechnische Apparaten) sloot het formele deel van de dag af met zijn presentatie over kwaliteitsgarantie van ventilatiesystemen in woningen.

De ‘Dag van de renovatie’ bood een schat aan informatie over de renovatiemarkt, met de volgende sprekers:

Willem Otter van BAM W&R, over optimalisatie in ketensamenwerking wat leidt tot betaalbare, energiezuinige en comfortabele woningen. Harm Valk van Nieman Raadgevende Ingenieurs ging hierna verder en vertelde hoe men kwaliteit voor de eindgebruiker kan realiseren. Raymond Beuken van AgentschapNL eindigde het formele deel van de dag met zijn presentatie over de diverse onderdelen van de EPBD-richtlijn.

 

Alle bouwpartners (Kuijpers, Homij, JP van Eesteren, Koninklijke Woudenberg, Möhringer en Unica) stonden afgelopen zaterdag officieel stil bij de opening van het nieuwe Rijksmuseum. Zij leverden een bijdrage aan de grootschalige en innovatieve renovatie van het Rijksmuseum en overhandigden het Rijksmuseum een cheque.

Het Rijksmuseum wordt op 13 april door Koningin Beatrix feestelijk geopend. Vooruitlopend daarop organiseerde het Rijksmuseum zaterdag 6 april een open dag om de bij de bouw van het nieuwe Rijksmuseum betrokkenen te bedanken. Voor de bouwpartners reden om het Rijksmuseum in het zonnetje te zetten. En de heer Pijbes, hoofddirecteur van het Rijksmuseum, een cheque te overhandigen. Met deze cheque dragen de bouwpartners bij aan de activiteiten van het Rijksmuseum, ook na de opening. De heer Pijbes reageerde enthousiast: ‘De technologie en de inrichting van het gerenoveerde Rijksmuseum vormen net zo’n visitekaartje voor de Nederlandse inventiviteit als de meesters uit de Gouden Eeuw die hier hangen. Dit bedrag draagt er aan bij dat wij dit visitekaartje ook in de toekomst kunnen blijven afgeven!’

Meesterlijke renovatie 

Als het Rijksmuseum op 13 april zijn deuren opent, zijn het niet alleen de Rembrandts die bewondering wekken. Het oorspronkelijke atrium is weer opengebroken. Het museum voldoet aan de moderne eisen van klimaatregeling, duurzaamheid en veiligheid. Zo hangen er bijvoorbeeld overal ledlampen, niet alleen zuinig maar ook digitaal af te stemmen op de intensiteit van het daglicht. Bovendien geven ze veel minder warmte af. Minder zichtbaar, maar belangrijk voor de levensduur van de schilderijen is de klimaatinstallatie. Die moet kunnen omgaan met de warmte, het vocht en de CO2-uitstoot van ongeveer twee miljoen bezoekers die elk jaar worden verwacht. Het nieuwe gebouw regelt zijn temperatuur ook op een duurzame manier: diep onder de grond zijn reservoirs voor koud en warm water aangelegd, een zogenaamde warmte-koude opslag. Daarmee ontstaat een bron voor warme in de winter en koude in de zomer.

Facts & Figures

Het gebouw van het Rijksmuseum dateert uit 1885 en is een uniek historisch monument. Het vernieuwde Rijksmuseum toont ruim 8.000 voorwerpen van kunst en geschiedenis. De loopafstand door de 80 zalen van het museum bedraagt ongeveer anderhalve kilometer. De totale collectie van het museum, waaronder ook tekeningen, prenten en foto’s, omvat ongeveer 1.000.000 voorwerpen. 

Kennisinstituut voor de installatiesector ISSO gebruikt crowdsourcing als manier om kennis te ontsluiten. Zo krijgen alle partijen in de installatiesector een podium om ervaringen te delen met de markt, tegen een aardige vergoeding.

In de installatiesector is een enorm kennis- en ervaringspotentieel aanwezig. Dat zit bij verschillende partijen verspreid over de hele sector. ISSO wil de know-how graag samenbrengen in kennisproducten, waaronder Kenniskaarten en onderdelen van ISSO-publicaties. Kennisdeling is een belangrijke impuls voor innovatie en vermindering van faalkosten.

Kennisdeling door crowdsourcing
Zoals de naam al zegt, betekent crowdsourcing het ‘sourcen’ van werkzaamheden aan een ‘crowd’. ISSO zet in de markt een opdracht uit waaraan een beloning gekoppeld is. Iedereen kan meedoen. De beloning wordt uitgekeerd aan degene die de opdracht het beste heeft uitgevoerd. Soms wordt een opdracht opgeknipt. Zo kunnen verschillende partijen bijvoorbeeld een principeschema uitwerken van een installatiedeel. De een werkt een tapwaterinstallatie uit, de ander een verwarmingsinstallatie of een luchtbehandelingsinstallatie. ISSO integreert vervolgens alle kennis in een kennisproduct.

Oproep aan bedrijven en ZZP-ers
De eerste twee opdrachten staan nu op www.isso.nl. Voor de eerste opdracht wordt gezocht naar bedrijven die kennis hebben van meterruimten in woningbouw. ISSO vraagt onder meer naar de aandachtspunten bij het technisch ontwerp en de aanleg. Ook wil ISSO alle kennis vergaren over de ruimte voor WIFI-routers, intelligente energiemeters en glasvezelaansluitingen. Voor opdracht twee wordt gezocht naar bedrijven die kennis hebben van communicatiesystemen. Wat is de invloed van degelijke systemen op installaties, is een van de vragen hierbij.

Meer informatie
Raadpleeg www.isso.nl menu-optie ISSO en crowdsourcing voor nadere informatie.

Het volgen van trainingen bij de fabrikant is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden voor W-installateurs. En voor de komende jaren zal het belang enkel toenemen. 

Ondanks de aanhoudende crisis en daardoor oplopende werkeloosheid,  is het voor veel W-installateurs lastig om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden (56%). De instroom van jongeren blijft al jaren achter en door de vergrijzing verliest de sector veel kennis via uitstroom. Ondertussen zijn de bouwopgaven in afgelopen decennia enkel moeilijker geworden. Het aandeel installatietechniek is veel groter dan vroeger en zal door de nadruk op gebieden als comfort, automatisering en energiezuinigheid verder toenemen. Daarnaast zijn de installaties steeds sterker verweven met de andere disciplines. Volgens 76% van de ondervraagden zijn de werkzaamheden van de installateur in de afgelopen jaren complexer geworden.  Het is voor de W-installateur dan ook een steeds grotere uitdaging het kennisniveau van de medewerkers op peil te houden. Een manier om deze uitdaging aan te gaan is investeren in medewerkers door het volgen van opleidingen en trainingen.

Het volgen van trainingen bij de fabrikant is volgens 73% van de W-installateurs  in de afgelopen jaren belangrijker geworden. Er is volgens de ondervraagden een duidelijk verband tussen het volgen van deze trainingen en het beperken van faalkosten (82%). Voor de komende jaren verwacht zelfs nog een groter deel van de installateurs een toename in het belang van trainingen bij de fabrikant. Het toegenomen belang kan worden verklaard door de uitdaging waar de installateur voor staat. Een uitdaging waar fabrikanten een belangrijke rol op zich kunnen nemen. Middels het aanbieden van trainingen kunnen zij een positieve bijdrage leveren aan het kennisniveau van de installateur en daarmee samen met de installateur de uitdaging aan gaan om het kennisniveau op peil te houden.

foto: training Geberit

Mario Bouwmans (47) heeft van ROVC het allereerste MBO-3 diploma in ontvangst genomen. ROVC is partner voor trainingen, opleidingen en advies & implementatie binnen de Nederlandse industrie.

Mario kreeg het diploma Servicemonteur werktuigbouw uit handen van Roel Greutink, Manager Business Development bij ROVC. Mario volgde de praktijkopleiding bij zijn huidige werkgever Broviand, een pluimveevleesverwerker in Someren. ROVC is sinds 2011 een officieel erkende MBO-opleider. De MBO-opleidingen bestaan uit losse cursussen, hierdoor kon Mario Bouwmans zijn reeds gevolgde ROVC-cursussen inzetten als vrijstelling. Door een aantal aanvullende cursussen te volgen, werd het mogelijk om versneld zijn MBO-diploma te halen. De van origine bloemist, begon bij Broviand als schoonmaker en heeft zich met zijn gemotiveerde instelling laten omscholen tot servicemonteur. “Het afstuderen van Mario Bouwmans is een schoolvoorbeeld dat het tekort aan technici opgelost kan worden met zij-instromers”, aldus Roel Greutink.

Simon van den Broek, directeur van Broviand en tevens de praktijkbegeleider van Mario, vult aan: “Mario is van begin af aan zeer betrokken geweest bij ons bedrijf en alleen daarom al goud waard. Het is voor een organisatie als de onze noodzakelijk dat je goede werknemers zoals Mario in huis hebt die problemen met machines kunnen signaleren, analyseren en eventueel verhelpen. De cursussen en opleidingen van ROVC zijn daarom een geschikt middel om medewerkers technische kennis en vaardigheden bij te brengen.”

Mario Bouwmans is trots op zijn diploma: “Ik ben erg blij dat ik nu een officieel diploma heb. Toen ik als schoonmaker werkte bij Broviand, heb ik mij altijd geïnteresseerd voor de machines die daar stonden. In de loop van de tijd ben ik daarom technische cursussen bij ROVC gaan volgen. Deze waren dicht bij huis en op geschikte tijdstippen, waardoor ik het kon combineren met mijn werk en privéleven.”

Ook het tekort aan technici te lijf gaan? ROVC schreef de whitepaper ‘In vijf stappen voorbereid op het tekort aan technici’ over dit onderwerp. Deze is gratis te downloaden via: www.rovc.nl/publicatie_aanvragen

foto: Roel Greutink reikt diploma uit aan Mario Bouwmans


De inschrijving voor een gratis bezoek aan Electronics & Automation is geopend. Deze vakbeurs voor industriële elektronica vindt plaats van dinsdag 28 tot en met donderdag 30 mei in Jaarbeurs Utrecht.

Met ruim 130 exposanten is in mei de complete elektronicaketen op de beursvloer verenigd. Tijdens een beursbezoek kunnen bezoekers zich laten informeren over de nieuwste innovaties en ontwikkelingen. 
Net als twee voorgaande edities van de beurs kan de bezoeker ook dit jaar de elektronicagadget bij de stands van deelnemers verzamelen. De gadget is een meetinstrument voor licht en temperatuur, de waarden zijn af te lezen op de gadget zelf maar door de WiFi module en de ontwikkelde app ook op de smartphone. Naast de analysefuncties is de gadget ook een Arduino ontwikkelplatform. Deze gadget is ontwikkeld door KITT Engineering en met zo’n dertig exposanten wordt samen gewerkt aan de voorbereidingen om uiteindelijk 2.000 gadgets te kunnen vergeven. De LIVE productie van de gadget vindt plaats op de beursvloer.

Ook het Developmentclubpaviljoen is wederom op de beursvloer aanwezig. Op een centrale plek in de hal tonen de deelnemers hun deskundigheid aan het publiek en kunnen bezoekers aan dit paviljoen kunnen zich laten verwonderen over de laatste innovaties en ontwikkelingen.

Voor het eerst in de geschiedenis van Electronics & Automation staan acht leden van de PLOT-vereniging samen in het PLOT Reliability paviljoen. Gezamenlijk presenteren zij hun kennis aan de markt.

Het conferentieprogramma www.eabeurs.nl/conferentieprogrammabestaat uit zes inhoudelijke seminars die ingaan op de ontwikkelingen in de markt. Samen met exposanten en externe sprekers worden de seminarprogramma’s ingevuld. De zes onderwerpen van het conferentieprogramma zijn: Tomorrow’s Electronics, Wireless, Reliability, Traceability, Design for Excellence en Zelf ontwikkelen of uitbesteden. Deze ochtendseminars worden in de congreszalen op de beursvloer gehouden.

Aanmelden voor deze projecten en seminars kan via de bezoekersregistratielink op www.eabeurs.nl.

 

 

De mogelijkheden van het gebruik van aardwarmte (geothermie) en de ontwikkelingen op dit gebied in Nederland en Duitsland zijn onderwerp van een Nederlands-Duits energieforum op donderdag 25 april 2013 van 10:00 tot 16:30 uur in Nootdorp. De bijeenkomst wordt georganiseerd door de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK) in opdracht van het Duitse ministerie van economische zaken (BMWI) en in samenwerking met IF Technology, GtV-Bundesverband Geothermie e.V. en Netzwerk Geothermie NRW.

“Geothermie is zowel in Nederland als in Duitsland sterk in opkomst als duurzame energievoorziening”, zegt Anouk de Jong, exportconsulente bij de DNHK. “Aangezien er in Nederland bijna overal aardwarmte kan worden gewonnen, zijn er vele toepassingsmogelijkheden.” Diepe geothermie, waarbij aardwarmte tot wel vier kilometer onder het aardoppervlak vandaan wordt gehaald, is in Nederland nog relatief nieuw. In de glastuinbouwsector lopen proefprojecten waarbij kassen volledig op deze manier verwarmd worden. Ondiepe geothermie en WKO (warmte- en koudeopslag) worden al langer ingezet in de glastuinbouw, maar bijvoorbeeld ook voor het verwarmen van kantoren en ziekenhuizen. Doordat er in Duitsland al beduidend meer geothermie-projecten zijn uitgevoerd dan in Nederland, hebben Duitse bedrijven op dit gebied waardevolle kennis in huis.

Tijdens het forum op 25 april presenteren acht Duitse specialisten hun technologieën aan het publiek. Dit gebeurt in twee paneldiscussies: één over diepe geothermie en één over ondiepe geothermie en WKO. Daarnaast zullen branche-experts presentaties geven over de perspectieven van geothermie in beide landen. Ook thema’s als vergunningsverlening in Duitsland en prospectie en risicomanagement zullen aan de orde komen. “De regelgeving op het gebied van geothermie loopt aan weerszijden van de grens behoorlijk uiteen”, zegt De Jong. “Tijdens de bijeenkomst geven wij een overzicht van de belangrijkste punten waar ondernemers bij hun grensoverschrijdende activiteiten rekening mee moeten houden.” De bijeenkomst wordt afgesloten met een netwerkborrel.

Contact
Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK), Anouk de Jong,

Tel. 070 3114 118, E-mail a.dejong@dnhk.org
 

Zaterdag 1 juni barst de competitie los! Deze keer op een wel hele speciale locatie, Forteiland Pampus. Een eiland voor de kust van Amsterdam. Dit is wat de competitie ‘De beste fitter van Nederland’ 2013 gaat worden: uitdagend, spannend en vakmanschap op één dag, één eiland!

‘De beste fitter van Nederland’ 2013 wordt anders dan de voorgaande edities. De belangrijkste verandering is dat er geen regionale voorrondes meer worden gehouden; zaterdag 1 juni is het dé dag van de installateur en moet het gebeuren. Middels diverse praktijk- en theorie opdrachten - beoordeeld door een professionele jury onder leiding van Henny Hoppenbrouwers - gaat aan het einde van deze competitiedag 1 persoon met de felbegeerde titel naar huis.

De wedstrijd heeft tot doel het installatievak in het zonnetje te zetten. Naast deze prestigieuze titel krijgt de winnaar een prachtige avonturenreis naar Lapland cadeau. Een reis voor waaghalzen waarbij de sneeuw o.a. met sneeuwscooters, husky’s en sneeuwschoenen getrotseerd wordt. Verder krijgt de winnaar alle schijnwerpers op zich gericht en hij of zij is een perfect uithangbord voor zijn werkgever, die de beste fitter in zijn bedrijf heeft!

Deelname
Alle erkende monteurs op het gebied van verwarming, sanitair en drinkwater kunnen deelnemen. Per bedrijf mogen er twee installateurs meedoen aan de wedstrijd. Willen meer collega’s zich inschrijven, dan kan er binnen het bedrijf een selectieronde georganiseerd worden. Kijk voor meer info op www.debestefittervannederland.nl

BINK software mocht vrijdag 18 januari ruim 100 klanten en relaties ontvangen op haar 25-jarig jubileumfeest. Tijdens de feestelijke middag presenteerden een drietal installatietechnisch adviseurs projecten waarin zij BINK op verschillende manieren hadden toegepast.

Een prettig klimaat door thermisch simuleren
Directeur Ad Dekker van ADEK beet de spits af met de toelichting van zijn project, de renovatie van het apen- en vogelhuis in Artis. Omdat het hier ging om verschillende gebruikers zoals bezoekers, verzorgers, apen- en vogelsoorten en vegetatie, had men te maken met verschillende eisen aan de temperatuur, luchtvochtigheid, zonlicht en verlichting. Met gebruik van het thermisch simulatiemodel DYWAG konden verschillende scenario"s worden doorgerekend en zo uiteindelijk de optimale mix van installaties en voorzieningen worden bepaald.

DXF bestanden importeren in BINK Builder
Vervolgens liet Christ van Dooren, directeur van CVD-Klimatisering zien hoe hij vanuit een DXF-bestand, via BINK Builder, een gebouwmodel invoert in de BINK 9 en 8 programmatuur. Hierbij gaf hij de nodige tips waar je op moet letten wanneer je een gebouwmodel gaat maken. Vooral wanneer een gebouw veel ruimten heeft levert het gebruik van een gebouwmodel veel tijdswinst op en als bijkomend voordeel wordt de ruimtebenaming- en nummering automatisch overgenomen in het programma.

Geen schattingen of aannames, maar feiten
Tot slot toonde Johan Koekkoek, directeur van Visietech, hoe vanuit het tekenprogramma Revit gebouwmodellen kunnen worden gemaakt waarmee berekeningen  worden uitgevoerd. BIM is een uitgangspunt voor Visietech om hun installatie goed te kunnen ontwerpen. Een belangrijke tool bij optimalisatie van hun installatieontwerpen is het gebruik van het dynamische simulatieprogramma DYWAG om het binnenklimaat en het gebruik van installaties in gebouwen te simuleren. Dit levert voordeel op ten opzicht van de "statische" programma's omdat installaties efficiënter kunnen worden ontworpen. Dit past binnen de visie van Visietech "Geen schattingen of aannames, maar feiten".

Hans Bosch, productmanager bij BINK software sloot het technische gedeelte af met een blik in de toekomst. Ook in 2013 staat er weer heel wat te gebeuren. Via de website www.binksoftware.nl wordt u hiervan op de hoogte gehouden.

Tijdens de beurs Electronics & Automation toont de Nederlandse elektronicamarkt haar bestaansrecht. Bezoekers ervaren letterlijk dat er door samenwerking en innovatie in Nederland vele mogelijkheden zijn. De beursgadget Helios is hier een sprekend voorbeeld van. 45 bedrijven uit de keten zorgen er gezamenlijk voor dat 2.000 beursbezoekers naar huis gaan met een werkend high-tech gadget. De Helios is geproduceerd, ontworpen en getest met behulp van de laatste technieken en equipment. Dit is live op de beurs te aanschouwen!

Op de LIVE productielijn zien de bezoekers stap voor stap hoe de gadget tot stand komt. De Design for Excellence analyse, JTAG Technologies Boundary scan en de laser snijder zijn live stappen die niet eerder op de beurs te zien waren. Totaal bestaat de lijn uit 15 machines.

2.000 bezoekers hebben vervolgens de mogelijkheid een eigen Helios in 7 stappen verzamelen. De Helios is een lichtanalysator die meet de verlichtingssterkte in lux, de kleurtemperatuur in Kelvin, de x-y-positie in het CIE-kleurdiagram en een benadering geeft van de kleurweergave-index CRI. Ook is de Helios een Arduino platform met daarop de WiFly module van Roving Networks (Microchip). Deze, door Rutronik gesponsorde, module maakt het mogelijk om de meetresultaten van de Helios via een app af te lezen op een smartphone of op een (mobiele) website. De combinatie met het Arduino platform en de aanwezige Wi-Fi module maakt de gadget tot een uniek ontwikkelplatform voor de echte engineer.

Om een goed beeld te krijgen van mogelijkheden van de WiFly module geeft Microchip tijdens de beurs iedere middag in de Marijkezaal een hands-on workshop.

Registreer u voor een beursbezoek en geef aan of u de Helios wilt verzamelen.

 

Energiezuinig ventileren levert een belangrijke bijdrage aan het behalen van de steeds strenger wordende EPC. Tegelijkertijd moet ook de luchtkwaliteit en het thermisch comfort op peil blijven. Agentschap NL heeft de demonstratie en monitoring gesteund van vier geavanceerde, energiezuinige ventilatieprincipes om richting te geven aan verdere innovatie. Het onderzoek bevestigt dat vraagsturing, vooral met CO2-sensoren, een grote rol speelt in het vinden van het optimum tussen energiegebruik en luchtkwaliteit.

De vier ventilatieprincipes zijn gedemonstreerd aan de hand van commercieel verkrijgbare systemen:

  • Vraaggestuurde natuurlijke ventilatie –Alusta: Vent-O-System, met mechanische afzuiging, zelfregelende actieve roosters in de gevel, CO2-sensoren in elke ruimte en een vochtsensor in de badkamer.
  • Decentrale vraaggestuurde gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning en CO2-sturing – ClimaRad:klimaatradiator in de woonkamer en slaapkamer die zowel verwarmt als lucht mechanisch aan- en afvoert via geveldoorvoeren.
  • Decentrale mechanische toevoer op basis van kloksturing– Innosource (nu Brink Climate Systems): Air Comfort Control, toevoer van gefilterde lucht met Sonair-units in woon- en slaapkamer via geveldoorvoeren, mechanische afvoer afgestemd op de hoeveelheid toevoer door een regeltechnische koppeling via het lichtnet.
  • Vraaggestuurde (klok- of CO2-sturing) geoptimaliseerde centrale gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinningBrink Climate Systems: warmtewisselaar met 95% rendement voor voorverwarming van koude toevoerlucht tot bijna binnentemperatuur.

De ventilatiesystemen zijn in totaal in honderden woningen gedemonstreerd, zowel nieuwbouw als renovatie. Ingenieursbureau Cauberg-Huygen heeft in tientallen woningen uitgebreide metingen verricht en bewonersenquêtes verzameld.

Uit het onderzoek blijkt dat vraagsturing bij alle systemen tot (zeer) lage CO2-waarden leidt, bij een ventilatievoud dat ruim onder de capaciteitseis van het Bouwbesluit valt. Sensorsturing is hierbij het energiezuinigst. Met name voor geveldoorvoer-units is het geluidsniveau en kans op tocht een punt van aandacht. Voor centraal gebalanceerde ventilatie is goed ontwerp, installatie en inregeling erg belangrijk, evenals juist gebruik en onderhoud. Verder is er een sterkte-zwakteanalyse  per systeem uitgevoerd. Er zijn vier aspecten van innovatieve ventilatiesystemen gevonden waarin de toenmalige ventilatienormen niet voorzagen. Twee hiervan zijn inmiddels verwerkt in ISSO eisen en richtlijnen.

De samenvatting van het onderzoeksrapport ‘Clusterproject Innovatieve Ventilatiesystemen’ staat op de website van Agentschap NL. Binnenkort verschijnt daar ook het infoblad ‘Ventilatiesystemen in energiezuinige nieuwbouwwoningen’, met daarin verwerkt de onderzoeksresultaten, bedoeld voor opdrachtgevers en bouwbegeleiders.

