Nieuws

16-01-2012 9:00

Uit een onderzoek van netbeheerder Enexis bij 900 van haar klanten blijkt dat de consument, op basis van de eerste gebruikerservaringen, een gemiddelde besparing van 75 euro per jaar met slimme meter producten verwacht. Bij gebruikers van de slimme meter in combinatie met een 'slimme thermostaat' is maar liefst 83% van mening dat het product helpt bij het meer inzicht krijgen in het energieverbruik. Bovendien verwacht men op jaarbasis gemiddeld 87 euro te besparen. Voor de gebruikers van de 'slimme stekkers' ligt het percentage iets lager, maar bedraagt de te verwachten besparing nog altijd ruim 60 euro per jaar.  

In het Enexis-onderzoek zijn naast bovenstaande consumenten met slimme meter producten ook consumenten zonder slimme meter betrokken. Uit de resultaten bij consumenten zonder slimme meter blijkt dat ruim 90% aangeeft energiebesparing belangrijk te vinden. Van de ondervraagden geeft 56% aan zijn of haar directe omgeving te stimuleren energie te besparen. De redenen voor energiebesparing zijn: minder geld uit willen geven en grip houden op de energierekening. Ook heeft ruim een kwart behoefte aan hulp en tips bij het besparen van energie en heeft een derde geen goed inzicht in de eigen energiekosten.

Over het onderzoek
Enexis is in 2010 met een project 'slim besparen op energie' gestart. Met dit project wil Enexis onderzoeken of de slimme meter daadwerkelijk kan helpen bij het realiseren van energiebesparing bij consumenten. Daarnaast wil Enexis laten zien dat de P1-poort op de slimme meter, waarmee consumenten hun eigen energieverbruik kunnen aflezen, ook echt werkt voor de klant. Daarom is Enexis begin 2011 bij 900 consumenten in haar verzorgingsgebied een onderzoek gestart. Hiervoor worden drie groepen onderscheiden: consumenten met een slimme meter in combinatie met extra communicatie (tips, nieuwsbrieven, website e.d.) en consumenten die daarnaast ook 'slimme stekkers' of een 'slimme thermostaat' gebruiken. Met 'slimme stekkers' heeft de consument inzicht in het energieverbruik per elektrisch apparaat, naast een totaaloverzicht van het gas- en elektriciteitsverbruik. Een 'slimme thermostaat' vervangt de huidige thermostaat van de consument en ook hiermee heeft men inzicht in het totale energieverbruik.

 

16-01-2012 9:00

Huurders en huiseigenaren hebben behoefte aan een jaarlijkse controle die hun woning op een aantal basiselementen doormeet. Met name keuringen voor de verwarmingsinstallatie, de ventilatie en de elektrische installatie zouden de consument een hoop onrust besparen. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy.

  • Bijna tweederde consumenten wil keuring voor verwarmingsinstallatie
  • Huurders meest enthousiast over verplichte APK
  • Huizenbezitter wil meer dan huurder betalen voor keuring

Momenteel wordt 59% van de verwarmingsinstallaties in Nederland jaarlijks gecontroleerd. Slechts 26% van de consumenten geeft aan dat hun installatie niet wordt gecontroleerd.

Andere onderdelen van de woning worden beduidend minder vaak nagekeken. Het buitenschilderwerk wordt nog bij 44% gecontroleerd. Maar als er wordt gecontroleerd, gebeurt dit meestal maar eens in de vijf jaar. Verder wordt jaarlijks bij 23% van de woningen de ventilatie nagekeken en bij  21% het dak en de goten.

Toegevoegde waarde
Hoewel er niet altijd en even frequent gecontroleerd wordt, is men wel van mening dat een Algemene Periodieke Keuring (APK) toegevoegde waarde kan bieden.

 

16-01-2012 9:00

Meer dan de helft van de bedrijven in de bouw zet duurzaamheid in als verkoopargument richting de klant. Vooral fabrikanten van bouwmaterialen doen dit veelvuldig. Tegelijkertijd vindt ruim zes op de tien bedrijven echter ook dat duurzaam bouwen over vijf jaar geen unique selling point meer is, maar een noodzaak.

Duurzaamheid drukt haar stempel steeds steviger op de bouwkolom. Duurzaam bouwen, Cradle2Cradle en CO2-reductie zijn een vast onderdeel geworden van het denk- en ontwikkelingsproces in de bouwsector. Bij gemiddeld 44% van de partijen in de bouwketen speelde duurzaamheid tijdens het laatste project in hoge mate een rol.

Duurzaamheid is door deze ontwikkeling voor veel bedrijven een verkoopargument geworden richting de klant. Ruim de helft van de marktpartijen geeft aan duurzaamheid hiervoor in te zetten. Vooral fabrikanten doen dit (78%). Van de advies- en bouwmanagementbureaus en ontwikkelaars zet 70% duurzaamheid in als verkoopargument richting de klant, terwijl zes op de tien installateurs dit ook doet. Onderaannemers gebruiken duurzaamheid het minst vaak als verkoopargument. Van deze partij doet echter nog altijd 35% dit wel.


Toekomst duurzaamheid
Duurzaamheid is de afgelopen jaren wereldwijd steeds belangrijker geworden. Het feit dat ruim de helft van de marktpartijen duurzaamheid inmiddels als verkoopargument richting de klant gebruikt, onderstreept dit. Deze massale omarming betekent echter ook dat bedrijven met een duurzaam karakter al lang niet meer uniek zijn binnen de bouwkolom. Als deze ontwikkeling zich doorzet, dan is duurzaam bouwen straks geen unique selling point meer, maar een license to deliver.
Marktpartijen onderschrijven deze ontwikkeling. Ruim zes op de tien partijen uit de bouwkolom is het (zeer) eens met de stelling ‘over vijf jaar is duurzaam bouwen geen unique selling point meer maar een noodzaak’. Dit geldt vooral voor partijen die duurzaamheid momenteel het vaakst als verkoopargument gebruiken: fabrikanten, advies- en bouwmanagementbureaus en ontwikkelaars. Iets meer dan één op de tien partijen denkt dat duurzaam bouwen over vijf jaar nog niet zo ver is dat het zijn onderscheidende vermogen kwijtgeraakt is.


Noodzaak
Voor marktpartijen in de bouwkolom liggen er momenteel nog voldoende kansen om duurzaamheid in te zetten als verkoopargument. Vanzelfsprekend moet hierbij eerst nagegaan worden of de groene eigenschappen van hun product of dienstverlening ook aansluiten bij de reële klantbehoeften van hun doelgroep. Maar in de komende jaren zal duurzaamheid veranderen van een unique selling point in een noodzaak voor partijen die nog in het selectieproces opgenomen willen worden. Partijen waarbij duurzaamheid op dat moment nog niet in de organisatorische genen zit, zullen op termijn uit het beslissingstraject vallen.

 

16-01-2012 9:00

De eerste editie van Elektro Vakbeurs Venray kent goede voortekenen. Exposanten uit de branche elektrotechniek schrijven zich volop in voor de vakbeurs die op 6, 7 en 8 maart 2012 plaatsvindt in Evenementenhal Venray.

Met nog bijna een half jaar te gaan, lijkt de eerste editie van Elektro Vakbeurs Venray nog ver weg. Maar niets is minder waar. Beursorganisator van Elektro Vakbeurs Hardenberg en Venray, Marit Rothman, is erg tevreden over het verloop van deze nieuwe vakbeurs in Venray. ´Geluiden uit de branche laten horen dat er veel over Venray gesproken wordt. Het zijn positieve geluiden. Voor een nieuwe vakbeurs is het belangrijk dat het een aanloopperiode heeft waarin het zich kan ´nestelen´ binnen de branche en een plaats kan veroveren. Dat er zo enthousiast op gereageerd wordt, is voor ons een teken dat er veel potentie in zit.´

16-01-2012 9:00

NEN vindt het een goed idee dat als het nieuwe Bouwbesluit op 1 januari 2012 af is, dit vervolgens op 1 april 2012 inwerking treedt. Dit geeft de markt de mogelijkheid om aan de nieuwe regelgeving te wennen en tegelijkertijd wordt de onduidelijkheid over de te hanteren regelgeving beperkt. Volgens de planning van NEN zijn alle normen waarnaar wordt verwezen voor het eind van het jaar gereed.

Minister Donner van BZK heeft op 24 oktober voorgesteld de inwerkingtreding van het nieuwe Bouwbesluit uit te stellen tot 1 april 2012. NEN is het met de minister eens dat het belangrijk is dat de bouwsector kan wennen aan de nieuwe regelgeving. Om onduidelijkheid over de te hanteren regelgeving te beperken pleit NEN er wel voor dat het nieuwe Bouwbesluit snel in werking treedt. Dit schept tevens duidelijkheid over de normen waarmee het best kan worden gewerkt. Daarom kan wat NEN betreft het Bouwbesluit op 1 januari 2012 worden gepubliceerd en vervolgens op 1 april 2012 in werking treden.