Het einde van het tijdperk van ongeregelde natlopercirculatiepompen is gekomen. Sinds            1 januari 2013 worden ze geweerd van de markt. Ook verschillende technisch gedateerde series met elektronische regeling zijn niet meer beschikbaar. De reden is eenvoudig: deze pompen verbruiken te veel energie wat betekent dat ze niet langer voldoen aan de strenge efficiëntie-eisen van de nieuwe EU-regelgeving onder de Europese ErP (Ecodesign) richtlijn, die vanaf januari 2013 in werking is. Vanaf nu is het voor fabrikanten door de hele Europese Unie alleen nog maar toegestaan hoog efficiënte pompen, met een laag energieverbruik, aan te bieden. In respectievelijk 2015 en 2020 worden de efficiëntie-eisen voor natlopercirculatiepompen verder aangescherpt.

In tijden van laagconjunctuur en krappe marges, is het voor installateurs zaak om elke mogelijke klus naar zich toe te trekken. Dat kan alleen door consumenten net dat beetje extra te bieden, waardoor ze de volgende keer weer voor dezelfde installateur kiezen. Louter de klus uitvoeren is dan niet voldoende, ruim driekwart van de huishoudens vraagt namelijk om nazorg. E- en W-installateurs die het goed aanpakken, creëren promotors voor hun bedrijf. CV-installateurs doen dat al het beste. Per saldo zou 9% van de huishoudens de laatst ingehuurde CV-installateur aanbevelen aan vrienden en familie. Erg belangrijk, want met 36% is mond-tot-mondreclame het meest genoemde oriëntatiekanaal door huishoudens. Dat blijkt uit het WoonKennis Jaarrapport 2012/2013.

Bijna de helft van de huishoudens had afgelopen drie jaar cv-installateur bij huis, ruim een kwart de loodgieter en 17% de elektricien. Eenderde van de huishoudens wil gebeld worden na de klus of alles naar wens is gegaan. 21% is een promotor van cv-installateur, respectievelijk 17% en 14% van elektricien en loodgieter

In het WoonKennis Jaarrapport 2012/2013 is een speciaal hoofdstuk opgenomen waarin onderzocht wordt wat huishoudens van verschillende professionals verwachten en hoe die professionals op hun beurt voor tevreden klanten kunnen zorgen. Hieronder worden enkele belangrijke bevindingen over installateurs besproken. Wat verwachten huishoudens op het gebied van nazorg en zullen ze de installateur die over de vloer is geweest aanbevelen aan familie en vrienden? De afgelopen drie jaar heeft bijna de helft van de ondervraagde huishoudens een cv-installateur bij huis gehad om werkzaamheden uit te voeren. Bijna een kwart van de ondervraagde huishoudens heeft de loodgieter over de vloer gehad en de elektricien is door 17% van de consumenten aan het werk gezet.

Eind januari vond de oplevering van de nieuwe trainings- en opleidingsaccommodatie van Vitesse op Papendal plaats. Deze nieuwe accommodatie is één van de meest moderne van Nederland.Medio februari is het gebouw door Vitesse in gebruik genomen.

Kuijpers Installaties Arnhem was verantwoordelijk voor de totale engineering van de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties van de nieuwe trainingsaccommodatie. Veluwezoom Verkerk heeft de bouwkundige werkzaamheden gerealiseerd. De bouw kende op woensdag 25 januari 2012 haar officiële start. Een jaar later staat er een hypermodern complex dat voldoet aan de eisen van deze tijd. Het hoogste punt werd bereikt op 4 juni 2012. Het trainingsonderkomen telt vier verdiepingen, waarvan drie boven de grond. Het complex is een ontwerp van Geesink Weusten Architecten in Arnhem.

Installeren en bouwen in de Eredivisie
De installaties van het trainings- en opleidingscomplex zijn aangesloten op een wko en voorzien van warmtepompen. De bronnen voor deze wko liggen 120 m diep. Daarmee wordt het trainingscomplex op een duurzame wijze van energie voorzien. In de zomer wordt het koude grondwater gebruikt voor de koeling, terwijl warmte wordt opgeslagen in de bodem voor de winterverwarming. Algemeen directeur van Vitesse, Erwin Kasakowski, spreekt van een nieuwe stap voorwaarts: “Met deze nieuwe trainingsaccommodatie zijn we weer een stap dichterbij de professionalisering van de organisatie. Vitesse wil een topclub worden en daar hoort een dito accommodatie bij. Het complex is op onze maat gemaakt. Wij zijn zeer tevreden over het bouwproces. Nu kijken we ernaar uit om de accommodatie daadwerkelijk in gebruik te nemen.”

Elf Groningse en Drentse scholen gaan de komende maanden met elkaar in de slag om energie te besparen. De scholen zijn deelnemers van de ‘Energy Challenges’, een energiebesparingswedstrijd die leerlingen en docenten uitdaagt om op de energiekosten van hun school te besparen. De initiatiefnemers streven ernaar jongeren bewust te maken van hun energiegedrag én hen te interesseren voor het thema energie. Maandag 12 november is de aftrap. De betrokken schooldirecties ondertekenen dan een overeenkomst voor deelname aan de Energy Challenges 2012-2013.

Nederlandse scholen verbruiken jaarlijks bij elkaar voor zo’n 700 miljoen euro aan energie. Op veel scholen is een besparing van tien tot twintig procent goed haalbaar met eenvoudige maatregelen, zoals energiebewust gedrag van leerlingen en docenten en een optimale afstelling van de installaties in de school. Grote investeringen in het gebouw of de installaties zijn meestal niet nodig.

Energy Challenges is een van de projecten van de Energy Valley Topclub, waarin BAM, Essent, GasTerra, Gasunie, Groningen Seaports en Imtech hun krachten hebben gebundeld als groenpartner van de sportclubs FC Groningen (voetbal), GasTerra Flames (basketbal), Abiant/Lycurgus (volleybal) en Nic./Alfa-college (korfbal). Met de Energy Valley Topclub hebben de deelnemende bedrijven een manier gevonden om groene energie bij het brede publiek te promoten, de jeugd te enthousiasmeren voor duurzaamheid en techniek én een ontmoetingsplek te zijn voor de energiesector.

De initiatiefnemers van Energy Challenges streven naar meer aandacht voor de thema’s energie en duurzaamheid in het onderwijs. Ze richten zich met name op leerlingen en streven ernaar hen te interesseren voor een opleiding en een baan in de energiesector. Ook willen de deelnemende partijen scholen adviseren over energiezuinig gedrag en hulp bieden bij het identificeren van besparingsmogelijkheden.

Twee Groningse scholen deden in de afgelopen periode al mee aan een proefproject voor Energy Challenges. Beide scholen wisten hun energieverbruik blijvend te verlagen met vijftien procent. De besparing werd bereikt door een combinatie van eenvoudige technische aanpassingen en energiezuinig gedrag. Inmiddels hebben zich al elf scholen aangemeld voor de eerste officiële ronde van Energy Challenges, gedurende het stookseizoen 2012-2013. Deze scholen gaan in hun lessen aandacht besteden aan het project en gaan met elkaar de strijd aan om het beste besparingsresultaat. EnerGQ plaatst bij alle deelnemende scholen een energiemeetsysteem. Studenten van de Hanzehogeschool gaan de leerlingen begeleiden en stellen maatwerkadviezen op voor de scholen, met aandacht voor technische, bouwkundige en bedrijfskundige aspecten.

Na de eerste ronde met elf scholen zullen de Energy Challenges regio voor regio worden uitgebreid naar heel Noord-Nederland. De verwachting is dat in het volgende stookseizoen (2013-2014) minstens zestig scholen zullen deelnemen. Vervolgens kan het project ook in de rest van het land worden ingezet om scholen en leerlingen energiebewuster te maken.

Informatie
Voor meer informatie over Energy Challenges kunt u contact opnemen met Harry van Ommen, rj.van.ommen@home.nl, tel. 06-15945947

De erkenningsregelingen van Sterkin stonden in het voorjaar van 2012 in de belangstelling vanwege de aanpassingen die doorgevoerd moesten worden vanwege het nieuwe beleid. Alle ontvangen commentaren zijn inmiddels verwerkt en de regelingen zijn aangepast. Het gaat hierbij om de REW 2008 (water), RIB 2004 (inspectiebedrijven), REG 2008 (gas) en de REI 2008 (elektra). U vindt deze op www.sterkin.nl.

Als gevolg hiervan is de werking van de Consumeter aangepast en zo ook de werking van de Conformiteitverklaring. Tekst hierover vindt u verderop in dit blad.

Het ingezette beleid op het gebied van het actief inspecteren en controleren begint zijn vruchten af te werpen. Hierdoor worden de contacten met de installateurs versterkt en verbeterd en krijgen wij meer zicht op de kwaliteit van de opgeleverde installaties. Door dit actieve handelen bewijst Sterkin haar meerwaarde.

Een belangrijke pijler onder het bestuurswerk is het organiseren van installateursmiddagen. Voor de REG-erkenden  (gas)  hebben wij plezierig samen mogen werken met Geas te Enschede en MW Instruments uit Almere.  Voor de REW-erkenden (water) met Watts uit Eerbeek en voor de REI-erkenden (elektra) met Nico Kluwen en met KWx uit Oud Beijerland. De belangstelling voor deze dagen was verheugend groot en motiveert ons om ons in te blijven zetten op het verdiepen van de technische kennis bij alle erkende bedrijven.

Ed Nijpels, voorzitter van Sterkin.



 

 

 

Bijna 1700 enthousiaste leerlingen van basisscholen uit Zwolle en omstreken bezoeken dit jaar opnieuw het Deltion College tijdens de Week van de Techniek. Van 11 t/m 15 maart maken jongeren uit groep 7 spelenderwijs kennis met techniek. Aansluitend  vindt op 16 maart een Open Bedrijvendag plaats, waarop diverse technische bedrijven de deuren openen voor de jongeren en ouders/verzorgers.

“Het organiseren van de Week van de Techniek is meer dan het versturen van uitnodigingen aan basisscholen. In deze tijd is het moeilijker om de benodigde financiën voor de organisatie van het evenement bij elkaar te krijgen. Gelukkig ziet het bedrijfsleven de noodzaak om jongeren voor techniek te inspireren. Vele sponsoren hebben daarom dit jaar een kleinere financiële bijdrage geleverd. We zijn er gelukkig opnieuw in geslaagd om voor bijna 1700 leerlingen van groep 7 van het basisonderwijs een uitdagend programma te organiseren”, aldus Ben Roseboom, voorzitter van projectgroep Week van de Techniek. 

Programma
Ook dit jaar wordt  de Week van de Techniek gehouden op de campus van het Deltion College in Zwolle. Gedurende een dagdeel kunnen de leerlingen snuffelen aan techniek. Zo maken zij bijvoorbeeld een op zonlicht aangestuurde tafelventilator. Naast een introductiefilm over techniek en een rondleiding langs de praktijklokalen, zorgt entertainer Wibo Westra voor een muzikale en gezellige afsluiting. Aan het eind van ieder dagdeel ontvangen de leerlingen een gereedschapskoffer met tegoedbonnen voor de Open Bedrijvendag.

Onderwijsproject
De Week van de Techniek wordt dit jaar voor en door jongeren georganiseerd. Bij het maken van de werkstukjes krijgen de leerlingen ondersteuning van vmbo-leerlingen van de Thorbecke Scholengemeenschap, het Pieter Zandt College, het Greijdanus College, het Ichthus College en mbo-studenten van de technische opleidingen van het Deltion College en leerlingen van het opleidingscentrum De Grift. De rondleidingen worden verzorgd door studenten van de opleiding Kinderopvang en Luchtvaartdienstverlening van Deltion.

Open Bedrijvendag
De Open Bedrijvendag vindt op zaterdag 16 maart plaats. Op deze dag stellen diverse technische bedrijven hun deuren open om de leerlingen en hun ouders/verzorgers kennis te laten maken met de techniek achter het bedrijf. Na afloop van ieder bedrijfsbezoek ontvangen de leerlingen gereedschap voor in hun eigen koffertje. De volgende bedrijven zijn van 10.00 tot 15.00 uur geopend: Assies Installatietechniek, Unica Installatiegroep, Paul van Vilsteren Installatietechniek en Opleidingscentrum De Grift, Hemmink en Nooter Technische Installaties en Tosec.

De Week van de Techniek is een initiatief van de Stichting Vrienden van Elektro- en Installatietechniek en de Stichting Vrienden van de Werktuigbouw. In deze stichtingen zijn diverse technische bedrijven en onderwijsinstellingen uit de regio Zwolle vertegenwoordigd die zich o.a. gezamenlijk inzetten om nog meer jongeren te enthousiasmeren voor techniek.

Meer informatie over de Week van de Techniek staat op www.weektechniekzwolle.nl.

Prachtige vraag is dat. Als de artiest niet zweet, dan heeft het publiek het koud. Als het kerkvolk er warmpjes bij zit, dan druipt het er bij de predikant vanaf. Als pa en moe op de tribune hun shawl afdoen, dan valt kindlief flauw bij het korfballen.

Het is achter de rug nu u dit leest, maar ik schrijf er vooraf over, de themadag over podiumtechniek, comfort in het theater. Gerarda Nierman doet hier in mee, heuse omgevingspsychologe van Royal Haskoning DHV. Het gaat vooral om comfortbeleving. Krijg je het vanzelf koud als een toneelstuk op de Noordpool speelt? Gaat de drankconsumptie in de pauze omhoog na een scene in de woestijn?

We kennen dat allemaal wel, het kantoor waar de ene klacht na de andere binnenkomt. Deze heeft het koud en die heeft het heet. Kan gebouwautomatisering het allemaal oplossen? ‘Prestatiemonitoring’ is, cq was, het toverwoord van de dag van gebouwautomatiseerders en theatermensen op 11 februari. Een theater presteert als het publiek juicht en als de artiest er graag optreedt. Maar een theater moet ook presteren binnen de duurzaamheidsbureaucratie van de gemeentepolitiek. Het groene imago van de wethouder is heilig.

Eigenlijk wel heel geweldig hoe de vereniging van podiumtechnologen, de VPT, de brancheorganisatie voor GebouwAutomatisering heeft opgezocht. “Kom ons nou eens vertellen hoe we stappen kunnen maken. Help ons naar onze geldschieters te beargumenteren dat ze geld moeten steken in systemen die winst opleveren”.

Zo zou het overal moeten gaan, in alle verschillende specifieke groepen van technici die gebouwen beheren. Hotels, ziekenhuizen, laboratoria, musea, stations, sporthallen, allemaal hebben ze hun eigen specifieke eisen. En altijd is het een combinatie van ‘hard’ meetbare factoren, variabelen en ‘beleving’. En overal gaat het goed fout. Als we eerst eens beginnen bij die harde data, daar gaat het al gruwelijk mis. Vergelijk het maar met het gedoe rond de cijfers over brandstofgebruik van hybride auto’s. Er klopt nooit ene bal van.

Maar al die verhalen over wat er mis gaat, al die voorbeelden bewijzen absoluut niet dat het niet kan, dat het onmogelijk is om eerlijk en objectief te monitoren wat er gebeurt in een gebouw bijvoorbeeld met het energieverbruik. Het grote probleem is dat er geen commissioning en geen monitoring plaatsvindt op het automatiseringssysteem. Nergens wordt waterdicht vastgelegd dat wordt geïnstalleerd wat was ontworpen. Als de automatisering bij Shell op raffinaderijen of op olie- en gasplatforms zo zou gaan, dan zouden er megarampen plaatsvinden. En dan ook nog wordt al in de aanbestedingsfase bezuinigd op de laatste, beslissende stap: het monitoringsysteem dat werkelijk zichtbaar maakt wat er gebeurt, niet alleen maar het eerste uur na in bedrijfstelling, maar over de hele levensduur van het systeem.

Het kan dus echt, de technologie is er, uitontwikkeld. En als we dan zover zijn, dan kunnen we ook de volgende stap maken, gaan werken aan beleving met inzet van geautomatiseerde systemen. Dan kun je daar geld mee gaan verdienen. Inderdaad kun je met de inzet van beelden, klimaat en behaaglijkheid bevorderen dat mensen bij jou in het gebouw gaan consumeren of langer verblijven tegen betaling. Geef die mensen een kop koffie en een broodje dan blijven ze langer zitten en komen ze vaker terug bij Seats to Meet. Maar doe dat allemaal wel met geautomatiseerde systemen, dan pas gaat het opleveren.

Oké, die dag op 11 februari is, was niet bedoeld voor iedereen in de waardeketen van bouw, gebouwen en installaties. Maar er komt een wereldkans: de eerste enige echte Nationale Conferentie GebouwAutomatisering, 17 september. Volg de aankondigingen via www.gebouwautomatisering.org.    

Kees Groeneveld

De afgelopen week was in de media veel aandacht voor de problemen met een klein deel van de zonnepanelen in Nederland. UNETO-VNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche, is ervan overtuigd dat steeds meer consumenten gebruik zullen gaan maken van zonne-energie. Om die reden vindt UNETO-VNI dat de overheid de kwaliteit van zonnepanelen scherper zou moeten controleren.


Branchevreemde aanbieders
De belangstelling voor zonnepanelen is groot. Daardoor is de markt niet langer alleen interessant voor traditionele, gespecialiseerde aanbieders. Ook branchevreemde partijen pikken graag een graantje mee en richten zich vóór alles op het aanbieden van een lage prijs. Daardoor komen er in een aantal gevallen inferieure producten op de markt. Bovendien beschikken dergelijke aanbieders lang niet altijd over de benodigde kennis om een goed advies te geven en after-salesondersteuning te bieden.

Controle
UNETO-VNI pleit ervoor dat de overheid zich actiever gaat bezighouden met de controle op de kwaliteit van zonnepanelen en de elektrische systemen die daaraan gekoppeld zijn. Voorzitter Titia Siertsema van UNETO-VNI: 'Er bestaat geen enkele onduidelijkheid over de technische normen waaraan zonnepanelen moeten voldoen, maar de handhaving is onvoldoende. Daardoor hebben we nu in enkele gevallen te maken met zonnepanelen die niet op de markt hadden mogen komen.' Volgens UNETO-VNI ligt het voor de hand dat de Voedsel- en Warenautoriteit de controles op zonnepanelen gaat verscherpen.

Deskundige installateurs
Volgens de installateurskoepel is het belangrijk voor zowel milieu als economie dat het vertrouwen van de consument in zonne-energie geen deuk oploopt. Installatiebedrijven kunnen en moeten daarin ook een rol spelen. Consumenten die voor de aanleg en aansluiting van zonnepanelen een erkende installateur kiezen, hebben geen reden om zich zorgen te maken. Zij kunnen rekenen op een fors lagere energierekening. Siertsema: 'Ik heb het volste vertrouwen in de toekomst van zonne-energie op consumentenniveau, daar is deze week niets aan veranderd.'

Sinds enkele jaren bestaat er een opleiding voor installateurs op het gebied van zonne-energie, met een landelijk erkend examen. Installateurs die het examen met goed gevolg afleggen, krijgen sinds kort een officiële erkenning als zonne-energie-installateur.

Partijdigheid
Een deel van de onrust die deze week rond zonnepanelen ontstond, is het gevolg van 'onderzoeksresultaten' die Kiwa naar buiten heeft gebracht. UNETO-VNI zet vraagtekens bij de achtergronden en opzet van het Kiwa-onderzoek. Bij navraag is onder meer gebleken dat er geen onderzoeksrapport beschikbaar is. Bovendien biedt Kiwa sinds kort een eigen, commerciële erkenningsregeling aan voor installateurs van zonnepanelen. Met die regeling doorkruist Kiwa een evenwichtig proces dat de installatiebranche samen met de overheid en leveranciers van zonnepanelen enkele jaren geleden heeft ingezet. Tegen deze achtergrond komen de publicaties van Kiwa in een ander daglicht te staan. De organisatie wekt op zijn minst de schijn van partijdigheid. Kiwa heeft onder meer geadviseerd om een kwaliteitsregister in te stellen voor leveranciers van zonnepanelen. UNETO-VNI onderschrijft dat advies niet. Siertsema: 'Zo'n register biedt schijnzekerheid. De consument heeft veel meer aan een strenge controle op de kwaliteit van zonnepanelen die op de Nederlandse markt komen.'


http://www.uneto-vni.nl

 

Trends, technieken en producten op het gebied van energie-efficiënte renovatie zijn onderwerp van een Nederlands-Duits ondernemersforum op dinsdag 19 februari 2013 in Amersfoort. Nederlandse en Duitse bouwexperts zullen hier met elkaar in discussie zullen gaan over ontwikkelingen rondom duurzaam saneren. Het forum wordt georganiseerd door de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK) in samenwerking met Eclareon GmbH.
“Duitsland is koploper in Europa als het gaat om energie-efficiënte en energie-neutrale bouwtechnieken”, zegt Anouk de Jong, exportconsulente bij de DNHK. “Voor de Nederlandse bouwsector is het daarom van groot belang om meer te weten te komen over de technologieën uit ons buurland. Daarnaast biedt de Duitse markt ook goede afzetmogelijkheden voor Nederlandse bedrijven.”

Twee derde van alle gebouwen in Duitsland is na 1979 gebouwd. Dit bestand is verantwoordelijk voor circa 40 procent van het primaire energieverbruik. Toch beschikken deze gebouwen nog steeds niet allemaal over een optimale warmte-isolatie. De Duitse overheid heeft bepaald dat het energieverbruik hiervan in 2020 met 20 procent gereduceerd moet zijn. In 2050 moet de besparing zijn opgelopen tot 80 procent. “De hiervoor noodzakelijke aanpassingen bieden veel kansen voor Nederlandse aanbieders”, aldus De Jong.
Architect Daniel Scherz van Scherz+Scherz architecten uit Hamburg zal tijdens het forum nadere uitleg geven over het optimaal energie-efficiënt renoveren van huizen met gepleisterde gevels. Wetenschapper Michael Krause, Group Manager of Building Systems and Services bij het bekende Fraunhofer Institut, zal ingaan op renovatie met prefab onderdelen. Roel Brouwers, architect bij Royal Haskoning DHV, gunt de deelnemers een kijkje achter de schermen van de toonaangevende duurzame renovatie van het hoofdkantoor van dit ingenieursbureau. Het project was een van de finalisten bij de Dutch Design Awards 2012. Een verrassend voorbeeld uit de Nederlandse praktijk zal tijdens de bijeenkomst worden geleverd door Platform 31, initiatiefnemer van diverse grootschalige landelijke renovatieprojecten.

Aanmelding voor het forum is mogelijk t/m dinsdag 12 februari 2013.

Contact: DNHK, Anouk de Jong, tel. 070 3114 118, e-mail a.dejong@dnhk.org

Ruim twintig jaar geleden schreef ik mijn eerste column voor een technisch tijdschrift. Toen gebruikte ik de bovenstaande titel. Nu Installatie Totaal mij gevraagd heeft in het vervolg een stukje in dit blad te schrijven, leek het mij tijd om even terug te grijpen. Bewijst meteen dat ik door de jaren heen niet steeds brutaler ben geworden. Het ging toen meteen al fout.

Wat bedoelde ik er toen mee? Hetzelfde als nu. Technologie is nog steeds sexy en elk bedrijf moet aan de gang met technologie, nu nog veel meer dan toen. Schrijvend voor een blad dat zich richt op de installatiewereld is dat nog niet zo eenduidig. Schrijvend vanuit de technologiebranches en mat name nu vanuit de branche voor Gebouw Automatisering, kan ik wel een boekje open doen. Wat wordt er geklaagd in de markt over het gebrek aan technologische kennis en kunde als het gaat om het installeren en beheren van gebouwautomatiseringssystemen!

Zo zit het inderdaad. Als het blijft bij alleen sex, zonder passie, liefde, dan gaat het vroeg of laat, en meestal vroeg, mis. Installaties die alleen gezien worden als sexy komen heel snel in diskrediet. Zonde van het geld zo’n vluggertje!

Maar het blijft staan, elk bedrijf heeft recht op de sex van de huidige state-of-the-art-technologie. Als overal in de installaties in de industrie de meest complexe processen van olieraffinage tot biotech, het bakken van superchips en het opdampen van zonnecellen perfect gestuurd kan worden met hoge efficiency, bedrijfszekerheid en veiligheid, dan mag het aan elkaar knopen en sturen van een beperkt aantal systemen in een gebouw toch geen probleem zijn? Dan kun je toch wel zorgen dat het systeem zo wordt uitgevoerd en geïnstalleerd als het is ontworpen en dat het doet en blijft doen wat het volgens het ontwerp zou moeten en ook kunnen doen?

Het probleem zit ’em ook niet in de automatiseringstechnologie. Het zit in de driehoeksverhoudingen die schering en inslag zijn in de bouwkolom. Het zit in de focus op kosten om marges te maken in plaats van verdienmodellen aan de omzetzijde. Investeren in de relatie levert meer op dan goedkope sex. Het uitkleden van een ontwerp is nog het ergste.

Prachtig om mee te maken hoe de nieuwe brancheorganisatie voor gebouwautomatisering nu werkt aan moreel besef, resultaatgericht. De hele keten wordt met elkaar in verband gebracht. Van ontwikkelaar van de meest basic sensor via de gebouwcomputer, de systeemengineer, de system integrator, ja ook de installateur, het technisch adviesbureau, de architect, de projectontwikkelaar, de bouwer, de verhuurder, de gebruiker, ieder moet zich uiteindelijk herkennen in de stamboom die bepaalt of de familie iets voortbrengt. Wie ergens in de keten verzaakt en voor zijn eigen korte termijn voordeel gaat, verstoort de kans op succes. Als hij het blijft doen, recidiveert, dan is de kans in de toekomst groot dat hij uit de keten, uit de familie wordt geknikkerd.

En het verdienmodel? Alleen op kostenreductie? No way, we gaan zelfs niet alleen maar energie besparen, we gaan iets voortbrengen, waarde toevoegen. Elk gebouw moet en kan meer gaan produceren door juiste toepassing van automatiseringstechnologie. Da’s pas sexy!  

Kees Groeneveld

VSH en Comap slaan de handen ineen en staan vanaf nu onder de naam VSH op de Nederlandse markt.Deze samenwerking resulteert in een groter geïntegreerd assortiment, meer slagvaardigheid, service en kennis. Vanaf januari 2013 zullen de sales teams van VSH en Comap onder de leiding van VSH opereren. In België-Luxemburg zal een identieke wijziging plaatsvinden, daar zal het gezamenlijke sales team van Comap en VSH onder de bevoegdheid van Comap gaan vallen.

VSH is de grootste aanbieder in water-, verwarming- en gassystemen
VSH is al geruime tijd systeemaanbieder. Door het Comap assortiment aan het VSH assortiment toe te voegen is VSH de grootste systeemaanbieder op het gebied van verwarming, water en gas. De producten worden toegepast in de woning-, utiliteit-, industrie- en scheepsbouw voor zowel renovatie als nieuwbouw. Ook complete sprinkler en brandbeveiliging systemen behoren tot het gamma. Kortom VSH levert alles vanaf de warmtebron, bijvoorbeeld de cv ketel, warmtepomp of een centrale stookplaats, tot en met de afgiftesystemen zoals radiatoren.

Negatieve sentimenten in de markt ten spijt bestaat er een solide animo om aan de Internationale BouwBeurs 2013 deel te nemen. Organisator VNU Exhibitions verwacht uit te komen op 550 exposanten, verdeeld over elf sectoren. De beurs heeft als thema meegekregen ‘Bewust Bouwen’, het expositieprogramma is opgebouwd rond de begrippen ‘Duurzaam’, ‘Innovatief’ en ‘Ambitieus’.

Aan de beurs is een groot aantal activiteiten gekoppeld. Ministerieel bezoek wordt verwacht op het Gala van de Nederlandse Bouw. De Internationale BouwBeurs wordt van 4 tot en met 9 februari gehouden in de Jaarbeurs in Utrecht.
Project Manager Martijn Carlier van organisator VNU Exhibitions Europe kan niet ontkennen dat de beurs wel eens onder een positiever gesternte is georganiseerd. Carlier: “De recessie gaat niet aan de bouw, en dus ook niet aan de BouwBeurs voorbij. We zien dat bedrijven goed nadenken voordat ze beslissen over beursdeelname. Het zijn meer dan ooit bewuste keuzes. Men realiseert zich dat er geen enkel medium is, waar je zo intensief contact kunt leggen met nieuwe klantgroepen. Juist nu is het van belang om als bedrijf te laten zien waar je staat, sterke netwerken op te bouwen en te laten zien welke slimme oplossingen je in huis hebt om je klant een paar stappen verder te helpen. De BouwBeurs als brandpunt van innovatie.”

De Internationale BouwBeurs kent dagelijks een variëteit aan activiteiten. Voorbeelden daarvan zijn het ZZP-Plein, het Bouwhuis, Greenbuild Sessies, het Renovatieplein, de Dag van de Architect & Adviseur en de Dag van de Particulier opdrachtgever. “

Herman van der Most heeft per 1 januari 2013 afscheid genomen van Evenementenhal. Na 15 jaar aan het roer gestaan te hebben als algemeen directeur, gaat hij genieten van zijn welverdiende pensioen. Evenementenhal is onder zijn leiding gegroeid tot een beursorganisatie met een indrukwekkende positie in Nederland. Met drie locaties in Hardenberg, Gorinchem en Venray vervult Evenementenhal de behoefte aan regionale vakbeurzen en consumentenbeurzen. De beursagenda van rond de 150 beurstitels en evenementen biedt aan bijna elke branche een platform waar exposanten en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten in een sfeervolle omgeving met het onderscheidende full service concept.

Het vertrek van Herman van der Most betekent een nieuwe rolverdeling binnen het directieteam. Eric Kremer en Theo Schennink bekleden beiden de functie van statutair directeur. Eric in de rol als voorzitter van het directieteam en financieel directeur en Theo Schennink als commercieel directeur. Martine Bramer blijft haar rol als commercieel directeur vervullen en Vincent van der Most treedt toe tot het directieteam als facilitair directeur.

Het aantal mbo-studenten in de elektro-, installatie- en metaaltechniek stabiliseert zich na jaren van afname, zo meldt kennis- en adviescentrum Kenteq in zijn laatste onderzoeksbericht. Tegelijkertijd nam het aantal instromers het afgelopen schooljaar fors toe. Bijna 1800 studenten meer kozen voor techniek.
De belangstelling voor metaaltechniek was ten opzichte van 2011 gegroeid, terwijl elektrotechniek het met vijf procent minder moest doen en installatietechniek met bijna 3 procent minder. Het aantal bol-studenten nam iets toe in de Kenteq-kwalificaties. Het aantal bbl’ers daalde met zo’n 3 procent. Wat opvalt is dat het aantal studenten op assistentniveau behoorlijk steeg sinds er enkele nieuwe kwalificaties op dat niveau zijn gestart. 
 

Onder de dertig arbeidsmarktregio’s in Nederland zijn Oost-Utrecht en Friesland de grootste stijgers met gemiddeld zo’n zes procent. De regio’s Midden-Holland en Vechtstreek doen het beduidend minder goed. Verschillen zijn ook terug te zien bij ROC’s. Soms heeft de forse toe- of afname te maken met het onderling uitruilen van opleidingen, zoals in het noorden van het land is gebeurd.
De recente cijfers over de mbo-studenten worden later ook toegevoegd aan de app Techniek in Cijfers die Kenteq begin januari 2013 lanceerde.

Installateursvereniging UNETO-VNI verwacht dat de aangekondigde dooi tot veel waterschade zal leiden. Als kapotgevroren leidingen ontdooien, gaat het water weer stromen en loopt het water door scheuren in de leiding weg. Om schade te voorkomen, kunnen volgens de brancheorganisatie de bewoners zelf maatregelen nemen, bijvoorbeeld door nu al goed te kijken of zij scheurtjes in leidingen aantreffen en tijdig deskundige hulp in te roepen.

De afgelopen dagen kwamen er bij de loodgieters al veel meldingen binnen van bevroren leidingen en watermeters. De aangesloten leden werken op volle sterkte om de problemen te verhelpen. De installateurs verwachten bij het intreden van de dooi echter een nieuwe hausse aan meldingen.

UNETO-VNI wijst erop dat bewoners zelf veel kunnen doen om problemen door kapotgevroren leidingen te voorkomen. Zo raadt UNETO-VNI aan om nu al leidingen te controleren op bijvoorbeeld scheuren. Als die worden aangetroffen, is het raadzaam om meteen de watertoevoer af te sluiten en een loodgieter in te schakelen.
Controle is vooral belangrijk bij kranen die minder vaak worden gebruikt, zoals de buitenkraan en kranen in bijkeukens, garages, schuurtjes of in kamers die liggen op de koude oostkant van de woning. Ook in leegstaande woningen en vakantiehuizen is de kans op bevroren leidingen groot.
Bewoners kunnen ook de bevroren leidingen zelf ontdooien om te zien of een leiding kapotgevroren is. Dit kan door met een föhn de leiding te verwarmen. Op het moment dat er weer water door de leiding stroomt, wordt duidelijk of er sprake is van een lekkage en kan deskundige hulp worden ingeschakeld.

Op 13 maart a.s. gaat de pilot cursus ‘Elektrotechniek voor Werktuigkundigen’ van start. Met de cursus Elektrotechniek voor Werktuigkundigen (E voor W) krijgt de deelnemer de mogelijkheid om in vogelvlucht basiskennis op te doen van de diverse elektrotechnische grondbeginselen en installaties en kan zich met de opgedane kennis ontwikkelen tot een volwaardigere gesprekspartner in project- en bouwteams. 

De cursus ‘E voor W’ verschaft Werktuigkundigen binnen de installatietechniek inzicht in de E-installaties door gevoel te kweken voor begrippen, kentallen en vuistregels. Hierdoor krijgen functionarissen in de W-techniek affiniteit en gevoel bij de elektrotechnische gebouwgebonden installaties in met name de utiliteit maar ook de woningbouw. De cursist is na afloop in staat elektrotechnische tekeningen inclusief symbolen te lezen. De cursus is bedoeld voor de werktuigkundig geschoolde medewerkers werkzaam bij adviesbureaus, installatiebedrijven, leveranciers, opdrachtgevers of overheid. Voor deze pilot cursus geldt een korting van 25%.  

Algemene informatie
De normale cursusprijs bedraagt voor leden € 2.075,00 en voor niet leden € 2.575,00. Deze prijs is exclusief 21% BTW. Voor de pilot cursus geldt een korting van 25%. Inschrijving heeft plaats op basis van datum aanmelding en geschiktheid vooropleiding. Meer informatie over deze cursus kunt u vinden op www.tvvl.nl/cursussen/evoorw.

8.000 woningen heeft Haag Wonen afgelopen jaren geiservrij gemaakt. Uit de laatste 3.800 woningen verwijdert de Haagse corporatie komende jaren de geisers. Dat doet Haag Wonen – net als voorgaande jaren – samen met de installatietak van energiebedrijf Eneco. Beide partijen bekrachtigden dit door donderdag 10 januari een convenant te tekenen.

De openverbrandingstoestellen kunnen – in combinatie met slechte ventilatie – gevaarlijk zijn voor de gezondheid van huurders. Daarom hebben beide partijen officieel uitgesproken de laatste geisers actief te gaan vervangen door modernere verwarmings- en warmwaterinstallaties. Combiketels bijvoorbeeld, en boilers. Bovendien is per wooncomplex vastgelegd wie wat doet.

Duurzaam verwarmen
In de woningen worden geisers de komende jaren vervangen door een moderner apparaat. Dit gebeurt bij individuele woningen – bijvoorbeeld als de huurder verhuist. Maar ook per wooncomplex, als dit bijvoorbeeld wordt opgeknapt. Geeft een geiser storing? Dan wordt ook direct gekeken naar een alternatief.
Waar nog geisers hangen, zorgt Eneco voor scherper toezicht op onderhoud van de geisers. Bovendien zorgt Eneco voor de aanwezigheid van goed functionerende koolmonoxidemelders die elk jaar worden gecontroleerd.  Deze melders voorkomen jaarlijks vele koolmonoxideslachtoffers. Beide partijen zetten daarnaast in op extra informatie voor huurders. Bijvoorbeeld over de noodzaak van ventileren en goed werkende koolmonoxidemelders.
Hoe snel het terugbrengen van het aantal geisers gaat, is niet helemaal in te schatten. Dit hangt ook af van de financiële slagkracht van corporaties de komende jaren. Het streven is om in 2020 ook de laatste geisers uit de woningen van Haag Wonen te hebben verwijderd.
 

Haag Wonen verhuurt 22.500 woningen in Den Haag. Door wonen beter en veiliger te maken, geeft de puur Haagse corporatie meer dan 50.000 mensen een thuisbasis.

De Eneco groepricht zich op het besparen van energie; het samen met klanten opwekken van duurzame energie en het leveren van schone energie (elektriciteit, gas en warmte). De Eneco groep bestaat uit de bedrijven Stedin (netbeheer), Joulz (infrastructuren) en Eneco (energiebedrijf). Vanuit haar missie ‘duurzame energie voor iedereen’, investeert de Eneco groep in duurzame energiebronnen, energie-oplossingen en infrastructuur met als doel energie ook op langere termijn schoon, leverbaar en betaalbaar te houden voor de klant. Bij de Eneco groep werken circa 7.000 mensen, waarvan enkele honderden buiten Nederland. Het hoofdkantoor is gevestigd in Rotterdam.

Met het verspreiden van de nieuwe catalogus van Jaga afgelopen zomer startte het bedrijf de 'Boek voor een boek'-actie om de oude catalogus in te zamelen. Ruim 6.000 oude catalogi zijn ingeleverd met een gezamenlijk gewicht van 3.140 kilo. Ze zijn verwerkt tot volwaardig nieuw papier. De opbrengst is gedoneerd aan de stichting Trees for All. Ook de 14 ton CO2-uitstoot van de 10.000 nieuwe catalogi 2012-2013 is gecompenseerd via deze stichting, die alle bijdragen investeert in het planten van bomen voor bosherstel en duurzame energieprojecten. 

De catalogi zijn retour gehaald door productspecialisten van Jaga en via inzamelpunten op vestigingen van Technische Unie. De actie maakt deel uit van een bewustwordingsproces bij Jaga om het aantal verspreide catalogi terug te brengen, de 440 pagina’s tellendecatalogus verantwoord aan te vragen en te gebruiken en na gebruik weer in te leveren voor recycling. Jaga respecteert de natuur en streeft naar een schone toekomst, het is één van de kernwaarden van het bedrijf. Voorheen verspreidde Jaga 10.000 catalogi per jaar, van de huidige catalogus vorig jaar nog maar 4.000 exemplaren. Vele klanten hebben deze persoonlijk overhandigd gekregen inclusief toelichting die bewust gebruik ook bij hen stimuleert. Minder drukwerk is overigens mede haalbaar omdat een interactieve versie eenvoudig te raadplegen is via www.jaga.nl.

Trees for All
Met Trees for All kunnen bedrijven en particulieren voor een klein bedrag uitgestoten broeikasgassen compenseren. Dat maakt de aanleg van bossen of duurzame energie mogelijk. Deze projecten leveren daarbij ook extra inkomsten op voor de lokale bevolking en zorgen voor herstel van natuur en milieu. Men kiest zelf het project dat het meest aanspreekt.

Jaga Konvektco
Jaga heeft zich in een halve eeuw internationaal op de kaart gezet als toonaangevende partner voor oplossingen voor verwarming, koeling en ventilatie. Respect voor de natuur is één van de kernwaarden.

De sector techniek heeft dringend behoefte aan jongeren die kiezen voor een technische opleiding. Als technische bedrijven nu niet bereid zijn te investeren in nieuw personeel, hebben ze straks een probleem. Hoe kunnen zij ervoor zorgen dat de jeugd een toekomst blijft houden in de technieksector? 

Deelnemers van de Stichting Vrienden van Elektro- en Installatietechniek Zwolle e.o., de Stichting Vrienden van de Werktuigbouw en Kenniscentrum Innovam organiseerden om die reden het Techniekplein op de Studiebeurs in de IJsselhallen op 14 en 15 november 2012. Een dynamische Techniekplein bedoeld om VMBO klas 3 en 4, HAVO ouders en verzorgers kennis te laten maken met en te informeren over de beroepen en carrièremogelijkheden in de technische sector.

Veelzijdige technische presentaties op het techniekplein
De Studiebeurs Zwolle biedt een uitgebreid overzicht van opleidingsmogelijkheden en is ‘the place to be’ voor iedereen die een vervolgstudie moet kiezen.
Op het Techniekplein presenteerden zich in totaal 9 bedrijven uit de elektro- en installatietechniek, werktuigbouw en automotive. Te weten: Installatiebedrijf en Ingenieuwsbureau Koldijk B.V. (Zwolle) met thermografie, Unica Groep (Zwolle) met couveuse met ledverlichting, Bepacom B.V. (Raalte) besturingstechniek en I-pad, Breman Installatiegroep (Genemuiden) met BUVA kast, Rollecate (Staphorst) met glaspaneel en elektrische bediening, Peters Shipyards (Kampen) met lasbox en CO2 lassen, VMI (Epe) met onderdeel mechatronica autobanden, Tosec (Zwolle) met metaalbewerking, Innovam (Zwolle) met bandenopstelling.
 

Kennismaken met carrièremogelijkheden
Op het Informatieplein waren present: Kenteq, OBM-Zwolle, InstallatieWerk Oost Flevoland, Innovam/Oomt en Deltion College. Daarnaast waren er twee PC’s geplaatst met daarop een techniek brede game.
De jongeren konden ter plekke aan de slag met het maken van een technisch uitdagend werkstuk én deelnemen aan een prijsvraag. Alsopdracht moesten ze 9 technische vragen gericht op de deelnemende bedrijven beantwoorden. Verder konden ze in de stand van Breman meedoen aan de Schreeuw/Klap van de dag. In totaal hebben zo’n 120 jongeren meegedaan. Uit alle goede inzendingen hebben wij de volgende winnaars getrokken:

  • Herjan Stoffer heeft een proefvaart voor 2 personen gewonnen bij Peters Shipyard;
  • Gerko Admiraal heeft 2 kaarten gewonnen voor een thuiswedstrijd van PEC Zwolle;
  • Martijn Horstede en Jacco de Roo hebben de koptelefoon Robo Sapiens gewonnen;
  • Mike Bouma en Laura Vliem hebben een robot voor een smart Phone gewonnen.

De prijswinnaars zijn op donderdag 17 januari 2013 om 10.00 uur door de organisatie verrast en kregen toen hun prijs uitgereikt.

Gebundelde samenwerking

 

Binnen de Stichting Vrienden van Elektro- en Installatietechniek Zwolle e.o. en Stichting Vrienden van de Werktuigbouw en in samenwerking met Innovam zijn de bedrijven en onderwijsinstellingen geen concurrenten, maar collega's die vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid met elkaar samenwerken om de technische branche in de regio te versterken. Want de technische branche heeft nu en in de toekomst behoefte aan goede vakmensen! En daarbij een innovatieve branche waar je volop mogelijkheden hebt om door te groeien.

Deze activiteit is mede mogelijk gemaakt door financiële bijdrage vanuit diverse opleidingsfondsen en bedrijfsleven en het beschikbaar stellen van een stand. Meer informatie over het Techniekplein is te vinden op www.vvei.nlof www.werktuigbouwvrienden.nl.

Op 29, 30 en 31 januari 2013 vinden in Evenementenhal Gorinchem drie vakbeurzen tegelijkertijd plaats; Klimaatvak, Installatie Vakbeurs en Sanitair Gorinchem. Deze vakbeurzen zijn te bezoeken met slechts één entreebewijs en zijn kosteloos aan te vragen.

Deze vakbeurzen en bijbehorende activiteiten vinden plaats onder een gemoedelijke en servicegerichte sfeer.  De catering en parkeergelegenheid zijn, evenals de entree, geheel kosteloos. Een entreebewijs is aan te vragen via www.evenementenhal.nl.  De bezoekers ervaren hun komst als een goede manier om vakkennis bij te spijkeren, op de hoogte te worden gebracht van nieuwe ontwikkelingen en contacten te onderhouden. Dagelijks kunt u deze vakbeurzen bezoeken van 13.00uur tot 21.00uur.

Naast de vakbeurzen in Gorinchem is de organisatie al volop bezig met Installatie Vakbeurs Venray en Hardenberg 2013. De inschrijfmogelijkheden zijn al even begonnen en de meeste exposanten van afgelopen editie hebben zich alweer ingeschreven. Bij interesse verwijzen wij u door naar onze website www.evenementenhal, of kunt u contact opnemen met beursorganisator Rian Striper, tel; 0523-289874.

Installatie Vakbeurs Venray – 16, 17 en 18 april 2013 (gelijktijdig met Energie & Besparing)
Installatie Vakbeurs Hardenberg – 10, 11 en 12 september 2013

Theben profiteert volop van de kansen die de Nederlandse installatiemarkt momenteel biedt. De Duitse fabrikant van onder meer innovatieve tijd- en lichtschakelaars opent in april een eerste eigen vestiging op Nederlandse bodem en organiseert op 22 januari het ‘Theben KNX Event’ waar installateurs, system integrators en de vakpers welkom zijn. Bij deze kennismaking staan nieuwe producten en ontwikkelingen voor de domotica-markt centraal. 

In 2010 zette Theben zijn eerste stappen in de Nederlandse elektrotechnische installatiemarkt. Twee vertegenwoordigers brachten het aanbod bij potentiële klanten in beeld en konden meteen rekenen op grote belangstelling. De afzet groeit gestadig en in 2012 kwam een derde Nederlandse vertegenwoordiger de gelederen versterken.

Met het organiseren van een groots Theben KNX Event en later dit jaar de opening van een eigen vestiging wordt de verdere professionalisering voortgezet. Tijdens de bijeenkomst zal Theben zich uitgebreid voorstellen aan vakpers en installatiesector. Het evenement op 22 januari in Utrecht was dan ook binnen korte tijd volgeboekt: voor vertegenwoordigers van de pers is echter nog plek om de bijeenkomst bij te wonen.

Tijdens het Theben KNX Event zullen ruim 100 gebruikers en geïnteresseerden kennismaken met het brede scala aan producten en diensten dat Theben biedt, toegespitst op de KNX-gerelateerde markt. Het gaat hier om schakelaars en systemen die passen in woning- of gebouwautomatiseringsprojecten op basis van de internationale standaard KNX.

Vooral de nieuwe producten die in het najaar zijn geïntroduceerd, komen voor het voetlicht. Dit zijn bijvoorbeeld de MIX 2 dimactor voor led- en spaarlampen, de acht-kanaals schakelklok voor bijvoorbeeld jaarprogramma’s, de tien-kanaals lichtsterktesensor, het weerstation met meteodata op basis van GPS, de gateway voor connectie met Dali-lichtsystemen en de KNX OpenTherm gateway. Naast lezingen en presentaties, is er ook een mini-beurs van producten en concepten te zien en stelt het Theben Team Nederland zich voor aan het publiek.

Van de economische pagina's in de kranten worden wij de laatste tijd niet al te vrolijk. Tal van sectoren hebben te kampen met economische tegenwind en ook de installatiebranche ontkomt niet aan de heersende laagconjunctuur. Toch zijn er ook in deze tijd kansen voor installateurs die inspelen op maatschappelijke veranderingen.

De zorg is bijvoorbeeld een markt die de komende jaren explosief gaat groeien, zegt nu ook het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). De onderzoekers van het EIB verwachten dat de zorggerelateerde bouwproductie in 2030 verdubbeld zal zijn ten opzichte van de huidige productie.