16-01-2012 9:00

Een aantal stichtingen en brancheorganisaties hebben hun krachten gebundeld om te komen tot een eigentijds cursusinstituut. De naam is Academy NL geworden. Binnen deze organisatie zullen leergangen worden ontwikkeld ter bevordering van het vakmanschap binnen de werelden van bouw, installatie en onderhoud. Enerzijds werd geconstateerd dat in deze branches de ontwikkeling van nieuwe opleidingen en cursussen stagneerde. Anderzijds ontbrak het volgens Academy NL aan een opleidingspakket om energiebesparing en beperking van CO₂-uitsoot in de bouw structureel te bevorderen en tegelijkertijd de noodzaak van integraal denken en doen structureel aan te pakken. In deze vorm van innovatief opleiden ziet Academy NL haar toekomst.

Vijf vakgebieden
Academy NL gaat van start met leergangen in vijf vakgebieden. Deze vakgebieden krijgen ‘hun eigen academy’, te weten (in alfabetische volgorde) de LTV Academy, de Passief Bouwen Academy, de Ventilatie Academy, de (reeds bestaande) Warmtepomp Academy en de Zonne-Energie Academy. Op termijn is het mogelijk dat hier nog andere vakgebieden aan worden toegevoegd. Naast opleidingen binnen de specifieke vakgebieden wordt uiteraard ook gewerkt aan geïntegreerde opleidingen, met aandacht voor de samenhang van de vakgebieden.

Ontwikkeling en uitvoering
Voorzitter van de Stichting Academy NL is Ir. Chris Zijdeveld, die zowel voorzitter is van de stichtingen LTV en PassiefBouwen, als oud-voorzitter van de stichtingen HR Ventilatie en Warmtepompen. Academy NL houdt zich voornamelijk bezig met de ontwikkeling van opleidingen, cursussen, in company trainingen en bijscholingen. Voor de uitvoering wordt samengewerkt met specialistische partners.  Academy NL gaat van start met drie samenwerkingspartners, te weten DWA (energie, installatie), KPE (bouw, makelaardij) en PMIA/TU Delft (architectuur, bouwfysica). Ook hier wordt gedacht aan uitbreiding van partners.

 

16-01-2012 9:00

De vraag naar duurzame materialen in Europa groeit. De vraag van de opdrachtgevers naar duurzame materialen is niet alleen groter, maar ze zijn ook bereid om meer te investeren in duurzaamheid. Dit en meer blijkt uit de European Architectual Barometer, een onderzoek dat elke drie maanden onder 1.200 architecten in Europa wordt uitgevoerd.

De architecten uit bijna alle landen, behalve het Verenigd Koninkrijk en Italië, geven aan dat steeds meer opdrachtgevers naar duurzame producten vragen.

De grootste bereidheid om in duurzaamheid te investeren is te vinden onder opdrachtgevers uit Duitsland (53%) en Frankrijk (52%) omdat men van de investeringen zoals deze op de lange termijn kan profiteren of omdat klanten de voordelen hiervan inzien.

Vooral in Duitsland, Frankrijk en Nederland is de vraag naar duurzaamheid het meest gestegen in vergelijking met Q3 2010. Meer dan de helft van de opdrachtgevers in Duitsland (53%) en Frankrijk (52%) geven momenteel aan meer te willen investeren in duurzaamheid, terwijl dit in Q3 2010 slechts om iets meer dan een kwart (26%) van de opdrachtgevers ging.

Ook in Spanje en Nederland is het aantal opdrachtgevers dat naar duurzaamheid vraagt en bereid is om hier meer voor te betalen sterk gegroeid ten opzichte van Q3 2010 (Spanje: van 5% naar 22%, Nederland: van 24% naar 34%).

Aan de andere kant is de bereidheid van de opdrachtgevers meer voor duurzame producten te betalen gedaald in het Verenigd Koninkrijk (van 26% naar 18%) en Italië (van 26% naar 20%). Italië ervaart momenteel één van de moeilijkste periodes in de bouwsector wat een reden kan zijn voor dit resultaat.

Willingness to invest in sustainable materials, Q3 2010 (in %, n=1,200) Demand for sustainable materials and willingness to invest in it, Q3 2011 (in %, n=1,200) 26 26 24 26 5 26

<< January 2012 >>
MonTueWedThuFriSatSun
1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031