Maar niet alleen de nieuwbouw en renovatie van zorgvastgoed zitten straks in de lift. Volgens het EIB gaan ouderen willen ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen en zijn zij bereid ook zelf te investeren in de noodzakelijke woningaanpassingen. Het nieuwe kabinet juicht dit toe. Volgens de opstellers van het nieuwe regeerakkoord is langer zelfstandig blijven wonen een van de mogelijkheden om de zorgkosten terug te dringen.

Dankzij het levensloopgeschikt maken van woningen neemt de vraag naar intramurale zorg drastisch af, de wachtlijsten verdwijnen en het schaarse personeel kan efficiënter worden ingezet.

Het aanpakken van bestaande woningen is geen vage toekomstdroom. Integendeel: De installatiebranche is nu al in staat om de technologie toe te passen die nodig is voor het realiseren van een levensloopgeschikte woning. Het tastbare bewijs is te bezoeken in Woerden. Daar is in het gebouw van Opleidingsfonds OTIB een mini-woonwijk gebouwd waar de beschikbare oplossingen te zien zijn.

De technische oplossingen zijn beschikbaar, proefprojecten hebben aangetoond dat de aanpak werkt. Het is daarom nu hoog tijd om op te schalen en honderdduizenden woningen in ons land levensloopgeschikt te maken. We moeten dan wel eerst het zogenoemde prisoner's dilemma oplossen. Alle betrokken partijen zijn het erover eens dat het goed is om ouderen langer zelfstandig te laten wonen, maar zolang bijvoorbeeld een woningbouwvereniging geen belang heeft bij het doen van investeringen, blijven ouderen genoodzaakt om hun woning voortijdig te verlaten.

Onder het motto 'nieuwe ronde, nieuwe kansen' roept UNETO-VNI het nieuwe kabinet daarom op om samen met de bouw- en installatiebranche, ziektekostenverzekeraars en woningcorporaties de knelpunten weg te nemen bij het aanpassen van bestaande woningen. Want levensloopgeschikte woningen leveren straks niet alleen een miljardenbesparing op, maar ook een grotere kwaliteit van leven. En daar zijn we op den duur allemaal bij gebaat.
 

Bewolking en motregen ten spijt: de vooruitzichten voor Pieter Swart van installatiebedrijf Mensonides uit Harlingen zijn goed. Swart slaagde als eerste installateur in Nederland voor het Cito-examen Deskundige Zonne-Energie. Hij kreeg het certificaat Zon PV uitgereikt tijdens SunDay, op woensdag 7 november in Congrescentrum 1931 in Den Bosch. Pieter Swart mag zich voortaan gecertificeerd zonne-energieinstallateur noemen.

Steeds meer keus, ook in installateurs
De consument krijgt steeds meer keus in zonne-energiesystemen, die bovendien steeds beter betaalbaar worden. Omdat de ontwikkeling van het aantal vakbekwame installateurs achterbleef, investeert de branche in opleiding en certificatie. Dat leidt tot een kwaliteitsslag: onkundige installatie van bijvoorbeeld zonnepanelen zorgt voor veel faalkosten en onvoldoende rendement. Bovendien wordt de consument geholpen bij keuze van de juiste installateur, die zich mét certificaat onderscheidt van de concurrentie.

Uitwisseling kennis op vierde SunDay
Het eerste certificaat werd uitgereikt door Rob van Bergen, directeur van stichting Isso, het kennisinstituut voor de installatiesector. Dat gebeurde tijdens de vierde editie van SunDay, het jaarlijkse evenement van de zonne-energie sector, georganiseerd door Agentschap NL, Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), Stichting FOM, Holland Solar en Shell Research. Tijdens SunDay wordt kennis en praktijkervaring uitgewisseld, van celonderzoek tot en met de toepassing van zonne-energie in de bouwpraktijk.

Tientallen installateurs doen examen
Om de installateurs de noodzakelijke vakkennis bij te brengen is een leergang Zonne-Energie ontwikkeld, in samenwerking tussen Holland Solar, Uneto-Vni, ISSO, opleidingsfonds OTIB en Agentschap NL.Na Pieter Swart doen dit jaar nog tientallen installateurs examen bij Cito. 

De doelstelling van Sterkin is het bevorderen van het aanleggen van veilige installaties in Nederland. Naast het in stand houden van een aantal erkenningsregelingen op installatiegebied wordt er veel tijd gestoken in het maken van vakbladen op het gebied van gas, water en elektra. Dan is er regulier overleg met de ROC’s  over het onderwijs op  installatiegebied.

De meest interactieve poot van het Sterkin geheel wordt gevormd door de installateursdagen. Sinds de oprichting van Sterkin worden de aangesloten installateurs één of twee maal per jaar bijgepraat over de laatste stand van zaken op technisch gebied. Het kan ook interessant zijn een collega installateur aan het woord te laten hoe die zich in deze tijden staande weet te houden.

In de afgelopen maanden is Sterkin hierin weer zeer actief geweest. De water installateurs zijn op bezoek geweest bij Watts te Eerbeek. Veiligheid in water installaties was het thema en daar weten zij bij Watts veel van. Hoe je nu precies een meting van begint tot eind moet uitvoeren kon erg goed geoefend worden bij een grote proefopstelling. Een blik in de productieruimte mocht natuurlijk niet ontbreken. Er was veel tijd om vragen te stellen en die zijn allemaal goed beantwoord.

De gasinstallateurs zijn op bezoek geweest bij de Geas te Enschede. De omgang met klanten, welke klanten wel en niet te houden en hoe plan en organiseer jij je eigen toko, dat is allemaal uitgebreid aan de orde geweest. Leuk was dat Geas juist in die periode tot werkgever van het jaar is uitgeroepen voor de groep bedrijven tot 1.000 medewerkers. De harmonie tussen klant en monteur was zeker een van de hoofmoten van het betoog van het hoofd productie Jan Valk. MW-instruments heeft ons een weg gewezen hoe je kunt en hoe je moet meten en wat je moet weten van de in de handel zijnde meters. Daarna kon er uitgebreid gemeten worden in en bij de grote groep ketels in de proefopstelling van Geas. Met dank aan MW instruments en Geas voor de leerrijke omgeving en het goede verhaal.

Op het moment van verschijnen van dit blad is Sterkin net klaar met een ronde van vijf bijeenkomsten op het gebied van elektrotechniek. Nico Kluwen verzorgde deze keer de lezingen. Hij heeft zijn sporen in de NEN en elektrowereld ruimschoots verdient en hij weet een gehoor van drukke installateurs elke keer weer te boeien. Ook in deze setting was het meten erg belangrijk. Hoe spoor je de fouten op in een aardlekschakelaar. Toevallig net een hot item in de sector.

Bodemenergie is een succesvolle, duurzame techniek, die steeds meer wordt toegepast. De verwachte groei mag niet leiden tot wildgroei. De overheid gaat een erkenningsplicht invoeren. BodemenergieNL (voorheen NVOE) heeft in dat kader de ‘leergang bodemenergie’ ontwikkeld.

BodemenergieNL  is dé brancheorganisatie voor alle bedrijven en organisaties die op enige manier te maken hebben met bodemenergie. De erkenningsplicht draagt bij aan één van de doelstellingen van BodemenergieNL: het bevorderen van kwaliteit en deskundigheid. De overheid heeft BodemenergieNL opdracht gegeven om opleidingen te ontwikkelen. Parallel daaraan worden Cito-vakexamens ontwikkeld. Deze vakexamens vormen een belangrijk onderdeel van de certificering. De eerste cursussen zijn al door BodemenergieNL gegeven, de eerste examenronde vindt volgens planning in de eerste helft van 2013 plaats. Bedoeling is dat per 1 juli 2013 de erkenningsplicht ingaat, met vervolgens een overgangsperiode van 1 jaar. 

Respect voor de ander

begint bij jezelf!

Cartoon gemaakt door Hans Harleman

 

 

 

Elektrotechnici die vooruit denken, hebben waarschijnlijk  Elektro Vakbeurs Hardenberg al in hun agenda gezet. De vakbeurs vindt plaats op 11, 12 en 13 december 2012. Net als afgelopen jaren is de interesse vanuit het werkveld groot en ook dit jaar belooft de vakbeurs een succesvol uiteinde van het jaar te worden.
Binnen de wereld van elektrotechniek staat buiten kijf dat december de maand is van Elektro Vakbeurs Hardenberg. Exposanten en bezoekers maken tijd om elkaar weer de hand te schudden en het inkoopbeleid bespreekbaar te maken. Exposanten zijn in grote getale aanwezig om te laten zien welke kennis en producten ze in huis hebben en hoe ze de installateur hierin kunnen ondersteunen. Bezoekers daarentegen zijn kritisch en zoeken uitgebreid naar het beste van het beste waarmee zij hun klanten naar tevredenheid kunnen bedienen.
Nieuw dit jaar is de uitnodigingsservice. Waar men voorheen altijd een entreebewijs toegestuurd kreeg per post, is dit met ingang van dit jaar veranderd naar een registratiekaart. Op deze registratiekaart vindt men een unieke gebruikersnaam en wachtwoord waarmee men zich op de website van Elektro Vakbeurs kan aanmelden voor een entreebewijs. Het entreebewijs wordt vervolgens per e-mail naar de bezoeker toegezonden zodat hij hem kan uitprinten en mee kan nemen naar de vakbeurs.

 Ook tijdens deze economisch zware tijden blijft het voor installatiebedrijven moeilijk om goed personeel te werven. Een meerderheid van de bedrijven die de afgelopen paar jaar tijdens de crisis toch personeel heeft geworven, had hier moeite mee. De dalende instroom van jongeren is één van de belangrijkste redenen hiervoor. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy onder E- en W-installateurs. 

Er lijkt voorlopig nog geen einde te komen aan de crisis in bouw. Dagelijks vallen er bedrijven om en komen er mensen op straat te staan. De onzekerheid die dit met zich meebrengt leidt er enerzijds toe dat bedrijven voorzichtiger zijn met het aannemen van nieuwe mensen, terwijl anderzijds mensen de stap naar een nieuwe baan minder snel aandurven en blijven zitten waar ze zitten. Toch geeft een meerderheid (52%) van de ondervraagde E- en W-installatiebedrijven aan de afgelopen paar jaar naar gekwalificeerd personeel te hebben gezocht.

Van de installatiebedrijven die nieuwe mensen in dienst wilden nemen, geeft meer dan de helft (54%) aan hiermee problemen te hebben gehad.
Redenen die installateurs geven voor het moeilijk vinden van gekwalificeerd personeel zijn zowel conjunctureel als structureel van aard. Economisch onzekere tijden zorgen ervoor dat de mobiliteit van goed personeel afneemt. Dit wordt dan ook onderschreven door de respondenten: “Alle goede vakmensen zijn al onder de pannen.”; “Mensen blijven op hun plaats zitten.”. Meer structureel en ook alarmerender van aard is de dalende instroom van goed opgeleide jongeren. De geringe instroom vanuit het onderwijs, de afnemende interesse van de jeugd in het vakgebied en de dalende kwaliteit van de opleidingen worden veelvuldig genoemd door de installateurs als reden dat zij moeilijk aan goed personeel kunnen komen.

Negatieve sentimenten in de markt ten spijt bestaat er een solide animo om aan de Internationale BouwBeurs 2013 deel te nemen. Organisator VNU Exhibitions verwacht uit te komen op 550 exposanten, verdeeld over elf sectoren. De beurs heeft als thema meegekregen ‘Bewust Bouwen’, het expositieprogramma is opgebouwd rond de begrippen ‘Duurzaam’, ‘Innovatief’ en ‘Ambitieus’.
Aan de beurs is een groot aantal activiteiten gekoppeld. Ministerieel bezoek wordt verwacht op het Gala van de Nederlandse Bouw. De Internationale BouwBeurs wordt van 4 tot en met 9 februari gehouden in de Jaarbeurs in Utrecht.
Project Manager Martijn Carlier van organisator VNU Exhibitions Europe kan niet ontkennen dat de beurs wel eens onder een positiever gesternte is georganiseerd. Carlier: “De recessie gaat niet aan de bouw, en dus ook niet aan de BouwBeurs voorbij. We zien dat bedrijven goed nadenken voordat ze beslissen over beursdeelname. Het zijn meer dan ooit bewuste keuzes. Men realiseert zich dat er geen enkel medium is, waar je zo intensief contact kunt leggen met nieuwe klantgroepen. Juist nu is het van belang om als bedrijf te laten zien waar je staat, sterke netwerken op te bouwen en te laten zien welke slimme oplossingen je in huis hebt om je klant een paar stappen verder te helpen. De BouwBeurs als brandpunt van innovatie.”

De Internationale BouwBeurs kent dagelijks een variëteit aan activiteiten. Voorbeelden daarvan zijn het ZZP-Plein, het Bouwhuis, Greenbuild Sessies, het Renovatieplein, de Dag van de Architect & Adviseur en de Dag van de Particulier opdrachtgever.

Installateursvereniging UNETO-VNI vindt dat de Tweede Kamer met het afwijzen van een verplicht energielabel een grote kans onbenut laat om de energierekening van miljoenen Nederlanders omlaag te brengen en de CO2-uitstoot van woningen in ons land fors te reduceren. Volgens de brancheorganisatie ligt de nadruk ten onrechte vooral op de kosten van het label. Die kosten zijn volgens UNETO-VNI relatief laag en kunnen vaak al binnen een aantal maanden worden terugverdiend met het nemen van een paar eenvoudige energiebesparende maatregelen.

Stijgende energiekosten
Volgens voorman Marcel Engels van UNETO-VNI hebben kopers het recht om te weten wat de energieprestatie van een woning is, zodat zij maatregelen kunnen nemen om de stijgende energiekosten te beheersen. Engels: 'Het energielabel maakt het energieverbruik inzichtelijk, je weet meteen waar je aan toe bent.'

Geen aandacht voor baten
'De voorzitter van de installateursvereniging betreurt het dat de discussie rond het energielabel zich toespitst op de kosten en de baten nauwelijks aan de orde komen. Engels: 'De kosten van het afgeven van een energielabel zijn minimaal als je die vergelijkt met de besparing dankzij een lagere energierekening. Bovendien is er nog een ander voordeel: woningen met een energielabel worden sneller verkocht en brengen meer op dan woningen zonder label.'

Energiebewustzijn
Volgens Engels is de discussie met het besluit van de Tweede Kamer niet terug bij af. 'Alle partijen vinden dat het label een positief effect heeft op het energiebewustzijn van consumenten. De Tweede Kamer heeft de minister nu gevraagd om na te gaan of er minder zware sancties mogelijk zijn. Het principe van het label blijft echter recht overeind.'

Groene economie
UNETO-VNI ziet het energielabel als een belangrijk instrument om de gebouwde omgeving energiezuiniger te maken en economische activiteit te stumuleren. Engels: 'Invoering van het label kan veel hoogwaardige werkgelegenheid opleveren in de groene economie. Daar profiteren we op termijn allemaal van.'
 


 

Happy Energy, mede opgericht door Wubbo Ockels, ondersteunt energiezuinige en gezonde woning gebouwd door Mulder Obdam. Op 19 december 2012 vindt in Obdam de lanceringplaats van het eerste Happy Energy Huis.

Tijdens de PROVADA 2012, begin juni van dit jaar, ondertekenden een elftal partijen een bouwteamovereenkomst waarbij zij duidelijk maakten hun energie te willensteken in de ontwikkeling van een nieuw levensvatbaar huisconcept. Het huis, deze woning, is ontworpen volgens de ‘Back to Basic’-principes uit het Gezond & Energiezuinig Wonen concept van Boparai Associates Architecten.

De ‘Back to Basic’ standaard kent als basis een woning waarbij primair gebruik gemaakt wordt van natuurlijke ventilatie en passieve opwarming. Daarbij wordt geen gebruik gemaakt van, fossiele brandstoffen en ingewikkelde installaties die vereisen dat ruimten hermetisch moeten worden afgesloten en daarbij leiden tot comfort- en gezondheidsproblemen. Doorgebruikmaking van de meest duurzame energiebron, de zon, kunnen de woonlasten voor zover betrekking hebbend op het energieverbruik zeer laag worden gehouden.

In samenwerking met SEARCH ingenieursbureau zijn de initiatiefnemers in contact gebracht met Happy Energy, een op de toekomst gericht initiatief dat het positieve gedachtegoed van een duurzame samenleving wil uitdragen en streeft naar een samenleving die zoveel mogelijk gebruik maakt van herbruikbare producten en schone energie.

De oprichters van Happy Energy, Erik Schoppen, Wubbo Ockels en Marleen Zoon, zijn zodanig enthousiast over de positieve insteek van dit duurzame concept, dat ze de woning opnemen als icoonproject van Happy Energy, onder de naam ‘Happy Energy Huis’.

Mulder Obdam zal een 15 tal van deze woningen in de vorm van 8 twee onder één kapwoningen en 7 gelijkvloerse woningen gaan bouwen in Polderweijde te Obdam. Bij voldoende afname zal de bouw naar verwachting in de tweede helft van 2013 starten en zal de oplevering in de eerste helft van 2014 plaatsvinden.

Namens de initiatiefnemers bent u van harte uitgenodigd aanwezig te zijn bij de lancering van het Happy Energy Huis op woensdag 19 december 2012, aanvang 16.00 uur, Het Brakenkerkje aan de Dorpsstraat 45 te Obdam. Direct na de presentatie is de definitieve website www.happyenergyhuis.nlonline.

Eigenaren en gebruikers van kantoorobjecten kunnen vanaf nu via een NVM Businessmakelaar eenvoudig een Duurzaamheidsscan van hun kantoor laten maken. Daardoor kunnen zij, op een betaalbare en eenvoudige manier, zien hoe duurzaam hun kantoorobject is en op welke gebieden verbeteringen c.q. besparingen mogelijk zijn.

De NVM Business Duurzaamheidsscan is door de NVM in samenwerking met Ingenieurs- en adviesbureau Search ontwikkeld. De scan is gebaseerd op in de markt veel gebruikte meetinstrumenten voor duurzaamheid zoals bijvoorbeeld BREEAM, GPR, het EPBD energielabel etc.

Door te kijken hoe een kantoorobject scoort op gebieden als locatie en mobiliteit, materiaalgebruik, energieverbruik, gebruikskwaliteit en waterverbruik, wordt de duurzaamheid van een kantoor bepaald. 
De scan geeft eigenaren en gebruikers hiermee op een snelle en eenvoudige manier inzicht in de duurzaamheid van hun kantoor en laat meteen zien hoe de duurzaamheid kan worden verbeterd. 
 

De Duurzaamheidsscan is vanaf begin volgend jaar eveneens als app beschikbaar, zodat NVM Business makelaars de opname van een object met een tablet ter plaatse kunnen uitvoeren. De applicatie voor zowel desktop als tablet is ontworpen en gebouwd door Initium Mobile uit Utrecht.

Zowel marktpartijen als burgers die zich inzetten voor energiebesparing en duurzame energie zijn zeer teleurgesteld over de houding van de VVD in de Tweede Kamer ten aanzien van de wet Kenbaarheid Energieprestaties.

Andere landen in Europa hebben de afgelopen jaren landen een sanctie ingevoerd op de afwezigheid van handhaving van de verplichting op energieprestatiecertificaten, beter bekend als het energielabel voor de woningbouw. Een Energielabel is bij de koop van een woningen een goede indicatie van de energierekening en kan tot vertrouwen in een makelaar en een toekomstbestendig duurzame woning leiden.
De minister heeft aangegeven dat hij met Brussel in overleg wil treden. Wij roepen de minister op tot spoedberaad in het kabinet.

Al sinds 2008 is de verplichting van kracht om bij verkoop van woningen een Energielabel te leveren. Omdat koper en verkoper er gezamenlijk toe konden besluiten van deze informatieplicht af te zien, leidde dat echter de afgelopen 4 jaar in Nederland niet tot een grote vlucht van het Energielabel. Het was nu tijd om die verplichting effectief te maken, zoals minister Blok heeft voorgesteld. Hij verzocht de Tweede Kamer afgelopen donderdag 15 november met klem om in te stemmen met dit wetsvoorstel, waarmee Nederland in 2010 binnen de EU instemde.
Nederland riskeert per dag een boete van 260.000 euro vanaf 1 januari 2013, terwijl voor het niet uitvoeren in de afgelopen jaren eveneens een claim in de lucht hangt.

Kosteninzicht

Kopers hebben het recht te weten wat de energieprestatie van een woning is, zodat zij maatregelen kunnen nemen om de stijgende energiekosten in de toekomst te beheersen. In veel oudere woningen kan eenvoudig meer dan 30% energiebesparing worden gerealiseerd. De koper dreigt met deze vertraging van die essentiële kennis verstoken te blijven - en dus geen goed overzicht te krijgen van de toekomstige energiekosten van zijn woning en wordt zich niet bewust van de energiekwaliteit van de woning.

Koopkracht

De invoering en handhaving van het Energielabel, in welk vorm dan ook, is geen doel op zich, maar is een middel om burgers en bedrijven bewuster te maken en te activeren, zodat energie en kosten kunnen worden bespaard. De toeleveranciers, bouw- en installatiesector, energiebedrijven en woningbouwcorporaties werken met de overheid al jaren aan een serieuze rol voor het Energielabel. Over nut en noodzaak is nauwelijks discussie. Het is daarom onbegrijpelijk dat regeringspartij VVD, met steun van de PVV en christelijke partijen, in de Tweede Kamer het kabinetsbeleid binnen twee weken na aantreden onderuit haalt.
Energiebesparing stimuleert de koopkracht, kan bijdragen aan herstel van consumentenvertrouwen door meer stabiele energiekosten en minder weglekken van Nederlands kapitaal naar het buitenland voor fossiel, draagt bij aan terugdringen opwarmen van de aarde en geldt bovendien al geruime tijd als een potentiële groeimarkt voor onze economie.


Hans Biesheuvel, voorzitter van MKB Nederland, heeft het eerste exemplaar van het boek ‘Tekort technici te lijf: in de praktijk’ ontvangen. Het boek is uitgegeven en samengesteld door ROVC, partner voor trainingen, opleidingen en advies & implementatie binnen de Nederlandse industrie. De publicatie heeft als doel bedrijven te inspireren en te stimuleren proactief de strijd aan te gaan tegen het dreigende tekort aan technici.

Na de overhandiging sprak Hans Biesheuvel zijn zorgen uit over het tekort aan technici: “We praten al veel te lang over dit onderwerp, zonder dat er echt op korte termijn vooruitgang te zien is.” Ik merk het bij mijn eigen kinderen; die zijn niet meer geïnteresseerd in techniek. Jongeren komen veel minder in aanraking met techniek en technische opleidingen zijn niet populair.”

John Huizing, algemeen directeur van ROVC: “In onze eerste uitgave ‘Tekort technici te lijf’ hebben we onderzoek gedaan naar dit tekort en daarbij met het bedrijfsleven gezocht naar mogelijke oplossingsrichtingen. Na het succes van dit boek presenteren wij nu de vervolguitgave, die gewijd is aan 20 ‘best practices’. Organisaties als IHC Merwede, Uneto-VNI, Pon Power en VolkerRailgeven in dit boek inzicht in de oplossingen die voor hun organisatie het beste werken. Ik ben blij dat MKB Nederland ons initiatief en onderzoek een warm hart toedraagt.”

Over ‘Tekort aan technici te lijf: in de praktijk’
‘Tekort technici te lijf: in de praktijk’ is een uitgave van ROVC. In het boek staat een beknopte samenvatting van de relevante cijfers en trends over het tekort aan technici. De kern van dit boekwerk wordt echter gevormd door bedrijven en organisaties die op succesvolle wijze oplossingen in de praktijk toepassen. Hoe gaan zij om met het tekort aan technici? Welke instrumenten zetten zij in? Welke valkuilen moeten zij ontwijken en welke factoren dragen bij aan hun succes? Kortom, een bundeling van 'best practices' om het tekort aan technici te lijf te gaan.

De uitgave ‘Tekort technici te lijf: in de praktijk is aan te vragen via http://www.rovc.nl/tekortaantechnici

Op 6 november jongstleden heeft bij NEN in Delft een bespreking plaatsgevonden over het ‘Onderzoeksrapport brand Het Hoge Licht 103, Maassluis, 11 augustus 2012' gepubliceerd door Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Hierin worden twee branden beschreven die in de meterkast, vanuit de elektrische installatie, zijn begonnen. Dit onderzoeksrapport is uitgebreid in de media geweest en heeft veel discussie losgemaakt. Brandveiligheid in de meterkast heeft direct betrekking op het werkgebied van meerdere NEN-normcommissies. Vertegenwoordigers van deze commissies en van de Brandweer namen deel aan deze bespreking.

Resultaat overleg
Het onderwerp brandveiligheid van gasleidingen in de meterkast stond al op de agenda van de betreffende NEN-normcommissies. Op 6 november heeft NEN een overleg georganiseerd. Hieraan namen deel: vertegenwoordigers van de normcommissies ‘Installaties voor verbrandingstoestellen’, ‘Gasdistributieleidingen’ en ‘Meterruimten’, de NEN Beleidscommissie Gas & Water, een afvaardiging van Netbeheer Nederland, Kiwa (veiligheid gasinstallaties), UNETO-VNI (installatiebranche) en Brandweer Nederland.

Voor de korte termijn is daarbij voorgesteld dat de gasleiding ná de meter, evenals de aansluitleiding vóór de meter, indien uitgevoerd in kunststof, ook voorzien moet zijn van een mantelbuis. Dit wordt opgenomen in de al geplande herziening van NPR 3378-5 en -6 die de aanleg van gasleidingen na de meter beschrijven. Naar verwachting worden deze herzieningen in december gepubliceerd.

Verder is afgesproken dat de mogelijkheid wordt onderzocht om een meer concrete (prestatie-)eis te formuleren met betrekking tot de brandveiligheid van het geheel.

Het is 2022. U wordt wakker en doet een plas. Terwijl u uw handen wast herinnert de badkamerspiegel u aan uw eerste afspraak die dag: ”Om half tien moet u bij de tandarts zijn, nog een uur voor u de deur uit moet.” Met water uit uw eigen warmwaterbron in de achtertuin neemt u een douche, kokendheet water uit een heetwatermeer drie kilometer diep in de grond. Als u even later een eitje bakt, belt uw dochter. Haar foto verschijnt op het glazen aanrechtblad. U tikt erop en het videogesprek begint. Aan tafel gaat het babbeltje gewoon door, want ook daar is uw pratende oogappel te zien. Net als op alle glazen projectieplaatsen in huis. De koelkast vertelt hoeveel koolhydraten u die dag nog mag eten. In een wip bent u de deur uit. Geen gedoe met sleutelbossen en dievensloten. U doet de boel op slot met uw vingerafdruk.
Het huis van de toekomst barst van de technologische snufjes. Daardoor zal het veel meer functies hebben dan nu. We winkelen er ook, raadplegen de huisarts op onze tv met breedbandverbinding en genereren onze eigen energie. Dat alles is dichterbij dan u denkt. In 2015 is zonne-energie concurrerend met gewone energie.

De zonnecellen worden steeds kleiner. Via verf kunt u met een buitenmuur zonne-energie opvangen. En zonnecellen heb je ook al in ramen en zonwering. Een huis kan een deel van zijn energie dus zelf genereren. Volkswagen bouwt nu al een thuisenergiecentrale, de EcoBlue. Een autofabrikant die de woonmarkt betreedt! Er zullen meer van dit soort nieuwe spelers komen. Zeg straks niet dat ik u niet gewaarschuwd heb!
Koel bouwen wordt een grote opgave. Gemiddeld gaat de temperatuur twee graden omhoog. U kunt daar bijvoorbeeld rekening mee houden door terug te gaan naar kleinere vensters. Qua stand van het huis gaan we terug naar de middeleeuwen: huizen gericht op het oosten en westen, niet op het zuiden.
Dit huis van de toekomst verkopen is géén issue. De consument zal wel moeten. Zoals je nu geen huis bouwt zonder badkamer, bouw je straks niet zonder slimme technologie en ingebouwde water- en energie-oplossingen. Wil de consument daar wel voor betalen? Als hij de keus heeft niet. Kijk maar naar de foodsector. In het boek ‘The Future of Food’ dat in oktober verschijnt, constateer ik dat de consument wel geïnteresseerd is in duurzame producten maar daar niet extra voor wil betalen. Zolang er kiloknallers zijn, legt hij die in zijn winkelmandje. Dit gaat veranderen want we lopen tegen de grenzen van onze mogelijkheden aan.
Ik zou nu al per woonwijk van die warmwaterbronnen aan gaan leggen. Heetwatermeren in de Nederlandse bodem zijn een gouden kans. Het kost misschien € 10.000 per huishouden maar daarna heb je nooit meer energiekosten. En minstens zo belangrijk: u staat dan alvast met 1-0 voor op de toekomstige concurrent.

Energiebesparing door samenwerking bodemenergie en waterleidingbedrijven.
De verenigingen BodemenergieNL en Vewin organiseren op donderdag 13 december 2012 een gezamenlijke themabijeenkomst met als thema: ‘Kansen voor samenwerking tussen bodemenergie en  waterleidingbedrijven’.

Kansen voor samenwerking
De kansen om de komende jaren tot verdergaande energiebesparing te komen richten zich vooral op de inzet van duurzame systemen in de gebouwde omgeving. Met name de bodemsystemen spelen daarbij een belangrijke rol. Maar als het om de bodem gaat, zijn er meerdere belangen die goed afgewogen moeten worden. Naast energie uit de bodem,  geldt drinkwater als een belangrijk aandachtspunt. Daarbij staat verantwoord bodemgebruik  voorop en daarmee het behoud van de kwaliteit van onze drinkwaterwinning.

Wat zijn de situaties waar bodemenergie en waterleidingbedrijven elkaar in de praktijk tegenkomen?
Wat zijn de knelpunten, maar ook wat zijn de wederzijdse belangen.  En hoe kan door samenwerking het gebruik van de bodem, voor zowel het duurzame energiegebruik als het drinkwatergebruik, optimaal worden ingezet?

Themabijeenkomst
Tijdens de themabijeenkomst op 13 december zullen de knelpunten en kansen voor samenwerking verder worden besproken. Aan de hand van een drietal invalshoeken, te weten: wetgeving, onderzoek en marktontwikkeling, zal door de beide partijen een inleiding worden gegeven. Daarna zal er per deelthema een korte discussie volgen die wordt geleid door de dagvoorzitter.

Dit alles zal aan het einde van de middag voldoende input leveren om in de paneldiscussie te komen tot een beeld  van welke ontwikkelingen de komende jaren verwacht worden. Maar ook waar BodemenergieNL en Vewin een gemeenschappelijk doel hebben en hoe die samenwerking daarbij vorm gegeven kan worden.

Meer informatie/aanmelden
De bijeenkomst vindt plaats op 13 december 2012 in Kasteel De Hooge Vuursche te Baarn en begint om 12.30 met een inlooplunch. Meer informatie , het programma van deze bijeenkomst en het aanmeldingsformulier vindt u op de website: www.BodemenergieNL.nl.  

Op woensdag 28 november 2012 organiseert het NPW haar nationale najaarscongres warmtepomp. Dat wordt deze keer  georganiseerd in het Turfschip te Etten-Leur, de ‘Europese warmtepompstad van 2012’. Het thema is:  ’Lessons learned – Warmtepompen op weg naar 2020’.
Tijdens dit congres staat het delen van ervaringen uit gerealiseerde projecten en het daar lering uit trekken voor toekomstige warmtepompprojecten centraal.

Europese warmtepompstad van het jaar 2012
Etten-Leur is medio dit jaar uitgeroepen tot ‘Europese warmtepompstad van het jaar 2012’. Dat zoiets niet zomaar gebeurd is,  mag duidelijk zijn. Er is in Nederland de afgelopen jaren het nodige bereikt als het gaat om de toepassing van warmtepompen. De wijk Schoenmakershoek in Etten-Leur is hiervan een goed voorbeeld. Hier zijn in ongeveer vijftien jaar ruim 1000 woningen gerealiseerd met een warmtepompsysteem. Voor de komende jaren staan er nog zo’n 500 woningen gepland die ook van een warmtepompsysteem voorzien zullen worden.
Veel partijen hebben zich ingespannen om te komen tot een duurzame wijk met goede, comfortabele woningen waaraan de warmtepomp een belangrijke bijdrage levert.

Uitgangspunten
Tijdens het wamtepompcongres komen de volgende zaken aan de orde, waarbij met name de ervaringen uit de wijk Schoenmakershoek centraal zullen staan. Wat waren de uitgangspunten om tot dit resultaat te kunnen komen en waarom is het gelukt om op grote schaal tot warmtepompsystemen te komen? Maar ook: wat ging er wel eens mis en waarom ging het in veel gevallen ook heel goed? Daarnaast komen de randvoorwaarden, de vertaling naar het ontwerp en de uiteindelijke uitvoering aan bod. En last but not least:  wat zijn uiteindelijk de bewonerservaringen?

Leren van het verleden en daar voor de toekomst je voordeel mee doen, dat is wat dit congres “Lessons learned’ de deelnemers wil bieden.

Meer informatie
Het congres vindt plaats op 28 november 2012, in het Turfschip te Etten-Leur. De ontvangst is vanaf 12.00 uur met een inlooppunch, het officiële programma start om ca. 13.00 uur.  U kunt zich van tevoren aanmelden via de website: www.platformwarmtepompen.nl.

Ook de Tweede Kamer lijkt te twijfelen over de invoering van een nieuwe vorstverletregeling met een eigen risico van 4 weken. Tijdens de bespreking van het wetsontwerp is een motie van Kamerlid Heerma (CDA) aangenomen die meer ruimte moet geven voor een eigen invulling van de regeling per sector. De nieuwe minister van Sociale Zaken gaat hiernaar in overleg met onder andere UNETO-VNI onderzoek doen.

Voorzitter Marcel Engels van UNETO-VNI is verheugd dat de Tweede Kamer rekening heeft gehouden met de noodkreten van de installateursvereniging. Engels doet een dringend beroep op de minister van Sociale Zaken om snel werk te maken van een maatwerkregeling en alsnog af te zien van een eigen risico periode.
De huidige regeling kent geen eigen risico periode en wordt volledig door de sector zelf bekostigd.

Het aantal doden en gewonden door een koolmonoxidevergiftiging is nog steeds zorgwekkend. Door verkeerde installatie van gastoestellen, slecht onderhoud hiervan en onvoldoende ventilatie overlijden jaarlijks gemiddeld 11 mensen aan een koolmonoxidevergiftiging.

Daarnaast worden jaarlijks gemiddeld 150 slachtoffers van een koolmonoxidevergiftiging in een ziekenhuis opgenomen en enkele honderden behandeld op de Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) van een ziekenhuis, zo blijkt uit onderzoek van VeiligheidNL.

Jaarlijks onderhoud essentieel
Een jaarlijkse onderhoudsbeurt door een erkend installateur is nodig om gaskachel, geiser, cv- of combiketel te controleren en goed te laten werken. Voor mensen met thuis een open haard of andere bijverwarming die is aangesloten op de schoorsteen, is een jaarlijkse controle van de schoorsteen aan te bevelen.

Eigenaren van woningen nemen het afsluiten van een onderhoudscontract voor gasapparatuur en afzuiging nog steeds onvoldoende serieus. Ze beknibbelen op de kosten in de veronderstelling dat als het mis gaat er altijd nog tijdig ingegrepen kan worden. Woningcorporaties en andere verhuurders sluiten meestal wel onderhoudscontracten af, maar verzuimen nog te vaak huurders aan te spreken als een installateur geen toegang tot de woning heeft gekregen om de apparatuur te controleren.

Extra kwetsbaar voor een koolmonoxidevergiftiging zijn bewoners van oude, niet gerenoveerde woningen en die permanent en tijdelijk wonen in kleine slecht geventileerde ruimten, zoals caravans, woonwagens en woonboten. Wij adviseren hier altijd een koolmonoxidemelder te gebruiken, die bewoners tijdig waarschuwt bij het vrijkomen van koolmonoxide.

Koolmonoxide is een sluipmoordenaar
Koolmonoxide werkt als een sluipmoordenaar. Het is een kleurloos en reukloos zeer giftig gas dat 250 keer sneller in het bloed wordt opgenomen dan zuurstof. Bij blootstelling aan koolmonoxide worden mensen suffig, misselijk en verliezen snel het bewustzijn. Bij te late ontdekking is koolmonoxide dodelijk.
De belangrijkste oorzaken van koolmonoxidevergiftiging zijn verkeerde installatie, slecht onderhoud, onvoldoende ventilatie, slechte afvoer van verbrandingsgassen en verkeerde stookgewoonten. Bron: VeiligheidNL

  

Installateursvereniging UNETO-VNI vreest dat installatiebedrijven bij een strenge winter in financiële problemen komen als de huidige vorstverletregeling verdwijnt. De Tweede Kamer behandelt vandaag een wetsvoorstel voor een nieuwe regeling waarin werkgevers per winter een 'eigen risico' van vier weken lopen, als hun personeel door vorst niet kan werken.

Pas daarna krijgen de medewerkers een WW-uitkering. UNETO-VNI vindt dat de huidige regeling uitstekend voldoet en wil het wetsvoorstel dan ook zo snel mogelijk van tafel.

Wetsvoorstel
De huidige vorstverletregeling, opgebracht door werkgevers in de sector zelf, zorgt ervoor dat werknemers bij een strenge vorstperiode worden doorbetaald. 'Deze regeling voldoet uitstekend en is heel sociaal', aldus voorzitter Marcel Engels van UNETO-VNI. Bij de Tweede Kamer ligt nu echter een wetsvoorstel voor een vereenvoudiging van de UWV-regeling, waar een aanpassing van het vorstverlet deel van uitmaakt. De nieuwe vorstverletregeling is volgens Engels de doodsteek voor veel installatiebedrijven. 'Twintig dagen vorstverlet kosten een ondernemer met 10 werknemers straks 30.000 à 40.000 euro waar geen inkomsten tegenover staan. Dat is onacceptabel in een tijd dat het water veel bedrijven al aan de lippen staat.'

Tijdelijke WW-uitkering
In het wetsvoorstel worden de Regeling onwerkbaar weer en de Werktijdverkorting-regeling in de WW samengevoegd tot één Calamiteitenregeling.

 

Op 17 september jl. is Baderie M&O Techniek benoemd tot ‘Baderie van het jaar 2011’. Het nieuws werd bekendgemaakt door juryvoorzitter Albert Top tijdens een speciale, feestelijke bijeenkomst met alle vestigingen van Baderie. Jeroen Valk, directeur Baderie: “Elk jaar kiest Baderie de ‘Baderie van het jaar’. Hiermee willen wij onze waardering laten zien voor het harde werken in het afgelopen jaar.”

Elk jaar worden drie ondernemers genomineerd en kiest een deskundige jury de winnaar. De onafhankelijke jury bestond dit  jaar uit Joop Gerards - architect, Albert Top- algemeen directeur van reclamebureau Crossmarks en Kees Hoendervangers – directeur van advies- en trainingsbureau Mandev. Voor de titel ‘Baderie van het jaar 2011’ waren drie Baderie vestigingen genomineerd: Baderie M&O Techniek te Wormer, Baderie Smit te Utrecht en Baderie Leenen te Someren. De jury heeft de drie vestigingen beoordeeld op omzetstijging, uitstraling showroom en interieur, het offerte- en ordertraject, opvolging formule en klantwaardering.

Het energielabel voor nieuwbouwhuizen en -gebouwen wordt uitgesteld tot 1 juli volgend jaar. Dat is een halfjaar later dan eerder voorzien.
Marktpartijen kregen het uitstel eind augustus te horen, meldt een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De Tweede Kamer moet de wet die het zogenoemde nieuwbouwlabel regelt nog aannemen.
In de desbetreffende wet worden ook sancties gezet op het ontbreken van een energielabel voor bestaande huizen en gebouwen. Dat label moet al sinds 2008 getoond kunnen worden. Over de sancties is echter nog discussie in de Kamer, één van de redenen voor de vertraging. Invoering per 1 januari van het nieuwbouwlabel, zoals oorspronkelijk het plan was, is daardoor nu te kort dag.
Het uitstel geeft bouwers tijd om aan de nieuwe regels te voldoen. De komende periode wordt de opleveringstoets getest waarmee het nieuwbouwlabel wordt bepaald. Dat wordt gedaan door de vijf partijen die in 2008 een akkoord sloten voor energiezuinige nieuwbouw, namelijk Bouwend Nederland, Aedes, Neprom, de NVB en het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Energiebesparing is een onderwerp dat een steeds prominentere rol inneemt in het bedrijfsleven. Of het nu gaat om bestaande gebouwen of nog nieuw te bouwen projecten, zuinig omgaan met energie is voor ondernemers niet meer weg te denken uit de beleidsplannen. Het onderwerp energiebesparing verdient dan ook een plek op de beurskalender van Evenementenhal. Daarom vindt er op 16, 17 en 18 april 2013 een nieuw vakevenement plaats in Evenementenhal Venray: Energie & Besparing.
“Energie & Besparing richt zich op ondernemers die actief bezig zijn met energiebesparing in de utiliteitsbouw, hoogbouw en woningbouw. Een palet aan energiebesparende technieken worden uitgebreid gepresenteerd op de beursvloer. Van energiedistributie tot luchtbehandeling, van bouwfysische maatregelen tot verlichting en concrete besparingstechnieken,” aldus beursorganisator Marit Rothman. “Bedrijven op gebied van bouw, installatie en renovatie, woningcorporaties, gebouwbeheerders en ingenieursbureaus vormen een belangrijk deel van de bezoekersdoelgroep. Zij komen immers in de praktijk dagelijks in aanraking met vraagstukken als het gaat om efficiency en kostenbesparing. Energiebesparende oplossingen zijn daarop het antwoord. Dat willen wij vertalen in de vakbeurs Energie & Besparing.


Gelijktijdig met Energie & Besparing vindt Installatie Vakbeurs Venray plaats, de vakbeurs voor de installatiebranche. Door het onderwerp energiebesparing middels een aparte vakbeurs aan Installatie Vakbeurs Venray toe te voegen, ontstaat een extra dimensie als het gaat om het aanbod voor de bezoeker.

ROVC, partner voor trainingen, opleidingen en advies & implementatie binnen de Nederlandse industrie, start vanaf eind oktober met haar technische avondcursussen. De verwachting is dat de meeste cursisten, die per oktober met een avondcursus starten, hun diploma in juni 2013 in ontvangst kunnen nemen. Er worden verschillende technische avondcursussen aangeboden, in de volgende richtingen: Elektrotechniek & Elektronica, Industriële Automatisering, Koude- & Installatietechniek, Productie- & Procestechniek, Werktuigbouwkunde, Veiligheid & Organisatie en Communicatie.

Omdat het tekort aan technici voelbaarder wordt op de werkvloer, komt er steeds meer vraag naar technische opleidingen vanuit het bedrijfsleven. Naast de kwantiteit is ook de kwaliteit van het personeel een uitdaging voor de Nederlandse industrie. Schoolverlaters kunnen niet direct op het gewenste technisch niveau ingezet worden binnen organisaties en hebben vaak een aanvullende opleiding nodig. 

ROVC biedt diverse technische opleidingen door heel Nederland, in totaal in 35 cursusplaatsen. ROVC verzorgt al meer dan 40 jaar opleidingen speciaal voor technici. Het volledige cursusaanbod van ROVC staat vermeld op: www.rovc.nl. Geïnteresseerden kunnen zich via de website inschrijven.

Vertegenwoordigers uit de installatiesector kozen Schouten Techniek als winnaar van de ISSO-Award 2012. De prijs is toegekend tijdens de ISSO-najaarsbijeenkomst ‘Kansen in crisistijd’ op donderdag 20 september in de Rotterdamse Cruise Terminal.

Schouten Techniek bv wint met de softwaretool ‘Gebouwsimulatie’, waarmee het complete installatietechnische en bouwkundige ontwerp van een gebouw of huizenblok kan worden berekend. ‘Het zou goed zijn als de tool in Nederland wordt ingezet bij met name de opstartfase van een ontwerp,’ zegt Coos Schouten, algemeen directeur van Schouten Techniek. ‘Met alle partijen aan tafel, en de PC met de tool in het midden, bereken je samen in anderhalf uur tijd een energiebewust, duurzaam gebouwontwerp. Het programma berekent in een paar seconden wat de consequenties zijn van de keuzes die het bouwteam maakt. Zo toont het bijvoorbeeld de energie- en onderhoudskosten op lange termijn, het comfort en de balans van een bodemopslagsysteem. Het programma is niet alleen transparant en snel, het beperkt ook faalkosten. Mogelijke fouten worden uit het ontwerp gehaald. Daardoor draait de gebruiker niet op voor de faalkosten. Daarbij zijn de energiekosten voor de gebruiker ook op lange termijn inzichtelijk. ‘
 

Erkenning jonge technici
‘De ontwerper van de tool is onze medewerker en techneut Bastiaan Lankhoorn. Hij heeft zich gebaseerd op alle ISSO-publicaties die met het onderwerp relatie hebben, met name ISSO-publicatie 39 ‘Langetermijnkoudeopslag in de bodem’. Binnen ons bedrijf moeten alle medewerkers de ISSO-publicaties op hun vakgebied kennen en toepassen. Het winnen van de ISSO-Award 2012 is ook een erkenning van jonge technici. Als je als jonge techneut als Bastiaan ergens voor gaat, haal je succes. Schouten Techniek is enorm trots op deze waardering.’

Hoogtepunten Najaarsoverleg
ISSO maakte van de bijeenkomst gebruik om twee benoemingen en hun vernieuwde site over het voetlicht te brengen. Jaap Hogeling, Bekende Nederlander in de installatiesector, is benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hij kreeg zijn onderscheiding van burgemeester Tammes van de gemeente Buren, de woonplaats van Hogeling. Marcel Engels, interim directeur van UNETO-VNI, is benoemd tot voorzitter van de Raad van Toezicht, het nieuwe bestuursorgaan van ISSO. Hij volgt Cees van Laarhoven op, die tijdens dit Najaarsoverleg afscheid nam van ISSO. Cees heeft vanaf 2004 intensief met ISSO samengewerkt en heeft veel voor ISSO kunnen betekenen. De overgang van bestuur naar een Raad van Toezicht was voor hem een mooie mijlpaal om het stokje over te dragen. Daarnaast is de vernieuwde site van ISSO gepresenteerd en live gegaan. De fris ogende site www.isso.nlis zoekvriendelijker, uitgebreid met meer tools en maakt kennis makkelijker toegankelijk.

Zo'n  tienduizenden leerlingen in Nederland zitten in een schoollokaal met onvoldoende ventilatie. Het CO2-gehalte in de lucht is daardoor tijdens de meeste lessen onaanvaardbaar hoog. Onderzoek van TNO heeft aangetoond dat een gebrek aan ventilatie concentratieverlies en hoofdpijn veroorzaakt en dus een negatief effect heeft op de leerprestaties. Ook het werk van docenten lijdt eronder. Branchevereniging UNETO-VNI vindt dat de overheid aandacht en geld moet besteden om een einde te maken aan de bedompte lucht in klaslokalen. UNETO-VNI trekt het land in om op scholen CO2-metingen te doen.

FrisseScholenTeam
In 80% van de klaslokalen in Nederland is de CO2-concentratie veel te hoog. Een slecht binnenmilieu kan leiden tot hoofdpijn, vermoeidheid, slijmvliesirritaties, overdracht van infectieziekten en astma-aanvallen. Voorzitter Marcel Engels van UNETO-VNI: 'Het gebrek aan ventilatie in scholen zorgt voor een hoger ziekteverzuim van leerkrachten en leerlingen.' Om aandacht te vragen voor de dramatische luchtkwaliteit in de Nederlandse klas, voert UNETO-VNI dit schooljaar een nieuw predikaat in: de Frisse School. Vanaf januari, wanneer de CO2-problemen het grootst zijn, gaat het FrisseScholenTeam op tal van scholen metingen verrichten. Engels: 'We willen scholen inzicht geven in de kwaliteit van het binnenklimaat. Als het er slecht voor staat, kan de school direct maatregelen nemen. Is de luchtkwaliteit in de klassen in orde, dan reiken wij het predikaat Frisse School uit.'

Betere lucht, hogere CITO-scores
Het binnenmilieu in het klaslokaal heeft invloed op de leerprestaties. Onderzoek van TNO laat zien dat elke verdubbeling van de toevoer van frisse lucht leidt tot circa 15% betere leerprestaties. Betere ventilatie in lokalen kan op termijn dus resulteren in hogere CITO-scores.

Problemen aanpakken
De te hoge CO2-concentraties zijn niet het enige klimaatprobleem op de Nederlandse scholen. Veel klassen hebben in de winter te maken met kou en tocht, terwijl het in de zomer juist te warm wordt. Ook is er in veel lokalen een gebrek aan daglicht en voldoet de verlichting niet aan de moderne eisen. De voorzitter van UNETO-VNI vindt dat het hoog tijd is om te investeren in goede omstandigheden in de klas: 'Als wij de ambitie van Nederland als kenniseconomie willen waarmaken, zullen we op z'n minst moeten zorgen voor een gezonde leer- en werkomgeving voor scholieren en leerkrachten.' Engels denkt dat er zo'n 600 miljoen euro nodig is om het binnenklimaat in de Nederlandse scholen structureel aan te pakken.

Op woensdag 7 november 2012 vindt de vierde editie van de SunDay plaats. Dit evenement brengt wetenschap en praktijk van de zonne-energiewereld bij elkaar. De SunDay is uitgegroeid tot hét jaarlijkse evenement voor de Nederlandse zonne-energie community. 

De SunDay 2012 belooft een veelzijdig programma met nationale en internationale sprekers en kent een gebruikelijke R&D- en een praktijkgerichte component. De bijeenkomst start met keynote speeches van onder meer DE Koepel-voorzitter Teun Bokhoven en EPIA-afgevaardigde Frauke Thies. Na dit plenaire gedeelte (dat volledig in het Engels gepresenteerd wordt) kunnen de deelnemers verschillende workshops bijwonen.

Deze workshops kennen de volgende hoofdthema's:

1 - Technologische innovaties rond PV (R&D-workshops verzorgd door ECN, FOM en Shell)

2 - Regelgeving en stimulering van grootschalige toepassing van zonne-energie (workshops verzorgd door Agentschap NL)

3 - Marktontwikkeling (workshops verzorgd door Holland Solar)

4 - Succesvolle voorbeelden en ervaringen uit de praktijk (workshops verzorgd door Holland Solar).

Na deze workshops wordt het formele programma plenair afgesloten met een keynote speech van Frans Stokman van Grunneger Power. De deelnemers hebben aansluitend de gelegenheid om tijdens de borrel na te praten met collega’s en nieuwe contacten op te doen. Bovendien kunnen zij een bezoek brengen aan de informatiemarkt.

Registreren voor de SunDay 2012 is mogelijk via de website www.sunday2012.nl Dit is mogelijk tot enkele dagen voor het evenement. Inmiddels hebben zich al tweehonderd deelnemers aangemeld om op woensdag 7 november de SunDay 2012 bij te wonen.

Over de SunDay
De SunDay is een initiatief van Agentschap NL, Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), Stichting FOM, Holland Solar en Shell Research. Het evenement beleeft dit jaar haar vierde editie. Uitgebreide informatie is te vinden op de website www.sunday2012.nl

Energiebesparing is een onderwerp dat een steeds prominentere rol inneemt in het bedrijfsleven. Of het nu gaat om bestaande gebouwen of nog nieuw te bouwen projecten, zuinig omgaan met energie is voor ondernemers niet meer weg te denken uit de beleidsplannen. Het onderwerp energiebesparing verdient dan ook een plek op de beurskalender van Evenementen hal. Daarom vindt er op 16, 17 en 18 april 2013 een nieuw vakevenement plaats in Evenementenhal Venray: Energie & Besparing.

'Energie & Besparing richt zich op ondernemers die actief bezig zijn met energiebesparing in de utiliteitsbouw, hoogbouw en woningbouw. Een palet aan energiebesparende technieken worden uitgebreid gepresenteerd op de beursvloer. Van energiedistributie tot luchtbehandeling, van bouwfysische maatregelen tot verlichting en concrete besparingstechnieken', aldus beursorganisator Marit Rothman.

'Bedrijven op gebied van bouw, installatie en renovatie, woningcorporaties, gebouwbeheerders en ingenieursbureaus vormen een belangrijk deel van de bezoekersdoelgroep. Zij komen immers in de praktijk dagelijks in aanraking met vraagstukken als het gaat om efficiency en kostenbesparing. Energiebesparende oplossingen zijn daarop het antwoord. Dat willen wij vertalen in de vakbeurs Energie & Besparing.

Het blijft tijdens de vakbeurs Energie & Besparing niet alleen bij het alom bekende beursconcept van Evenementenhal. In samenwerking met branchegerenommeerde partijen zal er input worden gegeven aan een kennisprogramma, dat kennis en praktijk met elkaar verbindt. Deze partijen hebben tenslotte de kennis in huis en weten als geen ander welke ontwikkelingen spelen als het gaat om energiebesparing. Voor de vakbeurs Energie & Besparing wordt dan de vertaalslag gemaakt tussen kennisdeling en concrete oplossingen waar de bezoeker voor komt.'

Gelijktijdig met Energie & Besparing vindt Installatie Vakbeurs Venray plaats, de vakbeurs voor de installatiebranche. Installatie Vakbeurs Venray heeft haar plek op de landkaart inmiddels veroverd. Door het onderwerp energiebesparing middels een aparte vakbeurs aan Installatie Vakbeurs Venray toe te voegen ontstaat een extra dimensie als het gaat om het aanbod voor de bezoeker. Binnen de installatiebranche is per slot van rekening een breed spectrum aan segmenten te beschrijven. Energiebesparing is één van deze segmenten die gezien de marktontwikkelingen een eigen vakbeurs behoeft, waar de kennis en ontwikkelingen over dit brede onderwerp uitgedragen kunnen worden. Een belangrijke doelgroep die in de huidige werkzaamheden te maken heeft met energiebesparing zijn de installateurs, bezoekers van Installatie Vakbeurs Venray. Voor zowel exposant als bezoeker heeft de combinatie van deze twee vakbeurzen een duidelijke meerwaarde. Bezoekers kunnen met één entreebewijs beide vakbeurzen bezoeken.

 

September en oktober zullen 'stevige maanden' worden omdat er veel belangrijke beslissingen moeten worden genomen voor de stabiliteit en de eenheid binnen de eurozone. Dat voorziet de demissionair minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) in een interview met NU.nl.

In september wordt het 'trojka'-rapport verwacht, over de voortgang van de bezuinigingen in Griekenland. Tegen die tijd wordt eveneens duidelijk hoeveel geld Spanje nodig heeft om de financiële sector er weer bovenop te helpen.

Bovendien wordt aan de invoering van het Europees bankentoezicht gewerkt. Als dit toezicht effectief en bewezen is, wordt het op termijn ook mogelijk dat banken direct van kapitaal worden voorzien via het Europese noodfonds.

Sceptisch
De Jager ervaart echter niet dat het er wat betreft Griekenland nu meer om spant dan anders, zo zegt hij in het interview: "Er zijn al meerdere van dit soort rapporten geweest, en dat is altijd spannend."

Wel herkent hij bij zichzelf een sceptischer houding: "Op basis van de ervaring van de afgelopen twee jaar moet ik bekennen dat ik zeker niet zal afgaan op alleen maar de woorden van de politici in Griekenland. Ik wil keihard zien wat er wel of niet is gebeurd."

"Maar dat we nu in Nederland moeten bezuinigen is niet omdat we enkele miljarden lenen aan Griekenland, dat is omdat we nog last hebben van de kredietcrisis. We moeten daarom voorkomen dat we in een nieuwe crisis raken", aldus De Jager.

Instructies
De minister herhaalt daarbij dat de gevolgen van een eventueel Grieks faillissement inmiddels waarschijnlijk minder groot zijn door de verschillende maatregelen die zijn genomen, "maar je kunt niet met zekerheid zeggen dat Griekenland al zo geïsoleerd is dat een failliet geen Europese crisis zou uitlokken".

Op de vraag of de overheid ook voor de Nederlandse banken instructies heeft klaarliggen, mocht het in de eurozone toch misgaan, zegt De Jager: "Ons handelen is er uiteraard nu juist op gericht om te voorkomen dat het misgaat. Maar zoals we vaker hebben gezegd bereiden we ons voor op meerdere scenario’s, en dat geldt natuurlijk niet alleen voor de overheid."

Pro-Europa
Tot slot weerspreekt de CDA-minister dat premier Mark Rutte (VVD) zich in Europa sceptischer opstelt dan hijzelf.

"Dat Rutte Europese afspraken nog eens goed doorleest voordat hij ze tekent, is niet anti-Europees, maar juist goed, dat doe ik ook. Voor je het weet wordt de kaas van je brood gegeten in Brussel."

 

Nederland verkeert in crisis en de vraag is allang niet meer of er bezuinigd moet worden, maar waar en hoe snel er bezuinigd moet worden. Tegelijkertijd loopt de werkloosheid, met name onder jongeren, op en zit de woningmarkt nog steeds op slot. Jonge professionals werkzaam in de bouw- en woningmarkt, bij bijvoorbeeld ontwikkelaars, beleggers en woningcorporaties lijken dubbel de dupe te worden van de crisis op de woningmarkt, zowel zakelijk als privé. Zakelijk omdat de carrière vooruitzichten niet optimaal zijn en er zelfs de nodige banen op de tocht staan en privé, omdat men als starter op de woningmarkt te maken heeft met lange wachtlijsten om te huren en onmogelijk kan voldoen aan de hypotheekeisen om een woning te kopen. USP Marketing Consultancy deed in het kader van het Nationaal Jongerendebat over de woningmarkt op 4 november a.s. onderzoek onder deze groep jonge professionals naar de elementen die volgens hun als eerste opgelost moeten worden en welke partij dit het beste kan doen. 

Doorstroming binnen en naar koopwoningenmarkt belangrijkste peiler, steun voor integrale aanpak
Gevraagd naar de belangrijkste elementen van de crisis op de woningmarkt noemen jongeren met name elementen die te maken hebben met de doorstroming binnen en naar de koopwoningmarkt. Zo noemt 84% de vraaguitval op de koopwoningmarkt, gevolgd door de strengere eisen van de banken (83%), de hypotheekrenteaftrek (71%) en het feit dat doorstroming van huur naar koop veel lastiger is geworden (64%). Ook de krimpende werkgelegenheid wordt door 79% genoemd. Dit zijn dan ook de elementen die volgens jonge professionals als eerste aangepakt zullen moeten worden.

Uiteraard hangt de doorstroming van huur naar koop ook sterk samen met maatregelen op de huurmarkt. De integrale aanpak zoals in het plan Wonen 4.0 wordt bepleit door Aedes, Woonbond en Eigen Huis wordt door tweederde van de respondenten ondersteunt (66%). Zij zeggen dat alleen een integrale hervorming van de huur- en koopmarkt een oplossing is voor de crisis op de woningmarkt. Toch is nog ongeveer 1 op de 5 jonge professionals (18%) het met deze stelling oneens. Een kwestie waar ongetwijfeld op het Nationaal Jongerendebat over de woningmarkt verder over gesproken zal worden.

Te weinig visie en actie op de woningmarkt door politieke partijen
Maar liefst ruim drie kwart van de jonge professionals (77%) geeft aan het (zeer) oneens te zijn met de stelling dat de politiek voldoende doet om de crisis op de woningmarkt op te lossen. Men wil dus meer actie. Over welke partij dan de beste visie heeft op de aanpak van de woningmarkt zijn de meningen sterk verdeeld, 37% weet geen politieke partij te noemen, de overige stemmen zijn verdeeld over de VVD (22%), D66 (21%) en PvdA (12%). Voor 30% van de respondenten is een rechts kabinet het beste voor oplossingen op de woningmarkt, tegen 16% voor een links kabinet. Voor de overgrote meerderheid van de respondenten maakt het niet uit of men weet het niet. Bovenstaande geldt voor alle ondervraagde marktpartijen, dus ook voor corporatiemedewerkers.

De VVD is de partij waar de meeste jonge professionals in de woningmarkt op denken te gaan stemmen (37%), gevolgd door D66 met 19%. Ook voor (jongere) corporatiemedewerkers is de VVD de meest populaire partij (al ligt de populariteit hier wel wat lager).

De VVD is daarbij wel meteen de partij waarmee men het liefst in discussie gaat over de woningmarkt (36%), gevolgd door PvdA (16%) en SP (15%). Het Nationaal Jongerendebat op 4 november over de woningmarkt biedt hier ongetwijfeld voldoende mogelijkheid toe.

Achtergrond onderzoek
Voor dit onderzoek zijn ruim 300 professionals onder de 35 jaar in de bouw- en woningmarkt (werkzaam bij ontwikkelaars, beleggers, corporaties) online ondervraagd over de crisis in de woningmarkt en de rol van de politieke partijen hierin.

De Dutch Green Building Council (DGBC) organiseert van 17 tot en met 21 september 2012 de tweede editie van de Dutch Green Building Week. DGBC laat samen met haar participanten in en aan heel Nederland zien wat zij doen aan het verduurzamen van de bebouwde omgeving en daarmee aan de wereld. Diverse projecten worden in de vitrine gezet onder de noemer ‘Green Inspiration’. In aanloop naar de RAI-vakbeurs Building Holland 2014 wordt het startschot van de Dutch Green Building Week gegeven tijdens het Green Buildings congres op 17 september in Amsterdam RAI. Building Holland en Amsterdam RAI zijn tevens als facilitair partner verbonden aan de Dutch Green Building Week.

Het Green Buildings congres in Amsterdam RAI is een initiatief van DGBC-participant Corporate Facility Partners (CFP) en DGBC.

Tijdens dit congres, met het thema ‘Duurzaamheid als aanjager van economische groei’, gaan bekende sprekers als Ed Nijpels, prof. dr. Arnold Heertje en oud-bondscoach Mark Lammers (dameshockey) in op de vraag ‘Hoe duurzame ideeën en economische ontwikkeling samen kunnen gaan?’ En ‘Hoe Nederland zijn rol als koploper in duurzaamheid kan versterken?’ Ook wordt de Award Duurzame Architectuur uitgereikt aan een groot of klein bestaand gebouw, waar een relatief grote verbetering van de duurzaamheid is bereikt.

World Green Building Week
De Dutch Green Building Week sluit aan bij de World Green Building Week: wereldwijd brengen alle Green Building Councils van 17 tot en met 21 september hun initiatieven en die van hun participanten onder de aandacht. Samen bundelen zij hun krachten en wijzen op de uitdagingen van de aanpak van mondiale klimaatverandering. Meer informatie is te vinden op: www.dgbw.nl

 

Voor iedereen die professioneel met bodemenergie aan de slag wil, gaat op 24 september de Basiscursus Vakmanschap Bodemenergie weer van start. In deze cursus wordt de basis gelegd voor de ontwerpers van ondergrondse- en bovengrondse bodemenergiesystemen voor de gebouwde omgeving. De essentiële onderdelen die zowel een ondergrondse- als bovengrondse ontwerper moet weten, worden in de basiscursus behandeld en geëxamineerd. 

Na het volgen van de basiscursus kan men direct doorstromen naar een van de verdiepingscursussen van de Leergang Bodemenergie die vanaf oktober 2012 van start gaan. In de verdiepingscursussen wordt specifiek ingegaan op het ontwerp en de realisatie van open of gesloten systemen, boven of ondergronds. Op die manier kunnen specifieke groepen voorzien worden van de juiste informatie en hebben de cursussen kwalitatief een hoogwaardig niveau.

 

Cursusdata:

Op 5 oktober start de cursus Exploitatie open en gesloten systemen;

Op 16 november start Ontwerp & realisatie bovengrond (open en gesloten systemen);

Op 19 november start Ontwerp & realisatie ondergrond open systemen;

En op 23 november start Ontwerp & realisatie ondergrond gesloten systemen.

Alle cursussen voor gevorderden kunnen worden afgesloten met een extern Cito-examen, waarvoor u zich apart moet opgeven. De examens dienen als ondergrond voor certificering.
 

Meer informatie over de verschillende cursussen alsmede voor het inschrijfformulier vindt u op de website: www.BodemenergieNL.nl/Actueel/Cursussen

Dit najaar starten SBR en Meer Met Minder met ‘De Energiewerkplaats.’ Dit is een gezamenlijk initiatief gericht op het ontwikkelen van medewerkers van bouw- en installatiebedrijven in de marketing, verkoop en uitvoering van energiebesparende maatregelen in de bestaande bouw. 

 

Vanaf september organiseren het kennisplatform voor bouw en vastgoed SBR en de nationale energiebesparingsaanpak voor bestaande woningen en andere gebouwen Meer Met Minder meerdere Energiewerkplaatsen verspreid door het land. Gemeenten en bedrijven die samen willen werken aan energiebesparing in de bestaande bouw kunnen een aanvraag voor het organiseren van De Energiewerkplaats indienen bij een van beide organisaties. Bij de uitvoering van De Energiewerkplaats werken SBR en Meer Met Minder samen met ISSO en DWA.

In een werkplaats

Elke Energiewerkplaats wordt daadwerkelijk georganiseerd in een werkplaats. Per editie staan vier onderwerpen centraal. Denk daarbij aan de relatie tussen dakisolatie en de installatie van zonnepanelen, of de marketing en verkoop van energiebesparende maatregelen aan huiseigenaren. Samen met gemeenten en de lokale bedrijven wordt de exacte invulling van het programma bepaald. Na een algemene inleiding gaan de deelnemers in twee werkrondes aan de slag met twee onderwerpen naar keuze. De Energiewerkplaats richt zich zowel op de directie als op de uitvoerende medewerkers van bouw- en installatiebedrijven.

 

Nieuwe impuls energiebesparing

De Energiewerkplaats geeft een nieuwe impuls aan energiebesparing in de gebouwde omgeving. Niet met nieuwe ambities of hoogdravende plannen, maar met praktische opleidingen, kennisuitwisseling en nuttige ondersteuning om ondernemers en werknemers verder te helpen in het bereiken en bedienen van hun klanten.

 

Interesse?

Provincies, gemeenten, milieudiensten en regionale samenwerkingsverbanden die lokaal aanbod willen organiseren rond energiebesparingprojecten sturen een bericht aan info@meermetminder.nlof bellen met Jeroen Vanson van Meer Met Minder via 070 325 23 91. Ook ondernemers die kansen zien in hun eigen gemeenten kunnen contact opnemen.

 

Volg De Energiewerkplaats ook via
Twitter: @Energiewerkpl 
of LinkedIn: De Energiewerkplaats

 

Over Meer Met Minder

Meer Met Minder is de nationale energiebesparingsaanpak voor bestaande woningen en andere gebouwen. Het is een in 2009 gestart gezamenlijk initiatief van de Rijksoverheid, bouwbedrijven (Bouwend Nederland), de installatiesector (UNETO-VNI) en energiebedrijven (Energie-Nederland). Doel van de aanpak is om bestaande woningen en gebouwen gemiddeld 20 tot 30% energiezuiniger te maken. Tot en met 2010 zijn er dankzij Meer Met Minder 314.000 extra woningen energiezuinig gemaakt.

 

Over SBR

Het kennisplatform voor bouw en vastgoed, SBR, levert de kennis om beter te kunnen bouwen en beheren. SBR, een organisatie zonder winstoogmerk, verzamelt en vertaalt bestaande en nieuwe kennis in praktische en bruikbare producten en diensten voor alle geledingen in de bouw.

www.sbr.nl

Bij renovatie of planmatig onderhoud werkt het merendeel van de hotels in Nederland samen met een vaste groep aannemers en installateurs. De keuze voor de specifieke aannemer of installateur wordt door kleine en grote zelfstandige hotels met name gemaakt door de technische dienst. Bij hotelketens bepaalt de directie of het hoofdkantoor vaak de keuze voor aannemer of installateur.

De renovatie- en onderhoudmarkt voor hotels is zeer kansrijk voor uitvoerende bouwpartijen. In 2012 wordt gemiddeld één op de tien hotelkamers volledig gerenoveerd. Via planmatig onderhoud wordt grofweg de helft van alle hotelkamers onder handen genomen. Daarnaast moeten hotels regelmatig omgaan met ad hoc reparaties. Om hierop in te spelen, is het voor uitvoerende partijen zaak te weten hoe de selectie van aannemers en installateurs bij hotels verloopt.

Marketing afstemmen op DMU
Om te profiteren van de kansen in de hotelsector, doen uitvoerende partijen er goed aan in een vaste pool terecht te komen. Dit kan bijvoorbeeld door diverse hotels in de regio direct aan te schrijven of door te adverteren in bepaalde magazines. Bij alle marketinginspanningen zal daarnaast er rekening gehouden moeten worden met de belangrijkste beslissers in de DMU. Bij de kleine en grote zelfstandige hotels is dit de technische dienst, bij hotelketens de directie of het hoofdkantoor.

Dat zeggen zowel Peter Meijers, directeur van PV-leverancier IBC Solar BV als commercieel directeur Erik de Leeuw van PV-producent en -leverancier CentroSolar. Waarbij De Leeuw nog aangeeft dat de overheidssubsidie voor zonnepanelen niet zorgt voor extra verkoop van panelen, maar vooral extra aandacht geeft aan het onderwerp zonne-energie. Beide zijn exposanten op vakbeurs Energie 2012, van 9 tot en met 11 oktober in de Brabanthallen in ’s-Hertogenbosch.


“De Nederlandse markt voor zonnepanelen is kleiner dan die in België”, zegt Meijers. Toch is Nederland bezig met een inhaalslag. “De markt groeit op dit moment harder dan die in België. Dat merken we aan onze omzet”. Verschil met België is dat de Nederlandse markt voor PV voornamelijk is gebaseerd op de vraag vanuit particulieren, terwijl die in België veel meer is gericht op utiliteitsgebouwen. Maar die laatste markt is subsidiegedreven, terwijl particulieren in Nederland zonnepanelen inmiddels zonder subsidie rendabel kunnen exploiteren. Dat komt omdat in Nederland de netpariteit, het punt waarop zonnestroom concurrerend wordt met fossiele stroom uit het net, al is bereikt.

 

De Leeuw van CentroSolar, vindt het moeilijk te zeggen of er al effect te zien is van de subsidie. “De groei in Nederland was ook voor de aankondiging van de subsidie al goed merkbaar. Zonne-energie is nog nooit zo populair geweest in Nederland als nu. Dit komt mede doordat stroom via zonnepanelen tegenwoordig goedkoper is dan grijze stroom via het net. Ook ligt het rendement hoger dan bij spaargeld op de bank tegen de huidige rentestand. Ik denk dat de subsidie met name extra aandacht heeft gegeven aan het onderwerp zonnepanelen.”

 

Subsidies
De Nederlandse overheid heeft volgens Meijers lange tijd gedacht dat zonnepanelen niet rendabel zouden zijn. Inmiddels is het tij gekeerd. Dit komt doordat de productiekosten fors zijn gedaald. Meijers neemt een duidelijk standpunt in over steun van de overheid. “De Nederlandse markt kan het al af zonder subsidies. Ik wil ook geen subsidies, omdat die na verloop van tijd toch weer wegvallen. Dat maakt het beleid te wispelturig.” Volgens Meijers hoeft de overheid zich alleen bezig te houden met faciliteren en het weghalen van ‘beren op de weg’, zoals de verschillende eisen van netbeheerders. Dat is voldoende om de markt voor zonnepanelen verder te laten groeien. Inmiddels is de vraag onder particulieren sterk toegenomen.

De Leeuw onderschrijft dat subsidie niet voor extra afzet zal zorgen. “De meest mensen die kiezen voor zonnepanelen hadden dit ook gedaan zonder subsidie en zien dit nu als extraatje. Iedereen is het er wel over eens dat een subsidiepot voor de branche niet goed is. Wij denken dat het beter is als de overheid niet intervenieert met subsidies maar duidelijkheid schept, zoals voor saldering. Iedereen wil duidelijkheid voor de lange termijn. Een subsidie voor de korte termijn werkt alleen verstorend op de markt.”

 

China
Meijers ontkent dat het bedrijf last heeft van goedkope zonnepanelen uit China. Het bedrijf heeft zelfs een vestiging in China. “Op die vestiging werken we samen met de Chinese overheid.” Meijers ontkent dat de goedkope zonnepanelen uit China allemaal van inferieure kwaliteit zijn. “We moeten niet alle Chinese panelen over één kam scheren.” Nieuwe panelen worden standaard getest door het Duitse TÜV of door het Zwitserse SGS. IBC Solar controleert de zonnepanelen voordat ze worden verkocht. Bij een controle bleek dat twee Japanse panelen van slechte kwaliteit waren. “Deze panelen hebben we geweigerd, waardoor we vervangende panelen hebben besteld. Hierdoor konden we niet direct leveren, maar met enige vertraging is dat alsnog gelukt.”

De Leeuw geeft aan dat consumenten bij hun keuze in ieder geval kritisch moeten zijn. “Consumenten zien door de bomen het bos niet meer gezien het toenemende aanbod. Het is voor hen lastig te bepalen welk type of welk merk zonnepaneel de juiste keuze is. Wij zien wel dat kwaliteit steeds belangrijker wordt. We raden aan om bij de aanschaf van zonnepanelen kritisch naar de herkomst van onderdelen van het PV-systeem en de garantievoorwaarden te kijken.”

Als het aan brancheorganisatie UNETO-VNI ligt, staan de prestaties van de Nederlandse installatiebranche vanaf begin september volop in de belangstelling. 'De Techniek Achter Nederland' is de titel van een tiendelige televisieserie op RTL-Z én van een bijzonder boek. UNETO-VNI lanceert bovendien een speciale website en vraagt ook met behulp van social media aandacht voor de innovatiekracht van de branche.

Uitdagingen
De Nederlandse samenleving staat de komende jaren voor tal van uitdagingen. Betaalbaarheid van de zorg, een schone leefomgeving, mobiliteit, veiligheid en kantorenleegstand - de campagne stelt deze en andere thema's aan de orde en laat zien op welke manieren technische ondernemingen oplossingen kunnen bieden. Techniek is op veel plaatsen weliswaar niet zichtbaar, maar wél noodzakelijk om de maatschappij te laten functioneren.

Tv-serie en boek
In de tv-serie 'De Techniek Achter Nederland', die vanaf 3 september te zien is op RTL-Z, komt elke week één thema aan de orde. Spraakmakende projecten van Nederlandse installatiebedrijven laten zien dat hoogwaardige kennis en innovatie essentieel zijn voor een leefbare toekomst. Het boek benadert het onderwerp op een iets andere manier. Ook hier krijgen de prestaties van de installatiebranche volop aandacht, maar er is ruimte voor de (toekomst)visie van een groot aantal gezaghebbende opinieleiders uit politiek, wetenschap en bedrijfsleven. Mensen als Herman Wijffels, Bernard Wientjes, Paul Schnabel en Wubbo Ockels vertellen wat naar hun mening de belangrijkste uitdagingen zijn waar Nederland voor staat.

Poker
Ex-astronaut en wetenschapper Wubbo Ockels waarschuwt in het boek dat de mensheid poker speelt met het milieu. Tegelijkertijd verwacht hij dat er de komende jaren veel ten goede gaat veranderen en dat de installatiebranche daarin een sleutelrol gaat vervullen. Voorzitter Bernard Wientjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW wijst erop dat duurzame energieopwekking noodzakelijk is voor de continuïteit van het bedrijfsleven. Hij ziet de installatiebranche als duurzaamheidskoploper van Nederland. BOVAG-directeur Koos Burgman voorspelt revolutionaire ontwikkelingen in het verkeer. Hij denkt daarbij aan een doorbraak van de elektrische auto, zeker als de overheid normen oplegt en fiscale voorwaarden stelt.

Website
Bij de projecten die in het boek worden belicht, is vooral opvallend dat allerlei hoogst innovatieve oplossingen nú al beschikbaar zijn. Details over de vele projecten die in tv-serie en boek voorbij komen, zijn ook te vinden op een website die UNETO-VNI speciaal voor deze campagne heeft ingericht:
www.detechniekachternederland.nl.
Daar zijn ook de afleveringen van de tv-serie en interviews uit het boek te vinden.

Veel kansen
Ondanks de crisis heeft de installatiebranche uitstekende toekomstperspectieven. UNETO-VNI liet onlangs een studie uitvoeren naar de mogelijkheden van de branche in de nabije toekomst en uit het eindrapport, Radar 2020, komen veel kansen naar voren. Samen met de leden vertaalt UNETO-VNI die perspectieven naar concrete business cases.

Fabrikant van cv-ketels Bosch heeft dit jaar de hoogste klanttevredenheid onder W-installateurs. Dit blijkt uit onderzoek voor de BouwKennis Marketing Score Card Klanttevredenheid Installatie 2012/2013. Ook Nefit en Remeha scoren goed onder W-installateurs. Adviseurs in de werktuigbouwkundige sector geven de hoogste waardering aan Geberit.

Het vasthouden en verbeteren van de klanttevredenheid is voor veel organisaties één van de belangrijkste marketingdoelstellingen. De BouwKennis Marketing Score Card Klanttevredenheid peilt jaarlijks de mening van E-installateurs, W-installateurs en adviseurs over de klanttevredenheid met de belangrijkste fabrikanten en handelaren in de installatiesector.

Bosch op kop
Onder installateurs is van twaalf belangrijke aspecten de tevredenheid gemeten, onder adviseurs van elf. Daarnaast is ook een algemeen tevredenheidcijfer per merk gevraagd. De top-5 is opgemaakt aan de hand van de hoogste algemene tevredenheidcijfers. Net als in 2011 scoren Bosch, Nefit en Remeha erg goed onder W-installateurs. Nefit komt dit jaar zelfs drie keer voor in de top-5: als fabrikant van cv-ketels, warmtepompen en boilers. De top-5 volgens adviseurs die werkzaam zijn in de W-installatie bevat in 2012 twee nieuwe gezichten: Biral en Carrier Airco. Adviseurs zijn het meest tevreden over Geberit. Ook Jaga en TROX scoren hoog op het gebied van klanttevredenheid.

 

Top-5 fabrikanten volgensW-installateurs

2010

2011

2012

1. Nefit/Buderus

1. Nefit (cv-ketels)

1. Bosch

2. Nefit (warmtepompen)

2. Bosch

2. Nefit (cv-ketels)

3. Bosch

3. Remeha

3. Nefit (warmtepompen)

4. Nefit (boilers)

4. Nefit (boilers)

4. Remeha

5. Remeha (cv-ketels)

5. Nefit (warmtepompen)

5. Nefit (boilers)

Bron: BouwKennis/USP Marketing Consultancy, juli 2012

 

 

Top-5 fabrikanten volgensadviseurs W-installatie

2010

2011

2012

1. Geberit

1. Jaga

1. Geberit

2. Mitsubishi Elektric/Alklima

2. Geberit

2. Jaga

3. Jaga

3. Mitsubishi Elektric/Alklima

3. Biral

4. Wavin

4. TROX

4. TROX

5. Grundfos

5. Biddle

5. Carrier Airco

Bron: BouwKennis/USP Marketing Consultancy, juli 2012



Technische Unie hoogst scorende groothandel
Onder W-installateurs is ook de tevredenheid met groothandelaren onderzocht. Hieruit blijkt dat werktuigbouwkundige installateurs het meest tevreden zijn met Technische Unie, gevolgd door Rensa en Wasco.

Prijsconcurrentie
Bedrijven in de bouwsector beginnen vaak met het bepalen van de prijs en laten andere marketingbeslissingen daarvan afhangen. Door toegevoegde waarde te creëren is het echter mogelijk om onder een continue prijsconcurrentie uit te komen. Dit is zeker essentieel nu de prijzen in de bouw door de economische tegenwind onder druk staan. Klanttevredenheid is hierbij een belangrijk wapen. Een hogere klanttevredenheid leidt tot een grotere merktrouw en stimuleert klanten om positief over een bedrijf of product te praten. Hierdoor zal de prijs minder zwaar meetellen in een beslissing van een klant om met een bedrijf in zee te gaan.

BouwKennis Marketing Score Card: Klanttevredenheid Installatie
Een effectief marketingbeleid begint bij een goed inzicht in de markt en de eigen klantenkring. Om te achterhalen waar klanten tevreden mee zijn en wat bedrijven beter of juist minder goed doet dan de concurrentie voert BouwKennis de Bouwkennis Marketing Score Card Klanttevredenheid uit.

De Score Card Klanttevredenheid Installatie brengt in kaart hoe tevreden klanten zijn met een organisatie en zet deze cijfers af tegen de score van de directe concurrenten binnen dezelfde productgroep. Zo krijgen bedrijven optimaal inzicht in hun sterke en minder sterke punten. En kunnen ze gericht werken aan het verbeteren van de klanttevredenheid zodat het vasthouden van bestaande en het binden van nieuwe klanten succesvoller verloopt. Voor meer informatie over de Marketing Score Card, kunt u contact opnemen met Maurice van Dijk (010-2066996, vandijk@bouwkennis.nl).

Technische verantwoording en achtergrondinformatie:

  • In het onderzoek voor de W-installatiesector zijn de volgende bouwdelen meegenomen: gebouwbeheersystemen, luchttechniek, leidingsystemen, warmtepompen, cv-ketels, radiatoren, koeltechniek, groothandel, boilers, pompen en meet- en regeltechniek.
  • De tevredenheid is gemeten op twaalf aspecten: prijs, kwaliteit, professionaliteit, innovativiteit, duidelijkheid van de documentatie, advies van de vertegenwoordiger, betrouwbaarheid, nakomen van afspraken, klantvriendelijkheid, service/klachtafhandeling, meedenken met de klant en levertijd. Daarnaast is de algemene tevredenheid gemeten.

Praktijkopleiders zijn in bedrijven onmisbaar in de opleiding van jonge technici naar aankomend vakman. Het vakmanschap van de praktijkopleider is cruciaal voor de slaagkans en motivatie van hun leerlingen. Het belang van hun rol wordt al langer onderkend en ondersteund door FME-CWM, de Koninklijke Metaalunie, UNETO-VNI, de drie technische opleidingsfondsen A+O, OOM en OTIB en kenniscentrum Kenteq. Deze partijen hebben nu de handen ineen geslagen om gezamenlijk de deskundigheid van de praktijkopleider te verbeteren. 
Het opleiden in de praktijk van jongeren is een vak. In alle drie branches hebben praktijkopleiders, naast vakmanschap, dezelfde competenties nodig, zoals inzicht in de wereld van de jeugd, inlevingsvermogen en didactische eigenschappen als trainen en coachen om zowel sociale als vakinhoudelijke aspecten over te brengen. Uit onderzoek blijkt dat de positie van de praktijkopleider per bedrijf sterk verschilt. Daar zal in de komende tijd aandacht voor zijn. Daarnaast blijken er aanzienlijke niveauverschillen te zijn tussen de praktijkopleiders onderling. De samenwerkingspartners gaan de positie van praktijkopleiders versterken door gerichte informatie en deskundigheidsbevordering om daarmee het effect van praktijkleren te verhogen voor zowel leerbedrijven als leerlingen.
Voor de komende tijd is afgesproken dat verdere ontwikkeling van de praktijkopleider plaatsvindt door middel van een gezamenlijk aanbod van trainingen en workshops. Ook worden de onderlinge contacten tussen de praktijkopleiders meer ondersteund en gestimuleerd. In de bedrijven leidt die aandacht voor praktijkleren tot goede vakmensen, een betere instroom en minder uitval.

Technici kunnen via de beste modellen en rekenmethodes een energieprestatie van een woning of gebouw berekenen, in de praktijk worden die uitkomsten niet gehaald. Dat was de algemene conclusie na een internationaal symposium dat eind april in Rotterdam plaatsvond. “We zouden geen problemen hebben, als er in de gebouwen maar geen mensen zouden wonen of werken”, was aan het einde van de dag de gekscherende reactie van een expert.

Ad van der Aa, technisch directeur van het organiserende adviesbureau Cauberg-Huygen liet op het congres in een grafiek duidelijk zien dat de berekende energieprestatie (de EPC) van woningen in de afgelopen 20 jaar in een strakke, steile lijn naar beneden ging. Maar in diezelfde grafiek plaatste hij ook de daling van het gasverbruik in woningen, en die gaat lang zo snel niet naar beneden. Toen hij in diezelfde grafiek ook de lijn met het elektriciteitsverbruik plaatste, bleek dat huishoudens in de afgelopen 20 jaar duidelijk meer stroom zijn gaan gebruiken. Kortom, de energiebesparing die we zouden verwachten door invoering van energieprestatienormen is in de afgelopen jaren veel minder groot en soms helemaal niet gerealiseerd. 

Diverse experts toonden in hun presentaties aan dat bewoners en gebruikers van kantoorpanden door onvoorspelbaar gedrag het energieverbruik in sterke mate beïnvloeden.

Daarnaast zijn de prestaties van moderne installaties vaak veel minder goed dan de fabrikanten voorspiegelen, zo vertelde Arie Kalkman, adviseur bij Cauberg-Huygen. Het is op dit moment mogelijk om een hr-ketel te kopen met een in het laboratorium gemeten rendement op tapwater van 90 procent. Maar in de praktijk komen de rendementen op tapwater nooit aan dat niveau en blijven rond de 50 tot 60 procent steken. Het rendement van de warmtewisselaars in alle HR-ventilatie-units die in ons land verkrijgbaar zijn, ligt volgens de berekeningen boven de 95 procent. Maar als het rendement van diezelfde toestellen in Duitse instituten wordt berekend, ligt het getal veel lager, tussen de 70 en 90 procent. Ook de rendementen van warmtepompen zijn in de praktijk veel lager dan de berekende rendementen die fabrikanten opgeven. Onderzoek in een wijk met veel warmtepompen levert een COP (rendementsgetal van warmtepompen) op van ongeveer 3,7 terwijl de fabrikanten op de certificaten voor diezelfde toestellen een COP van circa 5,5 zetten.

 

Met het installeren van maar liefst 2231 sprinklerkoppen in het grootste houten bouwwerk van Europa, leverde Kuijpers Beveiligingssystemen recent een brandveilige Ark van Noach op. De Ark van Noach, die in Dordrecht ligt, ging 9 juli 2012 officieel open voor publiek.

Kuijpers Beveiligingssystemen, onderdeel van Kuijpers, is een gespecialiseerde organisatie die concepten levert op het gebied van brandbeveiliging en elektronische beveiliging. In verband met kans op bevriezing legde Kuijpers Beveiligingssystemen in de Ark van Noach een droge sprinklerinstallatie aan. Deze installatie werkt op twee diesel gedreven pompen die water uit de rivier opzuigen. Nadat, als gevolg van een brand, de eerste sprinkler is aangesproken, zal binnen 1 minuut water uit de sprinkler sproeien om de brand te beheersen of te blussen. Een veilige gedachte aan boord van een houten schip.

Grootste houten bouwwerk van Europa
De Ark is een initiatief van Johan Huibers. Hij besloot zijn droom, die hij al in 1992 had, te verwezenlijken en de Ark van Noach op ware grootte na te bouwen. Aan boord van deze replica van ongeveer 20.000 m² verblijven levende dieren, verschillende attracties met een Bijbels thema, exposities en activiteiten voor jong en oud. De Ark van Noach is vervaardigd uit 14.000 bomen met CFK-merk en is daarmee het oudste en grootste houten bouwwerk van Europa en het tweede grootste bouwwerk van de wereld. De Ark van Noach is zes verdiepingen hoog en is 120 meter lang en 30 meter breed.

Kuijpers bouwt in opdracht van Vitesse aan een hypermoderne trainingsaccommodatie op Papendal. Eind januari ging de bouw officieel van start. In december wordt het complex opgeleverd en in februari 2013 in gebruik genomen.Inmiddels is het hoogste punt van het gebouw bereikt. Dit werd afgelopen week door Vitesse met alle betrokken bouwpartners gevierd.

Kuijpers Installaties Arnhem is verantwoordelijk voor de totale engineering van de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties van de nieuwe trainingsaccommodatie. Het trainingsonderkomen telt vier verdiepingen, waarvan drie boven de grond. Kuijpers Installaties Arnhem is op dit moment bezig met de realisatie van de technische installaties. Er is onlangs ook een begin gemaakt met de aangrenzende tribune. Daar worden momenteel de eerste elementen geplaatst. In de komende weken worden de houtskeletbouwwanden geplaatst en wordt er gestart met het metselwerk. Ook worden de jeugdvelden achter de trainingsvelden van het eerste elftal onder handen genomen. Hier komt een nieuw natuurgras- en verwarmd kunstgrasveld.

Hypermoderne accommodatie
De nieuwe accommodatie van Vitesse wordt één van de meest moderne van Nederland. Naast veldverwarming, om onder alle omstandigheden te kunnen trainen, en verlichting is er in het nieuwe complex onder andere ruimte voor fysio, krachttraining en pers. Kuijpers Installaties Arnhem heeft de wensen van alle betrokkenen meegenomen in het ontwerp. zodat de accommodatie voldoet aan de wensen en eisen van deze tijd. Zo worden in het kader van energiebesparing de installaties aangesloten op een wko en voorzien van warmtepompen.

 

Amsterdam Airport Schiphol en technische dienstverlener Imtech hebben op Schiphol Noordwest een testveld van in totaal 9.500 m2 aan zonnepanelen aangelegd. De test is bedoeld om te onderzoeken of er grootschalig, rendabel en structureel gebruik van zonne-energie op Schiphol mogelijk is.

De pilot met zonnepanelen is ontwikkeld door theGROUNDS, een initiatief van Schiphol waar leidende bedrijven en kennisinstellingen samen innovatieve toepassingen ontwikkelen voor een duurzame luchthaven. theGROUNDS combineert nieuwe technologieën met inventieve business models. Het zonnepanelenveld, inclusief alle hieraan verbonden technische oplossingen, is aangelegd door Imtech.

De aanleg van zonnepanelen past bij de initiatieven om te komen tot een verantwoorde, zuinige en efficiënte energiehuishouding. Schiphol streeft er naar om eind 2012 klimaatneutraal te zijn voor haar eigen activiteiten en om in 2020 twintig procent van de eigen energiebehoefte zelf duurzaam op te wekken.

In dat kader zijn op de daken van kantoorgebouwen Transport, het Schiphol Group hoofdkantoor en Vrachtgebouw 19 al eerder zonnecellen geplaatst. Naast energieopwekking werkt Schiphol hard aan het reduceren van energieverbruik waar mogelijk. Zo is onlangs een deel van de parkeergelegenheden en het terminalgebouw voorzien van LED-verlichting en wordt er al jaren gebruik gemaakt van koude- en warmte-opslag.

De in gebruik genomen zonnepanelen leveren per jaar ruim 440.000 kilowattuur aan groene energie op. Dit is vergelijkbaar met de hoeveelheid elektriciteit die 120 huishoudens gemiddeld per jaar verbruiken.

 

Door de beperking van het recht op hypotheekrenteaftrek zoals VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie die hebben afgesproken loopt de bouwsector in de periode 2014-2017 jaarlijks 2,5 miljard euro mis. Directeur Taco van Hoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) melde dat onlangs in een interview met NRC Handelsblad.

Huizenbezitters zullen door het begrotingsakkoord minder snel verhuizen of hun woning laten verbouwen omdat het wonen duurder wordt, zo verwacht het EIB. Mogelijk zullen daardoor 20.000 banen in de bouw verdwijnen.

In het akkoord van de 5 partijen komen aflossingsvrije hypotheken niet langer in aanmerking voor renteaftrek. Op de lange termijn zijn de gevolgen van het akkoord voor de bouw minder groot.

 

In december 2011 heeft Ed Nijpels u uit de doeken gedaan dat Sterkin nieuw beleid heeft bedacht. Inmiddels zijn wij druk doende dat beleid handen en voeten te geven. Onze buitendienst medewerkers Ron Zoetmulder en Miranda van Leeuwen zijn dagelijks bezig de Sterkin installateurs te bezoeken. In die gesprekken komen de erkenningen aan de orde en de ontwikkelingen binnen de ondernemingen. 

De Sterkin inspectiebedrijven zullen in de komende tijd ook hun rol gaan spelen richting de inhoudelijke kant van het installatievak. Op deze manier borgt Sterkin het contact met de achterban op informatief en op technisch inhoudelijk gebied. Zo doende maken wij een flinke kwaliteitsslag.

De Consumeter.
Elke installateur wordt gevraagd voor elk werk dat is afgerond bij de klant een contactkaartje af te geven. Dit contactkaartje zal de klant wijzen op de Sterkin website waarop de consumeter staat vermeld. De klant vult de consumeter in en verzendt deze naar de installateur en naar het Sterkin secretariaat. Als de beoordeling door de consument voldoende is  dan zal de installateur een PDF van de conformiteitsverklaring (CV)  ontvangen. De installateur print deze uit en zet zijn handtekening er onder. Vervolgens  stuurt hij deze of geeft deze af bij de klant.De CV maakt dan onderdeel uit van de woning en verzekeringspapieren. Hierdoor wordt een garantie afgeven dat een erkend installateur de installatie heeft aangelegd, gerepareerd of heeft onderhouden. Een belangrijk document als een onroerend goed wordt verkocht.

De Sterkin award.
Sterkin verwacht dat de installateur deelneemt aan het stimuleren van het gebruik van de consumeter. De consumeter geeft een schat aan informatie over de branche en haar kwaliteit. De beste drie installateurs worden gekozen op basis van de hoogste resultaten. Zij  zullen een prijs ontvangen uit handen van Ed Nijpels. Een certificaat en een daaraan gekoppelde prijs zullen hen ten deel vallen.

De webshop.
De nieuwe website ondersteunt ons werk. Naast de al eerder genoemde consumeter kan de installateur gebruik maken van onze webshop om producten te bestellen, een archief van alle voorgaande artikelen van de vakbladen een jaar achteraf raadplegen en is er de mogelijkheid om een eigen gratis  website binnen 10 minuten  online te hebben.  Door  middel van widgets kan de installateur simpelweg een eigen website bouwen, eigen logo en foto’s aanbrengen. Mocht er al een eigen website zijn dan kan er toch van deze dienst gebruik maken om door te verwijzen naar de eigen website.

Educatie.
Bijscholing is een van de belangrijkste pijlers van het installatievak. Of het nu gaat om gas, water of electro, de techniek staat niet stil en wij moeten bij blijven.  Sterkin zal ook in het nieuwe jaar weer bijscholingsmiddagen organiseren met interessante actuele onderwerpen. Kijk op de Sterkin website voor de actuele aanbiedingen.

Simon van Boxtel,
Directeur van Sterkin. 

 

Door de toenemende vraag naar bio-energie en de daarmee grotere behoefte aan een branchbreed aanspreekpunt hebben een 5-tal importeurs zich verenigt in de NBKL. Naast het verspreiden van hun eigen ideeën zijn er meerdere punten van aandacht volgens Roel Beuker, voorzitter van de NBKL. 

“We zien gelukkig steeds meer aanvragen voor een biomassaketel, bijvoorbeeld op pellets of houtchips en hiermee komen ook meer aanbieders op de markt die bij projecten steeds tegen dezelfde problemen aanlopen, bijvoorbeeld bij vergunningverlening. Er is nog weinig ervaring bij gemeenten omtrent deze projecten, maar ook initiatiefnemers kunnen nog niet goed vergelijken tussen de aanbieders van ketels. “

Beuker hoopt dat andere aanbieders van biomassaketels zich aansluiten en dat de NBKL zo op deze wijze ook richting overheden een betere gesprekspartner kan zijn voor de vele zaken die er momenteel spelen op het gebied van wetgeving en certificering. “In de komende maanden wordt verder gebouwd aan de fundamenten van deze vereniging, maar we willen nu ook al in gesprek met partners over actuele onderwerpen.“ Meer informatie op www.nbkl.nl.

Het technisch onderwijs op het VMBO zal in veel regio's gaan verdwijnen. Dat stellen de werkgeversorganisaties MKB Nederland en VNO-NCW samen met de Stichting Platforms VMBO. Sinds 2004 is het aantal leerlingen in de techniek met 30 procent gedaald.

Door deze daling zijn er nu al technische afdelingen die moeten sluiten en de verwachting is dat dit steeds vaker gaat gebeuren. De daling levert problemen op, omdat er wel veel vraag is naar technisch personeel. Al in 2014 zal er sprake zijn van een tekort van 38.400 technische VMBO’ers en 23.100 technische MBO’ers. Vooral VMBO-scholen kampen met een slecht imago. MKB Nederland, VNO-NCW en Stichting Platforms VMBO vinden dat scholieren meer gestimuleerd moeten worden om voor de techniek te kiezen.

Zo moet er meer en betere voorlichting aan ouders en docenten in het primair onderwijs komen. Ook zou er een praktische component aan de CITO-toets toegevoegd moeten worden, zodat leerlingen en scholen niet alleen afgerekend worden op hun resultaten op het cognitieve vlak. Het bedrijfsleven zal zich met het scholenveld verder inzetten voor betere eigentijdse programma’s in het technisch VMBO, het inzetten van vakmensen als docent, en voorlichting over techniek op basisscholen.

Het wordt een jaar van ontwikkeling en durf. Vanwege de veranderende omstandigheden in de markt en de behoefte aan ondersteuning bij de installateurs heeft Sterkin haar beleid aangepast. Sterkin controleerde de afgelopen jaren nieuwbouw installaties vooraf als preventiemaatregel. Er wordt momenteel weinig nieuwbouw gerealiseerd en dan heeft het geen zin op dat pad te blijven. Het roer is om gegaan met ingang van 1 januari 2012.

Sterkin wil de kwaliteit van de gemaakte installaties aan de weet komen. Hierin onderscheiden de aangesloten installateurs zich het duidelijkst ten opzichte van beun de haas, maar dat moet wel waargemaakt worden.  Sterkin zal steekproefsgewijs bedrijven  vragen om een installatie (renovatie, vervanging, onderhoud, nieuwbouw) te mogen zien en inspecteren.  De ISO of BRL gecertificeerde bedrijven worden niet door ons geïnspecteerd. De kosten van het inspectiebedrijf komen voor rekening van Sterkin. De inspecties zullen worden uitgevoerd door de Sterkin erkende RIB inspectiebedrijven. Hiervoor zullen door Sterkin standaard inspectierapporten beschikbaar worden gesteld.

Tevens wil Sterkin de band met alle installateurs aanhalen. Dat doen wij door onze medewerkers bij u op bezoek te laten gaan en een gesprek met u te voeren. Dat gesprek gaat over de erkenningsregelingen en over uw onderneming. Onze medewerkers nemen met u een checklist door (o.a. personen, papieren, outillage).  U kunt natuurlijk uw vragen stellen aan onze mensen. Hierdoor hopen wij een betere band met u als ondernemer op te kunnen bouwen. De kosten voor dit bezoek komen voor rekening van Sterkin.


Keurmerk en kwaliteit.
Door voor deze aanpak te kiezen denken wij de komende jaren de kwaliteit van de door u te maken installaties te kunnen borgen en inhoud te blijven geven aan de Sterkin erkenningen als keurmerk.

Sterkin en de installateurs zetten er samen de schouders onder in 2012!

OTIB, het O&O fonds voor de technische Installatiesector, introduceert vanaf 1 januari 2012 een aanvulling op de reguliere OSR regeling, genaamd OSR Duurzaam. Met deze regeling wil OTIB de scholing op het gebied Duurzaam stimuleren. De tijdelijke regeling zal gelden tijdens de kalenderjaren 2012 en 2013 en geldt onder andere voor de warmtepompcursussen van de Warmtepomp Academy.

De reguliere OSR regeling (Onderwijs Stimulerings Regeling) van OTIB geeft recht op een vergoeding van € 100,- per werknemer per jaar voor scholing. De aanvullende OSR Duurzaam geeft recht op € 200,- per werknemer per jaar extra, mits er een cursus is gevolgd die op de cursuslijst met Duurzame Cursussen van OTIB staat. Het totaalbedrag aan subsidie wordt daarmee € 300,- per werknemer per jaar voor een cursus in het thema Duurzaam.

Meer informatie over de extra subsidie vindt u op www.otib.nl/subsidie.

De warmtepompcursussen van de Warmtepomp Academy staan op de lijst die door OITB is gepubliceerd. Profiteer daarom nu van deze extra subsidie en schrijf uzelf of uw medewerkers in voor een warmtepompcursus.

De Warmtepomp Academy verzorgt verschillende cursussen op het gebied van het ontwerpen en installeren van warmtepompen: Individuele warmtepompen, collectieve warmtepompen, grondgebonden warmtepompen en lucht/lucht warmtepompen. Na het volgen van een cursus kunt u uw kennis laten toetsen in een onafhankelijk CITO-examen. 

Voor meer informatie en inschrijving voor de warmtepompcursussen kunt u terecht op: www.warmtepomp-academy.nl/cursussen.

 

De seriematige woningbouw heeft al geruime tijd de wind flink tegen. Een innovatief woningbouwconcept bewijst dat tegenwind ook nieuwe perspectieven oplevert. Begin december 2011 is Flex-Home gelanceerd en zijn samenwerkingsovereenkomsten met een aantal gerenommeerde bouwpartijen als co-makers afgesloten. In februari 2012 worden ter introductie van Flex-Home presentaties door het hele land gehouden.

Flex-Home is een design & build woningbouwsysteem met één casco voor verschillende doelgroepen zoals starters en senioren. Zonder het casco, de gebouwschil of alle installaties te wijzigen, wordt alleen de afbouw aangepast aan de wensen van de doelgroep, zónder de gebruikelijke beperkingen. Met een stramienmaat van 6,3 meter, zijn de casco's ruim van opzet waardoor zeer veel plattegrondindelingen mogelijk zijn.

Starterswoningen
In het ruime casco kunnen twee of drie starterswoningen of appartementen worden gerealiseerd met ieder een eigen tuin maar ook bijvoorbeeld gezinswoningen of zorgeenheden. Ondanks de ruimere casco's worden er, in vergelijking met starterswoningen van 4,8 meter breed, 1,5x meer woningen per m2 grond gerealiseerd en zijn de kosten vergelijkbaar met de reeds bestaande systeemwoningen.

Architectuur
De bouwstenen waaruit de woningen worden opgebouwd zijn standaard maar het ontwerp is maatwerk in zowel interieur als exterieur. Flex-Home heeft eigen architecten en ingenieurs die elk project locatiespecifiek ontwerpen met een eigen uitstraling en specifieke stedenbouwkundige oplossingen. Standaard zijn de woningen voorzien van hoogwaardige en duurzame materialen, is veel aandacht besteed aan architectonische details en hebben de woningen een licht interieur door veel glas in de gevel.

Design & build
In plaats van de spreekwoordelijke schutting tussen ontwerp en uitvoering is bewust gekozen voor ketenintegratie. Vanaf de ontwerptafel is door de architecten en ingenieurs van Flex-Home nauw samengewerkt met de co-makers. Het resultaat is een design & build concept dat is gebaseerd op ontvlechting van bouwdisciplines, prefabricatie en duurzaam bouwen. Verschillende innovaties zoals het Knauf-Bohebiflex gootwand systeem hebben een plek gevonden in het woningontwerp.

Renovatie
De ingrediënten waaruit Flex-Home is opgebouwd, zijn ook de bouwstenen voor het renovatieconcept van Flex-Home. Hierbij blijven de bewoners in hun woning en wordt in korte tijd de gehele gebouwschil zowel energetisch als esthetisch aangepakt. Door de combinatie van renovatie van bestaande woningen en gedeeltelijke nieuwbouw met Flex-Home woningen, ontstaat meer diversiteit en wordt de hele wijk toekomstbestendig.

De stimuleringsregeling voor duurzame energie (SDE+) wordt komend jaar aangescherpt, zodat er meer duurzame energie kan worden geproduceerd voor hetzelfde subsidiebedrag. Dat schrijft minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) aan de Tweede Kamer. Het bedrag dat beschikbaar is voor de regeling stijgt naar 1,7 miljard euro.

De stimuleringsregeling is zo opgezet dat verschillende vormen van duurzame energie met elkaar concurreren en producenten worden geprikkeld voor een zo laag mogelijk subsidiebedrag in te schrijven.

Voorrang
In 2012 krijgen producenten voorrang als ze genoegen nemen met een basisbedrag van maximaal 7 €ct/kWh voor elektriciteit, 48,3 €ct/Nm3 voor groen gas en 19,4 €/GJ voor warmte. Zolang er budget beschikbaar is, komen in volgende fases duurdere projecten aan bod. De basis van de SDE+ blijft ongewijzigd.

Evenwichtige mix van energie
De productie van duurzame energie is duurder dan fossiele energie, zoals gas en kolen. Het kabinet stimuleert de productie van duurzame energie op een economisch verantwoorde manier zodat het concurrerend kan worden. Minister Verhagen streeft naar een evenwichtige mix van energiebronnen waarin duurzame energie geleidelijk een steeds groter aandeel zal uitmaken. 'Op deze manier produceren we meer groene energie per uitgegeven euro. Hierdoor blijft groene energie voor burgers en bedrijven beter betaalbaar.'

Warmteprojecten
In 2012 komen voor het eerst ook warmteprojecten in aanmerking voor de SDE+. Warmte heeft veel potentieel om goedkoop duurzame energie op te wekken, net als elektriciteit die wordt geproduceerd en gebruikt in het eigen bedrijf. Daarnaast kunnen ook warmtekrachtkoppeling op basis van geothermie en vergassing voor het eerst meedingen. Dit zijn innovatieve technologieën die nog niet eerder in Nederland zijn gerealiseerd.

Resultaten 2011
In 2011 werd al in de eerste twee weken na de openstelling van de SDE+ voor circa 1,5 miljard euro aan aanvragen ingediend. Dit onderstreept de kansen die innovatieve ondernemers zien in de SDE+. Eén miljard euro gaat naar groen gasprojecten. Nagenoeg het volledige beschikbare budget van 1,5 miljard euro wordt toegekend aan projecten die productiekosten kennen van maximaal 9 €ct/kWh voor hernieuwbare elektriciteit.

 

Woningbouwcorporaties houden als opdrachtgever in de bouw vaak te weinig rekening met de werkomstandigheden op het bouwterrein. Ze beseffen meestal niet dat ze als opdrachtgever medeverantwoordelijk zijn voor de veiligheid en gezondheid van werknemers op de bouwplaats.

Dit blijkt uit de resultaten van controles van de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie) op 313 bouwplaatsen waar in opdracht van in totaal 132 corporaties werd gewerkt.

In ruim tweederde van de controles op de bouwplaats was sprake van onveilig of ongezond werk. In de meeste gevallen ging het om valgevaar. Ook werden bouwvakkers vaak lichamelijk te zwaar belast. In totaal constateerde de Inspectie SZW bijna 400 overtredingen. Bij ruim veertig procent van de overtredingen lag de oorzaak in het ontwerp van het gebouw; dat is de verantwoordelijkheid van de corporatie.

Na de controles op de bouwplaatsen ging de inspectie bij de 132 woningbouwcorporaties langs. Bij ruim zeventig procent was het met de veiligheid niet in orde. Daar werden 193 overtredingen geconstateerd. Bij het merendeel van de overtredingen neemt de corporatie haar verantwoordelijkheid als opdrachtgever niet of te weinig. De oorzaak is een gebrek aan kennis bij zowel corporaties als ontwerpers.

De Inspectie SZW gaat voor het verbeteren van de veiligheid op bouwplaatsen een brochure maken die de woningcorporaties beter moet informeren over hun verantwoordelijkheid op het gebied van arbo. Daarnaast zal de branchevereniging Aedes meer bekendheid geven aan de verplichtingen voor corporaties als opdrachtgever bij een bouwproject. Ze gaat daarbij samenwerken met onder andere de stichting Arbouw, architecten, vakbonden, Bouwend Nederland en Aboma-Keboma. Nog dit jaar brengt Arbouw bovendien de wettelijke medeverantwoordelijkheid in de ontwerpfase onder de aandacht.

Uit een onderzoek van netbeheerder Enexis bij 900 van haar klanten blijkt dat de consument, op basis van de eerste gebruikerservaringen, een gemiddelde besparing van 75 euro per jaar met slimme meter producten verwacht. Bij gebruikers van de slimme meter in combinatie met een 'slimme thermostaat' is maar liefst 83% van mening dat het product helpt bij het meer inzicht krijgen in het energieverbruik. Bovendien verwacht men op jaarbasis gemiddeld 87 euro te besparen. Voor de gebruikers van de 'slimme stekkers' ligt het percentage iets lager, maar bedraagt de te verwachten besparing nog altijd ruim 60 euro per jaar.  

In het Enexis-onderzoek zijn naast bovenstaande consumenten met slimme meter producten ook consumenten zonder slimme meter betrokken. Uit de resultaten bij consumenten zonder slimme meter blijkt dat ruim 90% aangeeft energiebesparing belangrijk te vinden. Van de ondervraagden geeft 56% aan zijn of haar directe omgeving te stimuleren energie te besparen. De redenen voor energiebesparing zijn: minder geld uit willen geven en grip houden op de energierekening. Ook heeft ruim een kwart behoefte aan hulp en tips bij het besparen van energie en heeft een derde geen goed inzicht in de eigen energiekosten.

Over het onderzoek
Enexis is in 2010 met een project 'slim besparen op energie' gestart. Met dit project wil Enexis onderzoeken of de slimme meter daadwerkelijk kan helpen bij het realiseren van energiebesparing bij consumenten. Daarnaast wil Enexis laten zien dat de P1-poort op de slimme meter, waarmee consumenten hun eigen energieverbruik kunnen aflezen, ook echt werkt voor de klant. Daarom is Enexis begin 2011 bij 900 consumenten in haar verzorgingsgebied een onderzoek gestart. Hiervoor worden drie groepen onderscheiden: consumenten met een slimme meter in combinatie met extra communicatie (tips, nieuwsbrieven, website e.d.) en consumenten die daarnaast ook 'slimme stekkers' of een 'slimme thermostaat' gebruiken. Met 'slimme stekkers' heeft de consument inzicht in het energieverbruik per elektrisch apparaat, naast een totaaloverzicht van het gas- en elektriciteitsverbruik. Een 'slimme thermostaat' vervangt de huidige thermostaat van de consument en ook hiermee heeft men inzicht in het totale energieverbruik.

 

Huurders en huiseigenaren hebben behoefte aan een jaarlijkse controle die hun woning op een aantal basiselementen doormeet. Met name keuringen voor de verwarmingsinstallatie, de ventilatie en de elektrische installatie zouden de consument een hoop onrust besparen. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy.

  • Bijna tweederde consumenten wil keuring voor verwarmingsinstallatie
  • Huurders meest enthousiast over verplichte APK
  • Huizenbezitter wil meer dan huurder betalen voor keuring

Momenteel wordt 59% van de verwarmingsinstallaties in Nederland jaarlijks gecontroleerd. Slechts 26% van de consumenten geeft aan dat hun installatie niet wordt gecontroleerd.

Andere onderdelen van de woning worden beduidend minder vaak nagekeken. Het buitenschilderwerk wordt nog bij 44% gecontroleerd. Maar als er wordt gecontroleerd, gebeurt dit meestal maar eens in de vijf jaar. Verder wordt jaarlijks bij 23% van de woningen de ventilatie nagekeken en bij  21% het dak en de goten.

Toegevoegde waarde
Hoewel er niet altijd en even frequent gecontroleerd wordt, is men wel van mening dat een Algemene Periodieke Keuring (APK) toegevoegde waarde kan bieden.

 

Een aantal stichtingen en brancheorganisaties hebben hun krachten gebundeld om te komen tot een eigentijds cursusinstituut. De naam is Academy NL geworden. Binnen deze organisatie zullen leergangen worden ontwikkeld ter bevordering van het vakmanschap binnen de werelden van bouw, installatie en onderhoud. Enerzijds werd geconstateerd dat in deze branches de ontwikkeling van nieuwe opleidingen en cursussen stagneerde. Anderzijds ontbrak het volgens Academy NL aan een opleidingspakket om energiebesparing en beperking van CO₂-uitsoot in de bouw structureel te bevorderen en tegelijkertijd de noodzaak van integraal denken en doen structureel aan te pakken. In deze vorm van innovatief opleiden ziet Academy NL haar toekomst.

Vijf vakgebieden
Academy NL gaat van start met leergangen in vijf vakgebieden. Deze vakgebieden krijgen ‘hun eigen academy’, te weten (in alfabetische volgorde) de LTV Academy, de Passief Bouwen Academy, de Ventilatie Academy, de (reeds bestaande) Warmtepomp Academy en de Zonne-Energie Academy. Op termijn is het mogelijk dat hier nog andere vakgebieden aan worden toegevoegd. Naast opleidingen binnen de specifieke vakgebieden wordt uiteraard ook gewerkt aan geïntegreerde opleidingen, met aandacht voor de samenhang van de vakgebieden.

Ontwikkeling en uitvoering
Voorzitter van de Stichting Academy NL is Ir. Chris Zijdeveld, die zowel voorzitter is van de stichtingen LTV en PassiefBouwen, als oud-voorzitter van de stichtingen HR Ventilatie en Warmtepompen. Academy NL houdt zich voornamelijk bezig met de ontwikkeling van opleidingen, cursussen, in company trainingen en bijscholingen. Voor de uitvoering wordt samengewerkt met specialistische partners.  Academy NL gaat van start met drie samenwerkingspartners, te weten DWA (energie, installatie), KPE (bouw, makelaardij) en PMIA/TU Delft (architectuur, bouwfysica). Ook hier wordt gedacht aan uitbreiding van partners.

 

De vraag naar duurzame materialen in Europa groeit. De vraag van de opdrachtgevers naar duurzame materialen is niet alleen groter, maar ze zijn ook bereid om meer te investeren in duurzaamheid. Dit en meer blijkt uit de European Architectual Barometer, een onderzoek dat elke drie maanden onder 1.200 architecten in Europa wordt uitgevoerd.

De architecten uit bijna alle landen, behalve het Verenigd Koninkrijk en Italië, geven aan dat steeds meer opdrachtgevers naar duurzame producten vragen.

De grootste bereidheid om in duurzaamheid te investeren is te vinden onder opdrachtgevers uit Duitsland (53%) en Frankrijk (52%) omdat men van de investeringen zoals deze op de lange termijn kan profiteren of omdat klanten de voordelen hiervan inzien.

Vooral in Duitsland, Frankrijk en Nederland is de vraag naar duurzaamheid het meest gestegen in vergelijking met Q3 2010. Meer dan de helft van de opdrachtgevers in Duitsland (53%) en Frankrijk (52%) geven momenteel aan meer te willen investeren in duurzaamheid, terwijl dit in Q3 2010 slechts om iets meer dan een kwart (26%) van de opdrachtgevers ging.

Ook in Spanje en Nederland is het aantal opdrachtgevers dat naar duurzaamheid vraagt en bereid is om hier meer voor te betalen sterk gegroeid ten opzichte van Q3 2010 (Spanje: van 5% naar 22%, Nederland: van 24% naar 34%).

Aan de andere kant is de bereidheid van de opdrachtgevers meer voor duurzame producten te betalen gedaald in het Verenigd Koninkrijk (van 26% naar 18%) en Italië (van 26% naar 20%). Italië ervaart momenteel één van de moeilijkste periodes in de bouwsector wat een reden kan zijn voor dit resultaat.

Willingness to invest in sustainable materials, Q3 2010 (in %, n=1,200) Demand for sustainable materials and willingness to invest in it, Q3 2011 (in %, n=1,200) 26 26 24 26 5 26

Alle 7,3 miljoen huishoudens in Nederland gebruiken drinkwater dat met groene energie is gezuiverd en gedistribueerd. De drinkwatersector gebruikt groene energie in alle productie- en distributieprocessen. Ten opzichte van conventionele energie resulteert dit in een besparing van 150 miljoen kilo CO2, wat gelijk staat aan de jaarlijkse uitstoot van 60.000 auto’s.

De sector is een van de eerste sectoren, die volledig duurzame energie inzet. En, het groene denken van de sector gaat verder. Inmiddels wordt voor 99,8 procent van de reststoffen die tijdens drinkwaterproductie vrijkomen een nieuwe toepassing gevonden. Zo worden kalkkorrels onder andere gebruikt als bodemisolatie van huizen en verwerkt in cola- en bierflesjes en groentepotten.

Natuurlijke energiebronnen
De drinkwaterbedrijven maken op eigen initiatief voor 100% gebruik van natuurlijke energiebronnen, zoals zon, wind en waterkracht om daarmee de oliereserves te ontzien. De sector loopt hiermee vooruit ver vooruit op de plannen van het kabinet om met de samenleving de in het regeerakkoord genoemde green deal af te sluiten.

Innovaties
De sector investeert voortdurend in duurzame technieken. Naast het inkopen van groene energie voeren drinkwaterbedrijven ook energiebesparende projecten uit en wekken ze zelf energie op. Voorbeelden hiervan zijn zonnepanelen op daken van zuiveringsstations en eigen windmolens.

De sector blijft zich ontwikkelen op dit gebied. Zo zal in 2012 methaangas worden opgevangen dat vrijkomt tijdens het oppompen van grondwater. Het gas kan onder meer dienen als brandstof voor auto’s. Andere bedrijven hebben zich ten doel gesteld in de nabije toekomst volledig CO2 neutraal te worden, mede door energiereductie en eigen energievoorzieningen.